Juwelier Filip Moens zit in de penarie. Er hangt hem een straf van 20 tot 30 jaar boven het hoofd nadat hij op de overvallers van zijn zaak en de kwelgeesten van zijn zus en vader schoot met zijn vuurwapen. Een van de overvallers liet daarbij het leven. Juwelier Moens is echter geen onmens die voor zijn plezier iemand doodschoot. De stigmatisering van mensen als Moens moet dan ook stoppen. Burgers moeten ook op veiligheidsvlak emanciperen. En ja, de angst mag van kamp veranderen. De uitbreiding van de wettelijke definitie van zelfverdediging is hier een logisch onderdeel van. Dat schrijft hoofdredacteur Jonas Naeyaert in zijn opinie-editoriaal.

Juwelier Moens uit Oostakker bevindt zich in moeilijk vaarwater. Nadat zijn zaak werd overvallen en hij samen met zijn zus en 88-jarige vader werd gegijzeld, geslagen en geschopt door twee allochtone gangsters, moest Moens toezien hoe de bandieten met zijn koopwaar aan de haal gingen. Waar de gangsters echter geen rekening mee hielden, is dat Moens een gewapend burger was. Terwijl de boeven nog luidkeels “Tirer, tirer!” (schiet, schiet!) naar elkaar riepen, besloot Moens niet te wachten op het geweervuur van de criminelen en om het heft in eigen handen te nemen. Hij schoot zelf. Drie maal. Even later bezweek een van de daders aan zijn verwondingen.

ADVERTENTIE

Hierna werd Moens opgepakt voor doodslag. Er hangt hem nu 20 tot 30 jaar celstraf boven het hoofd. Op sociale media en vanuit het middenveld kwam een storm van steun op gang, maar de partijpolitieke wereld was – met uitzondering van het Vlaams Belang – karig met morele bijstand. Terwijl de politiek voorzichtig bleef, waren een aantal linkse opiniemakers er wel als de kippen bij om diegenen die begrip uitdrukten, te stigmatiseren. Unizo, de zelfstandigenorganisatie die Moens een hart onder de riem stak, werd al snel door de links-activistische viroloog Marc Van Ranst weggezet als populisten die “dieven […] per direct [willen] executeren”. Maar als niemand het opneemt voor de paria’s, nemen de paria’s het voor zichzelf op.

Moens, geen onmens

De spanning en kwelling die Filip Moens Moens moet doorgemaakt hebben, is enorm in omvang. Niet alleen de eigen pijn moest worden doorstaan, maar het machteloze gevoel dat moet gepaard gaan met je familie te zien lijden en afzien terwijl je niets kan doen, moet verschrikkelijk geweest zijn. De slagen en schoppen van de rovers zorgden voor een aanval bij de bejaarde vader van Moens, maar zelfs dat weerhield de bandieten er niet van om hun slopend geweld verder te zetten.

Op de koop toe gingen de kwelgeesten aan de haal met de moeizaam opgebouwde juwelenvoorraad van de zaak. Verzekeraars dekken veelal niet alles wat gestolen wordt uit juweelzaken, zo kwam deze week nog maar eens aan het licht. Wanneer de overvallers tijdens hun vlucht dan nog eens luidkeels overwogen om alsnog de zaak/woonst van Moens te beschieten, besloot de onfortuinlijke juwelier om niet te wachten op het noodlot. Hij haalde zijn vuurwapen boven en neutraliseerde de dreiging.

Wie kan – met beminde ouders, kinderen of familie – geen begrip opbrengen voor Moens? In een stress-situatie zoals deze is er weinig tijd om te denken. Wellicht kon de man betere beslissingen nemen in betere omstandigheden, maar ‘nood breekt wet’, zoals het spreekwoord luidt. Weinigen zullen juichen om het vroege einde van een jonge kerel – sadistische bandiet of niet – zoals Hasan L. (23). Wat echter vast staat is dat die laatste en zijn kompaan een pak meer tijd hadden om na te denken vooraleer tot hun daden over te gaan.

Dystopia Belgica

We leven in verwarde tijden. Parketten seponeren tal van strafzaken en wat wel tot een veroordeling komt, wordt mild gestraft. De gevangenissen zijn immers overvol. Nieuwe centra bijbouwen, lijkt maar niet te lukken. De overheid gaat dan maar over tot een beleid van penitentiaire verloven, vervroegde vrijlatingen en de bovengenoemde lakse straffen. Maar dat heeft een prijs. Het vertaalt zich in de criminaliteitscijfers, die vol zitten met recidivisten, en in een gering vertrouwen van de burger in het gerecht. Zo vindt maar liefst drie kwart van de Belgische burgers dat criminelen hun straf tot het einde moeten uitzitten. Maar daar denkt de politiek anders over.

Dit geheel resulteert niet alleen in straffeloosheid, maar tevens in onveiligheid. Veiligheid is nochtans een van de kerntaken van een overheid, zo wist reeds de zeventiende-eeuwse filosoof Thomas Hobbes. En onze overheid verzaakt aan die plicht. Door onder druk van cipierstakingen criminelen terug op de straat te brengen. Door omwille van plaatstekort in de gevangenissen milde of geen straffen te laten uitspreken. Door omwille van budgettaire keuzes niet te investeren in meer blauw op straat. Door het gebrek aan politieke wil om hier allemaal verandering in te brengen.

(Lees verder onder de tweet.)

Is bezit ook geen deel van je leven?

Maar als het de politiek dan toch niet lukt om een adequate veiligheidspolitiek te voeren, waarom emanciperen we de burger dan niet in plaats van allerlei bijzondere maatregelen, zoals het verlengd penitentiair verlof in te voeren? Het geweldsmonopolie van de overheid kan iets goed zijn, maar dan moet die overheid wel zijn werk doen. Tot dan dringt de uitbreiding van wettige zelfverdediging zich op. Zo’n uitbreiding kan ook een afschrikkend effect met zich meebrengen. “An armed society is a polite society”, of “een gewapende samenleving is een beleefde samenleving”, zo schreef immers schrijver Robert Heinlein.

Iemand kan dan beargumenteren dat het recht op eigendom niet zo fundamenteel is als het recht op fysieke integriteit. Het geloof hierin is de reden waarom in onze huidige maatschappij wettige zelfverdediging beperkt is. Is het echter zo onredelijk dat wanneer criminelen hun burgerlijke rechten verliezen na een veroordeling, ze ook hun leven in gevaar brengen wanneer ze gewapend inbreken bij iemand? Wie immers zijn gat verbrandt…

Uiteraard mag zo’n uitbreiding niet leiden tot wetteloosheid in plaats van straffeloosheid. Dat is immers van de regen in de drup overgaan. Even over de grenzen kijken kan echter al volstaan. In Nederland wordt wettige zelfverdediging als volgt omschreven: De “noodzakelijke verdediging van eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.” Uiteraard is deze voorziening, die ook bezit betreft, gebonden aan ‘proportionaliteit’ en ‘subsidiariteit’. Dat wil zeggen dat je niet voor een kruimeldiefstal excessief geweld mag gebruiken en dat geweld het laatste redmiddel moet zijn. Maar als het moet, dan moet het. Cowboytoestanden komen daarbij niet aan te pas, wel gezond verstand. Binnenkort ook bij ons?

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/