In Turkije heeft zittend president Recep Tayyip Erdogan (AKP) de presidentsverkiezingen in de eerste ronde met een absolute meerderheid gewonnen. Ook in de parlementsverkiezingen haalde hij samen met zijn bondgenoten van de rechtsnationalistische MHP een absolute meerderheid. De oppositie presteerde minder sterk dan verwacht.

Zittend president Recep Tayyip Erdogan en zijn AK-partij eisten zondagavond de overwinning in de presidentiële en parlementaire verkiezingen op. “Het is uitgesloten voor ons om terug te keren van  waar wij ons land op het vlak van democratie en de economie hebben gebracht”, aldus Erdogan.

(Lees verder onder de tweet.)

Sterk resultaat oppositie bleef uit

Met meer dan 99 procent van de stemmen geteld wist hij zo’n 52,5 procent van de stemmen in de presidentsverkiezingen te halen. Zijn AK-partij haalde zo’n 42,5 procent van de stemmen in de parlementaire verkiezingen. Dat resultaat werd nog eens versterkt door zijn rechtsnationalistische bondgenoten van de MHP, die beter dan verwacht scoorden en 11.1 procent behaalden. De opkomst was met 87 procent bijzonder hoog.

Daarmee kan Erdogan een tweede stemronde vermijden. Het zag er de laatste weken nochtans naar uit dat een dynamische en gerevitaliseerde oppositie de kansen van Erdogan kon bemoeilijken. Muharrem Ince van de sociaaldemocratische CHP haalde 31 procent. De Koerdische Selahattin Demirtas (HDP) haalde vanuit de cel 8 procent en de centrumrechtse ex-minister Merkal Aksener (Iyi) wist 7 procent te halen.

In het parlement vertalen de resultaten zich in 343 van de 600 zetels voor de AKP en de MHP, respectievelijk 293 en 50. De grootste oppositiepartij CHP zal 146 zetels hebben, de pro-Koerdische HDP 67 en nieuwkomer Iyi 44. Zondagavond zei de oppositie nog dat het te vroeg was om de nederlaag toe te geven, ook spraken zij van onregelmatigheden. Maar de kiescommissie bevestigde intussen de overwinning van Erdogan.