Het Syrische regeringsleger heeft verschillende dorpen in het zuiden van Syrië veroverd na grootschalige luchtaanvallen. Het gebied dat in handen is van de opstandelingen wordt steeds kleiner. Volgens de Verenigde Naties zijn er zo’n 160.000 mensen op de vlucht geslagen voor het geweld.

Zaterdag heeft het Syrische regeringsleger verschillende dorpen in het zuiden van Syrië veroverd. Verschillende lokale rebellengroepen hebben, onafhankelijk van de belangrijkste commandocentra van de rebellen, hun overgave onderhandeld met het Syrische leger na zware luchtaanvallen.

Mislukte vredesbesprekingen

Op zaterdag hebben de rebellen Russische onderhandelaars ontmoet om vredesvoorwaarden voor de zuidelijke provincie Daraa te bekomen. Die ontmoeting is echter op niets uitgedraaid. Eerder liet president Assad verstaan dat zijn regering, op voorstel van Rusland, probeerde tot een overeenkomst met de rebellen in het zuidwesten van het land te komen.

Die deal zou lijken op gelijkaardige overeenkomsten die eerder met rebellen op andere plaatsen in Syrië gesloten werden. Daarbij zouden opstandelingen ontruimd worden naar Idlib, waar voornamelijk jihadistische groeperingen de plak zwaaien.

Het zuidwesten van Syrië was lang een van de broeihaarden van de opstand tegen de Syrische president Bashar al-Assad. Indien het Syrische leger erin slaagt de rebellen daar te verslaan, dan hebben de opstandelingen enkel nog de provincie Idlib – aan de Turkse grens – in handen.

https://twitter.com/GeromanAT/status/1012990158453596160

160.000 mensen op de vlucht

Volgens de Verenigde Naties zijn er door de bombardementen momenteel zo’n 160.000 mensen op de vlucht geslagen. Het regeringsoffensief heeft zich tot nu toe voornamelijk gericht op de provincie Daraa, grenzend aan Jordanië. De provincie Quneitra, die grenst aan de door Israël bezette Golanhoogten, blijft vooralsnog buiten schot.

Het hele zuidwesten maakt deel uit van een ‘deëscalatiezone’ waarover Rusland, de Verenigde Staten en Jordanië vorig jaar overeenstemming hebben bereikt. Ondanks de dreigementen van Washington dat het zou reageren op schendingen van die regeling, lijken de Verenigde Staten aan de zijlijn te blijven staan.