Sp.a-lijsttrekker ­Jinnih Beels is nog niet zo lang politiek actief maar eindigt in de populariteitspolls al nipt achter Groen-lijsttrekker Wouter Van Besien. Kris Peeters (CD&V), Filip Dewinter (Vlaams Belang) en Philippe De Backer (Open Vld) moeten de politieke ‘neofiet’ zelfs achtervolgen. Met betrekking tot veiligheid, een van de belangrijkste speerpunten van de huidige campagne, pleit Beels in een interview tegenover StampMedia voor een “ander veiligheidsbeleid” dan dat van de N-VA. Een “met minder stoere praat en een minder zichtbare Rambo-stijl – denk maar aan de pantserwagens en zwaarbewapende SRT-ploegen”.

Beels kan als een ‘bijzondere’ socialiste worden omschreven. Zo trekt ze de sp.a-lijst zonder dat ze een partijkaart op zak heeft. Ook het logo van sp.a-Antwerpen was tijdens de voorstelling van de campagne van sp.a-Antwerpen niet prominent aanwezig. Geen bewuste keuze, zo stelt Beels tegenover StampMedia-reporters Jonathan Hendrickx, Jef Cauwenberghs en Mustafa Körükçü. “Toen bekend raakte dat ik in de politiek ging, zeiden veel mensen dat ze blij waren met me, net omdat ik iemand ‘van hen’ ben, zonder die hele politieke historie. Veel van hen geloofden niet in partijpolitiek, een heleboel ook nog niet in sp.a. Voor mij was het belangrijk om toch de nadruk te leggen op mijn keuze voor die partij, zonder mijn onafhankelijkheid te verliezen, omdat ik anderen, die zich niet aangesproken voelen door de politiek of de sp.a, op die manier toch kan overtuigen. Mijn campagne moet je niet losstaand zien van sp.a, maar meer als een aanvulling erop”, klinkt het.

StampMedia: Ambieert u het burgemeesterschap van deze stad?

Beels: “Ik sta bovenaan de lijst, dus ik ga daar niet flauw over doen: natuurlijk. Maar die burgemeesterssjerp is voor mij van ondergeschikt belang aan het feit dat ik duidelijk wil maken dat het beter kan in Antwerpen.”

StampMedia: Is het voor u dan alles of niks? Of volstaat een schepenambt?

Beels: “Daar heb ik nog niet echt over nagedacht. Ik hoop natuurlijk dat wij de grootste partij worden. Het ligt in mijn karakter om te streven voor het ultieme doel, en dat is nu eenmaal het stadhuis. Daarom is 14 oktober D-day: we moeten mensen wakker schudden en zeggen dat we de aangerichte schade moeten herstellen.”

StampMedia: Kan u kort samenvatten waarop het huidige stadsbestuur te kort is geschoten, en hoe de sp.a het beter wil doen?

Beels: “Op veel vlakken wordt er beleid gevoerd voor een happy few, voor mensen die al assertief en goed geïnformeerd zijn en niets tekortkomen. Een beleid moet echter niet op maat gemaakt worden van een kleine groep, maar van elke inwoner van die stad. Als je in de wijken met mensen praat, hoor je dat bepaalde groepen zich uitgesloten voelen. Wij moeten als stadsbestuur met een beleid komen waar iedereen aan z’n trekken komt. In plaats van over jongeren te praten, zou het veel toffer zijn als je met jongeren gaat praten. Dat gebeurt nu onvoldoende. Ik heb het Memorandum van het Antwerps Jeugdsectoroverleg gelezen, en als je dan ziet dat tien-of twaalfjarigen uit zichzelf zeggen dat ze wakker liggen van armoede en geen werk vinden, dan gaan je ogen toch wel even open. Kinderarmoede is een van de cruciale thema’s van deze verkiezingen. Ik weet zelf wat het betekent om in armoede op te groeien, en ik wens dat geen enkel kind toe.”

StampMedia: Hoe wil u dat concreet aanpakken?

Beels: “Nog niet zolang geleden lanceerden wij een voorstel voor de Refterrevolutie (de oorspronkelijk term ‘refterrevolutie’ is afkomstig uit een voorstel van Groen, nvdr.),  waarbij de school gratis een lekkere en gezonde maaltijd aanbiedt aan elk kind op school. Maar omdat het haalbaar moet zijn pleiten we voor een zeer democratische prijs, van drie tot vijf euro en een euro voor gezinnen die in aanmerking komen voor verhoogde tegemoetkoming. Zo slaan we twee vliegen in een klap: de jongerenwerkloosheid aanpakken en door die maaltijden uit te besteden aan de sociale economie, mensen tewerkstellen en hen klaarstomen voor de reguliere arbeidsmarkt.”

StampMedia: Volstaat het om de jongerenwerkloosheid in Antwerpen aan te pakken door hen eten te laten bereiden?

Beels: “Absoluut niet, het is maar een mogelijkheid. De werkloosheid in Antwerpen is groot, maar in de Antwerpse haven zijn er ruim 3.000 vacatures. Het klinkt heel simpel, maar het is blijkbaar nog niet gebeurd: breng die jongeren en bedrijven bij elkaar. Dat zie je nu al op scholen, zoals op een spectrumschool in Deurne waar Christine Hannes (zij staat net als Jinnih Beels als onafhankelijke op de lijst van sp.a Antwerpen, nvdr.)directrice is. Zij investeert in begeleiders die laatstejaars na hun afstuderen meenemen naar een bedrijf om hen daar stage te laten volgen, en op termijn werk te vinden. Als dat op die school werkt, moeten andere scholen daar toch ook voor openstaan? Dat is dan ook ons Droomplan: de muren tussen ASO, TSO en BSO slopen en het beroepsonderwijs opwaarderen. We hebben veel jongeren die goed zijn in ambachten, die wij in ere willen herstellen. Als jongeren bereid zijn om opleidingen te volgen en een kwaliteitsattest te behalen, zijn wij bereid hen te helpen om een stageplaats en een job te vinden. Wij zijn natuurlijk niet bevoegd voor onderwijs, maar dat wil niet zeggen dat we niets moeten doen. Beleid is mensen samenbrengen en netwerken, en ervoor zorgen dat je die kansen creëert.”

StampMedia: Dus u wil als stadspolitica meer lobbyen op Vlaams of federaal niveau?

Beels: “Nee, vooral op lokaal niveau. Ik wil de bedrijven die om werkkrachten en jongeren smeken, in contact brengen met jongeren, het liefst in de eerste plaats Antwerpse jongeren. Waarmee ik mensen van buiten Antwerpen niet wil discrimineren, integendeel.”

StampMedia: Hoe ziet u jongerenparticipatie en inspraak in Antwerpen concreet?

Beels: “Jongerenparticipatie gaat niet op dezelfde manier als bij volwassenen. Het is belangrijk om je eerst verstaanbaar te maken. De middenveldorganisaties hebben daar al heel goed werk in geleverd. Zij weten hoe je jongeren moeten behandelen. We moeten de middenveldorganisaties weer die draagkracht geven. Nu hoor ik vaak dat ze zich met de rug tegen de muur gezet voelen, en het missen om zelf autonoom een aantal beslissingen te nemen. Het stadsbestuur verwacht namelijk dat het middenveld het beleid uitvoert in ruil voor subsidies: de geldkraan kan worden dichtgedraaid als ze niet doen wat het stadsbestuur vraagt. Dat is niet gezond voor de jongeren. Het middenveld moet net kritisch kunnen zijn.”

StampMedia: Uit het Memorandum bleek dat slechts een op de vijf jongeren voelt dat hij of zij kan meedenken over de stad. Dan schiet het middenveld toch tekort?

Beels: “Nee. Het middenveld krijgt wel de middelen, maar niet de ruimte om die in te vullen in het belang van de jongeren. Ik heb met middenveldorganisaties gewerkt voor en tijdens deze legislatuur, en het verschil is wel duidelijk. Als je een aantal zaken niet durft te benoemen omdat je bang bent om subsidies te verliezen, betekent dit dat je als stadsbestuur dictatoriaal omgaat met het middenveld. Daar kan niets gezond uit voortkomen. Dan vraag ik me af: welk belang dient het beleid dan? Het eigenbelang of het belang van de jongeren? Ik zeg niet dat het middenveld dan maar mag doen waar het zin in heeft, maar er moet wel vertrouwen zijn.”

StampMedia: Kan u dat staven met voorbeelden?

Beels: “Het is niet aan mij om hier met namen en organisaties te komen. Als ik nu namen noem, riskeren die mensen en organisaties alles te verliezen. Je kunt je wel afvragen hoe het komt dat niet alleen het middenveld, maar ook de stadsdiensten zo weinig kritisch zijn de laatste jaren, terwijl ze dat vroeger veel meer waren. Veel mensen zijn daar opgestapt of overgeplaatst naar een andere positie. Dat betekent dat veel expertise verdwenen is. Dat is verontrustend.”

StampMedia: Wij hebben als StampMedia de laatste zes jaar wel altijd kritiek kunnen uiten op het huidige stadsbestuur, nochtans zijn wij ook afhankelijk van hun subsidies.

Beels: “Dan ben ik heel blij voor jullie. Jullie zijn daarin een uitzondering. Mensen in het middenveld, jongerenwerkers en pleintoezichters vertellen mij onder vier ogen een ander verhaal: zij zijn bang.”

StampMedia: Voor wie zijn ze dan bang?

Beels: “Voor een stadsbestuur dat op een bepaalde manier afrekent met meningen die niet overeenstemmen met wat het beleid beslist. Ik kan mezelf als voorbeeld geven: een paar jaar geleden ben ik ook op een zijspoor gezet geweest. Mijn toenmalige korpschef zei toen dat ik gepromoveerd was, maar dat is onzin. Als je iemand monddood maakt, omdat de kritiek die iemand uit niet past in je eigen beleid, en je zet die op een andere functie, dan is dat geen promotie. Ik heb drie keer gesolliciteerd in Antwerpen, en drie keer hoorde ik: ‘We gaan u niet aannemen want dan verliezen wij onze subsidies, dat kunnen we niet maken tegenover het stadsbestuur’. Als mensen dan moeten werken in het belang van jongeren, moeten die kritisch durven zijn.”

StampMedia: Bart De Wever vertelt dat hij vaak langsgaat bij jongerenorganisaties en dat hij daar veel kritiek krijgt.

Beels: “Wat is vaak? De laatste keer dat jongeren hem vroegen om langs te komen na de rellen op het Terloplein, heeft hij zijn kat gestuurd. (Beels doelt op het overlegmoment in juni 2017, opgezet door de Borgerhoutse jeugdorganisaties Samen op Straat, JES en KRAS jeugdwerk, om samen met buurtbewoners, de politie en het stadsbestuur tot constructieve oplossingen te komen voor de wijk. De Wever en zijn collega-schepenen hebben toen in de loop van de dag laten weten dat ze niet aanwezig zouden zijn op dat overleg, nvdr.) Jongeren spreken me daar nu nog over aan. In een verkiezingsjaar gaan alle politici zoveel mogelijk de straat op en bezoeken ze zoveel mogelijk jongeren en organisaties. De kunst is dat je dat ook doorheen je legislatuur blijft doen, en op momenten dat het voor je beleid misschien heel pijnlijk is. Jongeren kunnen en mogen gefrustreerd zijn. Als je vaak over hen in plaats van met hen praat, kan ik me perfect inbeelden dat ze dat niet  leuk vinden.”

StampMedia: Hoe vaak bent u van plan langs te gaan bij jongerenorganisaties?

Beels: “Zoveel mogelijk, hoewel ik daar moeilijk een frequentie op kan plakken. Ik kan wel refereren aan het feit dat ik tijdens mijn dienstjaren als officier ook zoveel mogelijk aanwezig ben geweest op straat en bij de jongeren. Ik wil dat als burgemeester ook doen. En zelfs als ik geen burgemeester word, wil ik dat blijven promoten. Drie maanden na de verkiezingen mag je me gerust vragen hoe vaak ik bij jongeren ben geweest om met hen te praten. Ik hoop dat jullie het doen, want nu wordt dat veel te weinig gedaan.”

StampMedia: Uit het Memorandum bleek ook dat bijna de helft van de jongeren de politie als onvriendelijk beschouwt. Hebt u concrete plannen om die kloof te dichten?

Beels: “Ik heb als diensthoofd diversiteit bij de Antwerpse politie jaren gewerkt aan het negatief imago van de politie bij jongeren. Toenadering zoeken tot al die middenveldorganisaties, zoals Kras, Formaat en Jes neemt tijd in beslag, het vertrouwen komt niet meteen. Als je jongeren wil bereiken, moet je eerst de coördinatoren mee hebben, dan de jongerenwerkers, en dan de jongeren. Maar zodra er iets negatiefs in het nieuws komt, zet je weer drie stappen achteruit. Noodzakelijk voor eerstelijnspolitiewerk is de wijkwerking.  Het is een eerste contact met de samenleving en de brug naar de politie. Daarvoor moet je voortdurend aanwezig zijn in de straat, bij de jongerenorganisaties, op buurtfeesten,…”

Beels: “Wij hebben bij de politie het tij niet kunnen keren, maar we hebben er wel voor gezorgd dat de dialoog op gang is gekomen. Nu zie je dat we weer afglijden naar fricties en confrontaties. Politiemensen moeten getraind worden in hun omgang met jongeren, en moeten de eerste stappen zetten. Dat laatste kun je niet verwachten van jongeren. Laagdrempelige politie, goede contacten met het middenveld en projectmatig werken. Ik pleit voor een dienst diversiteit die daar full time mee bezig is.”

StampMedia: Hoe groot is het racismeprobleem binnen het Antwerpse korps?

Beels: “Het probleem bestaat. Net als in andere korpsen. Het Antwerpse korps is niet racistischer dan andere.  Het is een algemeen probleem. En daar wordt niet goed mee omgegaan. Het racismeprobleem ga je niet oplossen door extra – mag ik dat zeggen? – “bruine” mensen aan te werven. Dat is een manier om je als politicus populair te maken, omdat je dan kan zeggen: kijk eens hoe divers mijn korps is. Er komt veel meer bij kijken dan dat. Een diversiteitsbeleid moet een in de hele organisatie geïntegreerd zijn. Laat dat nu juist het probleem zijn. Jongeren moeten zich kunnen herkennen in politieagenten. Hoeveel jongeren van het Kiel kunnen dit momenteel? Dat heeft trouwens niet alleen iets met kleur te maken. Je hebt eerst agenten uit de gemeenschappen nodig, die sterk in hun schoenen staan en die een positief verhaal brengen over de politie. Momenteel voelen veel allochtone politieambtenaren zich onvoldoende ondersteund en weten ze niet hoe ze daarmee moeten omgaan.”

StampMedia: Kun je diversiteit op stadsniveau op dezelfde manier aanpakken als in een politiekorps?

Beels: “Ja. Ook op stadsniveau zijn die problemen er, op veel echelons. Ik ben bijvoorbeeld de enige vrouwelijke lijsttrekker (van de grote partijen, van de stadslijsten in Antwerpen, nvdr). Anno 2018 kun je je daar toch vragen bij stellen. Maar de politie is nog belangrijker, omdat die als enige een geweldsmonopolie heeft. Ze kan op een zeer ingrijpende manier interventies doen bij mensen. En sommige van die interventies laten diepe sporen na bij mensen. Net daarom is die identificatie vanuit de politieorganisatie nog belangrijker dan bij andere organisaties.”

StampMedia: Wil u de veiligheidscultuur van de N-VA afbouwen?

Beels: “Ik wil een ander veiligheidsbeleid voeren, met minder stoere praat en een minder zichtbare Rambo-stijl – denk maar aan de pantserwagens en zwaarbewapende SRT-ploegen. Je moet natuurlijk ook een goed uitgebouwd repressief apparaat hebben. Maar het luik over preventie en pro-actie moet daarom niet zomaar afgebouwd worden. De twee moeten in evenwicht zijn, en dàt is de uitdaging voor een vernieuwd veiligheidsbeleid. Geweld is contraproductief. En geloof me: je kunt die wedloop met de georganiseerde misdaad niét winnen. Dus wees slim: investeer in de ogen in de wijk, want daar krijg je de meeste informatie. Een politieagent is altijd twee stappen voor als hij of zij goede banden heeft met de wijkbewoners.”

StampMedia: Geldt dat ook voor de war on drugs?

Beels: “Die is mislukt. Niet enkel hier in Antwerpen, maar wereldwijd. Nu opeens na zes jaar wordt dat toegegeven. Maar het is te laat natuurlijk. Wij hebben altijd gezegd dat het aanpakken van overlast en dealers dweilen met de kraan open is. Ondertussen hebben die grote haaien de kans gekregen om zich te organiseren, en zijn ze nu in de straten van Antwerpen hun oorlog aan het uitvechten. Ik wacht nog steeds op de uitvoering van het Stroomplan. Acht maanden na de voorstelling ervan treedt het vandaag in werking. Het was goed geweest als we het nu, vlak voor de verkiezingen hadden kunnen evalueren, niet? Nee, in plaats daarvan gaan we daarvoor moeten wachten tot januari 2019, een jaar  na de bekendmaking. Hallucinant.”

StampMedia: Volgens de burgemeester zijn dat de excessen van het vorige – socialistisch – bestuur.

Beels: “Hoe vaak gaat deze burgemeester de schuld nog blijven steken op het verleden? Mij interesseert het verleden niet. Ik leef nu, en ik leef voor morgen. En het wordt hoog tijd dat hij dat ook doet, want zijn stad is aan het verkommeren. En dat is erg, want de veiligheid van onschuldige burgers komt daarmee in het gedrang. Het zou veel verstandiger zijn om het Stroomplan in uitvoering te brengen, zodat we eindelijk kunnen bijbenen met de criminele organisaties. Trouwens, het is een nieuw plan, en dat zal onvermijdelijk kinderziektes hebben. Waar we ook weer tijd mee zullen verliezen. En die tijd hebben we niet meer.”

StampMedia: Ook mobiliteit is een groot thema in de verkiezingen. Het komt ook naar voren in het Memorandum: vijf op de tien jonge voetgangers en zeven op de tien fietsers voelt zich vaak of altijd onveilig in het Antwerpse verkeer. Hoe zien jullie dat?

Beels: “Werven in de stad moeten beter aangepakt worden, en signalisatie moet binnen het uur aangepast kunnen worden. We moeten mensen ertoe aanzetten om hun auto te laten staan en alternatieve vervoersmiddelen te gebruiken. Op voorwaarde dat die alternatieven er dan ook zijn. De infrastructuur moet aangepast worden aan het aantal fietsers in de stad. En de tram moet doorgetrokken worden tot in Brasschaat. Met park en rides ver buiten de stad waar mensen hun auto kunnen laten staan en met het openbaar vervoer naar de stad kunnen komen.”

StampMedia: Dat is toch ontzettend duur? Een kilometer tramlijn kost een ongeveer vijf miljoen euro.

Beels: “Dat kan perfect ingecalculeerd worden. Over de lage-emissiezone moeten we durven toegeven dat we er nog lang niet zijn. Bewoners in de districten buiten de Singel vinden geen parkeerplaats meer, want iedereen parkeert zijn auto daar. Wij willen rond de tafel zitten en uitdokteren wat wij kunnen doen om dat parkeerprobleem in de districten aan te pakken.”

StampMedia: U wil ook de Antwerpse binnenstad autovrij maken. Dat klinkt bijzonder ambitieus. Heeft dat geen gevolgen voor de economie?

Beels: “Natuurlijk, maar dat mag ook. En je moet creatief zijn op dat vlak. Neem bijvoorbeeld winkels op de Meir en hun bevoorrading. Al die vrachtwagens rijden nu nog tot in de binnenstad zelf. Tegelijk gebruiken we te weinig onze waterwegen en de spoorwegen, en komt er een groot complex vrij op de Luchtbal. We zouden we een distributiecentrum van kunnen maken, waar de grote vrachtwagens  leveren en de goederen in elektrische bestelwagens laten leveren in de binnenstad. We willen de auto niet volledig bannen, maar mensen moeten beroep kunnen doen op alternatieven.”

StampMedia: Waarom moeten jongeren op 14 oktober op sp.a stemmen?

Beels: “Wij nemen jongeren bij de hand en begeleiden hen in het onderwijs of naar een job. Die inspanning moet anderzijds niet alleen maar komen vanuit het beleid, maar ook vanuit de jongeren zelf. We kunnen van jongeren verwachten dat zij aanwezig zijn in de stad, maar dan met respect voor hun omgeving en het publiek domein.”