In Graz begon vandaag het proces tegen de zogenaamde ‘Identitaire Beweging (Oostenrijk)’ (IBÖ). In totaal worden 17 activisten van de rechtse politieke beweging aangeklaagd onder verdenking van criminele bendevorming, opruiing en beschadiging. Als het tot een veroordeling komt, kunnen de activisten tot 3 jaar cel veroordeeld worden. Rechtsexperten waarschuwen echter voor juridische willekeur in een ideologisch gemotiveerd proces.

Woensdag begon in Graz het proces tegen tien kaderleden en zeven ‘actieve sympathisanten’ van de zogenaamde ‘Identitaire Beweging Oostenrijk’, die sinds enkele jaren van zich laat horen als patriottische burgergroepering. Volgens het Openbaar Ministerie zou de beweging zich echter schuldig maken aan criminele bendevorming, het aanzetten tot haat en gedeeltelijk aan beschadigingen en bedreigingen.

Tien van de verdachten zijn studenten, één verdachte zit nog op de schoolbanken, de anderen staan reeds in het beroepsleven. Allen zijn tussen 20 en 35 jaar oud. Ook de officieuze leider van de beweging, student Martin Sellner, staat terecht in deze zaak. Naar alle verwachtingen volgt pas aan het einde van juli een uitspraak in deze zaak.

Volksopruiing

De concrete aanklacht tegen de groepering verwijst naar “de verspreiding van een radicale, xenofobe en islamofobe ideologie”, de verkoop van propagandamateriaal via het internet en in via een doelbewust daarvoor opgerichte firma. Verder verwijst het Openbaar Ministerie ook naar de rol van de Oostenrijkse Identitairen in de creatie van een pan-europese Identitaire Beweging door samenwerking met gelijkaardige groepen in Frankrijk, Italië, Zwitserland en Duitsland.

In zijn openingspleidooi verwees de Openbaar Aanklager naar de bezetting van het hoofdkwartier van de Oostenrijkse Groenen in Graz in april 2016, de bezetting van de Turkse ambassade in Wenen in 2017 en een actie aan de universiteit van Klagenfurt als de eerste daden van volksopruiing. Zo zou vanaf 2016 de Identitaire Beweging Oostenrijk zich steeds meer geënt hebben op het beledigen en openbaar belasteren van vreemdelingen, moslims en vluchtelingen. Ook zouden er intensieve contacten bestaan met de Duitse Identitairen, die gevolgd worden door de Duitse veiligheidsdiensten.

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Hiërarchie en Merchandise

De beweging zou volgens de Openbaar Aanklager sterk hiërarchisch georganiseerd zijn op nationaal, regionaal en lokaal niveau, en door middel van regelmatige YouTube-video’s aanzetten tot haat. Ook de hoge inkomsten door merchandise, zoals t-shirtverkoop via phalanx-europa.com stemt het Openbaar Ministerie tot wantrouwen. De hoofdmoot van de bewijsvoering ligt echter in het handelen van derden. Zo zouden in Oost-Steiermark afbeeldingen van twee families met Turkse wortels op de deur van een horecazaak bevestigd zijn door onbekenden. Verder zouden er ook zelfklevers van phalanx-europa, de merchandise-firma van de aangeklaagden Martin Sellner en Patrick Lenart, die ook gelden als de centrale figuren in de Oostenrijkse Identitaire Beweging, bijgekleefd hebben.

Razzia’s

Reeds op 27 april van dit jaar vond in Oostenrijk een nationale razzia tegen de Identitaire Beweging plaats, waarbij private woningen doorzocht werden en elektronica en documenten in beslag genomen werden. Verder werden ook de zakelijke bankrekeningen en de private rekeningen van Sellner en Lenart bevroren met het doel ook de private onderneming van beiden activisten lam te leggen.

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Een veroordeling van de beweging zou kunnen leiden tot het verliezen van de status als Gemeinnützige Vereinigung, grofweg te vergelijken met de vzw-status in België. Als een mogelijke veroordeling hiertoe zou leiden, zullen Sellner en Lenart persoonlijk moeten instaan voor de nabetaling van de betreffende belastingen. Een mogelijke veroordeling zou echter ook grote gevolgen kunnen hebben op Europese schaal. Zo wordt ook de Duitse Identitaire Beweging sinds enkele jaren in het oog gehouden door staatsveiligheid, die op de steun kunnen rekenen van sociale mediabedrijven, die enkele weken geleden nog de pagina’s van identitaire bewegingen in Europa verwijderden.

Gevaarlijk precedent

De directe aanval op de Identitaire Beweging doet echter in politieke en juridische kringen de wenkbrauwen fronsen. Een veroordeling volgens deze weg, waarbij sterker gefocust werd op opruiing in het politieke discours, werd pas mogelijk gemaakt in 2015. De voormalige voorzitster van het Hoogste Gerechtshof in Oostenrijk (OGH) en parlementslid voor de links-liberale partij NEOS, Irmgard Griss, waarschuwde voor een veroordeling op basis van het verspreiden van ideeën als een “te scherp zwaard” dat een gevaarlijk precedent zou kunnen vormen.

Ook strafrechtsexpert van de Universiteit Wenen, Helmut Fuchs, ziet geen reden om de groepering te veroordelen voor het aanzetten tot haat en waarschuwt voor het gebruik van het recht als ideologisch breekijzer. Juridische experten Harald Stefan (FPÖ) en Hannes Jarolim (SPÖ) verwijzen naar artikel §278StGB als een middel om georganiseerde criminaliteit aan te pakken en de handelswijze van de Openbaar Aanklager als een gevaarlijk ideologisch gemotiveerd precedent. De leidende christendemocratische regeringspartij ÖVP reageerde nog niet.

Europese IB

De ‘Identitaire Beweging’ of ‘Identitaire Generatie’ ontstond zo’n decennium geleden in Frankrijk en kon zich vanaf 2012 ook in Oostenrijk en Duitsland verspreiden. De beweging kenmerkt zich door een jong profiel en een nadruk op persoonlijke vorming en activisme. Zowel in Frankrijk (Lyon en Rijsel) als in Duitsland (Halle an der Saale) kon de beweging zichzelf uitbouwen door middel van gemeenschapslokalen zoals sporthallen, café’s of vormingshuizen. De beweging wordt in verband gebracht met denkers als Alain de Benoist en Götz Kubitschek en in Duitsland als extreemrechtse organisatie gevolgd door de overheidsdiensten.