De N-VA bestendigt zijn positie als rijkste partij. Vorig jaar kon de Vlaams-nationalistische partij maar liefst 4,7 miljoen euro boeken. Heel wat van die winst komt uit huurinkomsten, maar ook de beleggingen van de partij zijn verstandig gekozen, zo weet De Standaard. De CD&V en oppositiepartij Groen roepen nu op om een plafonnering van het dotatiesysteem in te stellen voor N-VA. Die laatste partij wijst er echter op dat de CD&V samen met Groen nog voor meer dotaties stemde in 2013. 

Ook vorig jaar bleek de N-VA al veruit de rijkste partij met een balanstotaal van 39 miljoen euro en een totale spaarpot van 68,5 miljoen euro. Een jaar later is daar nog eens 4,7 miljoen euro winst bijgekomen. Met deze winst kon de partij het boekhoudkundig jaar 2017 afsluiten. “Wij zijn zoals een goede huisvader: we betalen ons huis af en we beleggen bij de bank”, zo getuigt de algemene secretaris van de N-VA, Louis Ide in De Standaard.

De blog ‘De Rijkste Belgen’ benoemt de N-VA na onderzoekwerk van journalist Thierry Debels als “een half vastgoedbedrijf”. Dat vindt Ide echter overdreven. “In 2003 (toen de N-VA slechts één zetel behaalde, red.) moesten we ons hoofdkwartier op het Barricadenplein verkopen en tot voor kort waren wij de enige partij zonder eigen partijgebouw”, aldus nog Ide. “Nu hebben we een lening lopen om het gebouw te kopen. Het verhuren van een deel ervan helpt ons om die lening af te betalen.” Maar de rijkdom creëert jaloezie bij andere partijen, zo blijkt.

Dotaties en kritiek op N-VA

Dat N-VA mooie inkomsten haalt uit beleggingen en het verhuur van vastgoed is niet de enige (grote) bron van inkomsten voor de partij. Jaarlijks mag de partij rekenen op 13 miljoen euro aan subsidies in de vorm van partijdotaties. Gezien de centrumrechtse flaminganten de grootste partij zijn in het land, mogen zij immers ook op het grootste bedrag rekenen.

Bij CD&V zijn ze – ondanks zelf jarenlang geprofiteerd te hebben van het dotatiesysteem als grootste partij – echter kritisch voor het dotatiesysteem. Zij willen nu een plafond voor partijen die meer dan 25 procent van de stemmen behalen. Ook Groen bekritiseert de N-VA en treedt de CD&V bij inzake het limietvoorstel. Zo’n plafond zou echter enkel van toepassing zijn op de N-VA gezien alleen zij meer dan 25 percent stemmen halen. “Toch opvallend hoe partijen zich uitsloven om de financiering bij te stellen die ze zelf hebben vastgelegd toen de N-VA nog niet groot was”, vertelt Ide snijdend in De Standaard.

(Lees verder onder de tweet.)

Déjà vu

De kritiek op N-VA doet denken aan gelijkaardige uitlatingen van Groen-parlementslid Kristof Calvo ongeveer een jaar geleden. In een uitzending van Terzake riep de ecologist toen op tot ingrijpende politieke hervormingen waaronder “minder [partijfinanciering]”. Daar werd echter al snel bijtend op gereageerd door een aantal N-VA’ers op Twitter.“Tijdens de 6e [staatshervorming] hebben jullie helaas recent wel tegenovergestelde gestemd, he”, antwoordde Vlaams Parlementslid Annick De Ridder (N-VA) toen onder meer.

(Lees verder onder de tweet.)

Piet De Zaeger, algemeen directeur van de N-VA, deed daar zelfs een schepje bovenop. “Leugenaar!”, tweette hij fel. De Zaeger haalde daarbij een artikel uit Doorbraak aan waarin professor Bart Maddens (KUL) illustreerde dat de beslissing om de partijfinanciering te doen toenemen mee is genomen met behulp van Groen. Dit was in het kader van de hervorming van de senaat. In dat artikel werd aangehaald dat de meerderheid samen met Groen stemde voor een vergroting van de partijfinanciering “met 4,1 miljoen euro”.

In 2013 werden de dotaties inderdaad uitgebreid met behulp van Groen en Ecolo. Het ging echter toen om een uitbreiding van 8,1 miljoen euro, niet 4,1 miljoen euro. Tegelijk werd toen gekozen om 11,5 miljoen euro te besparen op fractiefinanciering en -personeel van de senaat. Enkel de N-VA, het toenmalige FDF (nu DéFI) en het Vlaams Belang stemden destijds tegen. Die laatste partij had het toen over over een “schaamteloze vestzak-broekzakoperatie”.