Het huidige Brussels stadsbestuur heeft niets uit het verleden geleerd, klinkt het bij Johan Van den Driessche, fractievoorzitter van de N-VA in het Brussels parlement. De reden? Brussels PS-schepen voor Cultuur, Toerisme en Grote evenementen, Karine Lalieux, moet toezicht houden op de vzw Rock The City. Niets bijzonders op het eerste zicht, ware het niet dat haar broer daar gedelegeerd bestuurder is. Het is typisch Van den Driessche om dingen te zoeken die er niet zijn, wanneer komt hij eens met een inhoudelijk dossier?”, reageert Lalieux tegenover De Standaard.

De vzw Rock The City werd in 2012 opgericht door onder meer toenmalig schepen Philippe Close en toenmalig OCMW-voorzitter Yvan Mayeur. Het doel van de vzw? Vormingen organiseren om (jonge) langdurig werkzoekenden duurzaam aan een baan te helpen. Daarvoor kreeg de vzw in 2015 zo’n 700.000 euro aan subsidies van de stad Brussel.

Toen Mayeur de Brusselse politiek vaarwel zei in de nasleep van het Samusocial-schandaal, volgde Close – toen schepen van Toerisme – hem op. Lalieux volgde op haar beurt Close dan weer op als schepen van Toerisme. Hierdoor werd ze de bevoegde en toezichthoudende schepen van de vzw Rock The City. Sinds medio 2012 is Patrick Lalieux, broer van, echter gedelegeerd bestuurder bij diezelfde vzw.

Close: “Op de rand van het extreemrechtse”

Van den Driessche kaartte deze – althans volgens hem – ongezonde situatie op de gemeenteraad aan. Van burgemeester Close kreeg hij evenwel te horen dat hij een “leugenaar” is en zich “op de rand van het extreemrechtse” bevond. Tevens diende de N-VA’er een klacht in bij de dienst Brussel Plaatselijke Besturen, dewelke onder de bevoegdheid van Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) valt. Volgens deze dienst is er van een belangenconflict geen sprake. Zo zou er “geen direct gevolg [zijn] voor de pecuniaire situatie van de heer Lalieux”.

Bij Van den Driessche valt echter te horen dat Vervoort zijn partijgenote beschermt. Bovendien is de situatie juridisch vrij helder. Zo bepaalt de nieuwe gemeentewet het volgende: “het is elk gemeenteraadslid en de burgemeester verboden tegenwoordig te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, voor of na zijn verkiezing, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben”.

Daarnaast oordeelde de Raad van State in het verleden dat er onder ‘rechtstreeks belang’ het volgende moet worden verstaan: “alle belangen waarvan het gemeenteraadslid niet met redelijke zekerheid kan worden geacht voldoende afstand te kunnen nemen om de belangen van zijn gemeentebestuur voorrang te verlenen boven zijn persoonlijke belangen”. Deze interpretatie van het rechtscollege werd door de minister-president niet gevolgd, concludeert Van den Driessche.

“Verlies van tijd”

Niet alleen bewijst dit volgens de N-VA’er dat de stad Brussel weinig heeft geleerd uit het recente verleden, maar ook dat de regels inzake belangenvermenging geen tanden hebben. “Het Brussels stadsbestuur en de Brusselse toezichthouder maken van de regels inzake belangenvermenging een ‘farce’”, concludeert hij.

Lalieux daarentegen omschrijft het incident tegenover De Standaard als een “verlies van tijd”. “Mijn broer, noch mijzelf valt iets te verwijten, ik heb het recht en de deontologie aan mij kant. Het is typisch Van den Driessche om dingen te zoeken die er niet zijn, wanneer komt hij eens met een inhoudelijk dossier?”, klinkt het.