Na jarenlange tegenstand geeft de ecologistische partij Groen de strijd op tegen genetisch gemodificeerde organismen (of ggo’s). Of toch grotendeels. De jongerenafdeling van de partij stelt nu dat genetisch gewijzigde organismen een plaats hebben in duurzame landbouw. En in De Morgen krijgt die stelling steun vanwege allerlei Groen-politici uit de moederpartij.

Een flinke bocht binnen Groen. Daar lijkt het toch op. “Vlaanderen moet ggo-vrij blijven” was een slogan waarmee Europarlementslid Bart Staes (ex-VU, thans Groen) 15 jaar geleden kiezers trachtte te overtuigen. Begin jaren 2000 stond de techniek nog niet ver en was het ook niet volledig duidelijk wat de gevolgen waren of konden zijn voor mens en milieu. Vandaag staan de zaken echter anders.

Groen: “We staan open voor de wetenschappelijke argumenten”

Staes is nog steeds bijzonder kritisch ten aanzien van genetisch gewijzigde organismen, maar andere geesten zijn intussen gerijpt binnen de partij, zo rapporteert De Morgen. Wetenschappelijk onderzoek heeft immers allang aangetoond dat GGO’s helemaal niet het grote gevaar voor ons leefmilieu vormen waarvoor doemvoorspellers waarschuwden.

Bij Jong Groen hebben ze dat onderzoek geïnternaliseerd. “Het grote verschil met onze moederpartij is dat wij ggo-technieken niet per definitie uitsluiten”, zo licht zegt Belinda Torres Leclercq, co-voorzitter van Jong Groen, De Morgen in. “We staan open voor de wetenschappelijke argumenten. Op voorwaarde dat ggo’s in een duurzaam landbouwsysteem passen.”

(Lees verder onder de tweet.)

“Geen probleem met het aanpassen van DNA”

Niet iedereen in de moederpartij is het daarmee eens, maar de positie krijgt flink wat bijstand. “Ik heb persoonlijk geen probleem met het aanpassen van DNA”, aldus Vlaams parlementslid Imade Annouri (Groen). “Dingen onderzoeken, stappen vooruit zetten: dat is wetenschap.” Annouri wijst wel op het gevaar van bepaalde “multinationals zoals Bayer en Monsanto (intussen ook deel van Bayer, red.) […] die lobbyen bij politici, [en] concurrenten buitenspel [zetten]”.

Hij wordt daarbij bijgetreden door senator en professor in de reproductieve geneeskunde Petra De Sutter (Groen): “Dit gaat niet over wetenschappelijke risico’s. Het grote probleem is dat multinationals belangrijke delen van de voedselproductie in handen krijgen. Dat vormt een groot gevaar voor de democratie.” Critici stellen echter dan weer dat het net door te strenge regulatie is dat de GGO-markt nauwelijks toegankelijk is voor andere spelers dan grote oligopolisten.

(Lees verder onder de video.)

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Genetisch gemodificeerde organismen zijn, zoals de benaming doet vermoeden, gewassen of dieren wier genetische formule zijn gewijzigd. Het is echter een verkeerde opvatting dat het louter wijzigen van genetische samenstellingen iets nieuws is. Door het fokken van dieren en het selectief kweken van gewassen heeft de mens immers al sinds oudsher de genetische make-up van organismen gewijzigd. Een goed voorbeeld hiervan is maïs, dat oorspronkelijk veel kleiner en minder voedzaam was, maar door de Centraal-Amerikaanse Indianen werd veredeld.

Als men het vandaag over een ggo heeft, bedoelt men dan ook een gewas of dier dat het resultaat is van gentechnologische ingrepen. In het Engels spreekt men ook wel over ‘genetic engineering’. In de afgelopen jaren heeft gentechnologie geholpen om allerlei gewassen resistenter te maken voor ziektes en de voedselopbrengsten te vergroten. In 2015 werden op 12 procent van de landbouwgebieden in de wereld ggo-gewassen geteeld.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/