De regering van Hongkong heeft een groepering die streeft naar Hongkongse onafhankelijkheid van China formeel verboden. Het is meteen het eerste verbod van een politieke organisatie in het eiland sinds het in 1997 door de Britten aan China werd overgedragen.

John Lee, de Hongkongse minister van Veiligheid, kondigde vandaag in een korte verklaring in het staatsblad het verbod op de Hong Kong National Party aan. Lee beval het verbod op grond van een wet uit het koloniale tijdperk die alle sociale groepen en organisaties verplicht zich bij de politie te laten registreren. Die wet laat het toe om groepen te verbieden “in het belang van de nationale veiligheid, de openbare orde of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen”.

(Lees verder onder de tweet.)

Mogelijk ook verbod op andere groepen

Volgens Lee was de onafhankelijkheidsbeweging bereid om “alle methoden” te gebruiken om onafhankelijkheid te bereiken. Dit zou volgens de autoriteiten een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Ook is het onafhankelijkheidsstreven in strijd met de ‘basiswet’ – de minigrondwet die de betrekkingen tussen Hongkong en China regelt.

“[De groep] heeft een duidelijke agenda om van Hongkong een republiek te maken”, zei Lee. Volgens de minister zou de groep ook “haat en discriminatie tegen Chinezen van het vasteland” verspreiden. Lee kon niet uitsluiten dat er in de toekomst maatregelen worden getroffen tegen andere groepen die naar onafhankelijkheid streven.

Één land, twee systemen

De voormalige Britse kolonie Hongkong wordt bestuurd volgens het beginsel “één land, twee systemen”, waardoor het een hoge mate van autonomie en vrijheden geniet die in China niet bestaan. Zo kent het een onafhankelijk rechtssysteem en vrijheid van meningsuiting en vergadering. De laatste jaren echter lijkt de Chinese overheid haar greep op de stad te versterken. De regering in Beijing juichte de beslissing van de Hongkongse autoriteiten dan ook toe.

ADVERTENTIE