De tiendaagse staking van Braziliaanse vrachtwagenchauffeurs is eindelijk voorbij. Tien dagen lang werden de belangrijkste wegen in het grootste Zuid-Amerikaanse land volledig geblokkeerd door woedende truckers die protesteerden tegen de meer dan stevige prijsstijging van brandstof. De blokkades legden Brazilië zo goed als lam.

In verschillende steden waaronder de hoofdstad Brasilia braken zware rellen uit bij gevechten om de laatste druppels brandstof in de tankstations, en heel wat winkels zaten doorheen hun laatste voorraden levensmiddelen. De onvrede tegenover het regeringsbeleid zit zeer diep in Brazilië. Ondanks de vele problemen en ongemakken die de staking veroorzaakte, steunde maar liefst 87 procent van de bevolking de truckers, zo blijkt uit een peiling van Datafolha.

Het einde van de staking wil echter lang niet zeggen dat alles weer peis en vree is in het op vier na grootste land ter wereld. President Michel Temer van de sociaal-liberale Partido do Movimento Democrático Brasileiro liet reeds verstaan dat de nodige subsidies om de brandstofprijzen te drukken zullen worden gecompenseerd door stevige besparingen in gezondheidszorg en onderwijs.

Maatregelen die niet van dien aard zijn om de gemoederen te bedaren in een land waar gezondheidszorg en onderwijs nu reeds onbetaalbaar zijn geworden voor een substantieel deel van de bevolking. De jongste vijf jaar daalde de reële koopkracht van de Brazilianen al stevig, en werd een verdubbeling van de werkloosheid opgetekend (6,20 procent in 2013 en 12,90 procent vandaag).

Corruptie

De malaise zit dus veel dieper dan de woede over de brandstofprijzen. Een substantieel deel van de bevolking heeft het helemaal gehad met de opeenvolgende regeringen waar corruptie meer regel dan uitzondering bleek. Luiz Inácio Lula da Silva, president van 2003 tot en met 2010, was de meest linkse Braziliaanse president sinds João Goulart in 1961-1964. In maart 2016 werd hij voor het eerst ondervraagd in verband met het corruptieschandaal rond het Braziliaanse staatsbedrijf Petrobras. Twee weken later kreeg hij een ministerspost in de regering van zijn opvolgster Dilma Rousseff om zo een eventuele vervolging voor corruptie een stuk moeilijker te maken door zijn ministeriële onschendbaarheid.

Lula werd op 29 juli 2016 in staat van beschuldiging gesteld voor obstructie van de rechtsgang en wegens het laten omkopen van een voormalige directeur van Petrobras. Anderhalve maand later werd Lula door het OM opnieuw aangeklaagd, hij werd er van verdacht bij het omkoopschandaal de leidende rol te hebben gespeeld en zichzelf te hebben verrijkt. In hoger beroep werd hij veroordeeld tot een celstraf van twaalf jaar en één maand.

Van terroriste tot president

Ook Lula’s opvolger en protegé Rousseff, nota bene een veroordeelde Marxistische terroriste in de jaren 1970, verloor al snel het vertrouwen van een groot deel van de bevolking. Rousseff werd persoonlijk de ergste recessie in Brazilië in 25 jaar verweten en ook zij kwam onder vuur te liggen door verschillende corruptieschandalen waarbij oppositiepartijen haar beschuldigden van het overtreden van belastingwetten en het manipuleren van overheidsfinanciën. Na een stemming in Kamer en Senaat werd Rousseff eind augustus 2016 afgezet en opgevolgd door Michel Temer.

(Lees verder onder de tweet)

De spin in het hele corruptieweb was en is staatsbedrijf Petrobras, met zowat 70.000 werknemers en een omzet van meer dan 80 miljard dollar het grootste bedrijf in Zuid-Amerika. Onder de regering-Rousseff werd het bedrijf verplicht om diesel en benzine onder de marktprijs te verkopen, om zo de inflatie kunstmatig laag te houden en het blazoen van de regering wat op te poetsen. Een politiek die het bedrijf miljarden dollars kostte. Onder de huidige regering-Temer ging het heel de andere kant op, met zo niet dagelijks dan toch wekelijks een prijsstijging, uitmondend in de staking en blokkades van de afgelopen weken.

Roep naar militaire interventie

Dat zowel de economische crisis waaronder het land gebukt gaat als de politieke crisis door de opeenvolgende corruptieschandalen nefast zijn voor de geloofwaardigheid van de Braziliaanse politiek mag blijken uit de steeds luider klinkende eis van boze truckers en burgers voor een militaire interventie om orde op zaken te stellen. Een veelzeggende eis in een land dat reeds 19 jaar lang door een militair regime werd bestuurd (1964-1983).

En ook het vertrouwen in de pers is tot een absoluut dieptepunt gezakt. Journalisten en cameraploegen van Braziliës grootste zender TV Globo en van de krant O Globo, beiden van dezelfde eigenaar, werden op verschillende plaatsen in het land door boze burgers aangevallen. Dit gebeurde nadat de TV-zender eerder reeds publiekelijk belachelijk was gemaakt tijdens dé hoogdag van het land: de parade in de Sambódromo tijdens het carnaval in Rio de Janeiro.

Braziliës machtigste medium werd er voor de ogen van miljoenen bespot door een sambaschool die een kritische voorstelling bracht rond het thema ‘moderne slavernij’. De groep ridiculiseerde de protesten die tot de val van ex-president Rousseff hebben geleid, protesten die openlijk werden gesteund door TV Globo dat overduidelijk de kant van Michel Temer had gekozen. Temer die zelf op de laatste praalwagen van de stoet werd afgebeeld als vampier met zijn presidentssjerp vol dollarbiljetten.

Ruk naar rechts?

De enige politieke stroming die de huizenhoge onvrede momenteel electoraal lijkt te kunnen gaan verzilveren is de rechts-nationalistische Partido Social Liberal van Jair Bolsonaro, een gewezen militair die al meer dan eens de verdediging op zich nam van de vroegere militaire dictatuur. Hij leidt momenteel de dans in zowat alle opiniepeilingen voor de presidentsverkiezingen die in oktober dit jaar zullen plaatsvinden.

(Lees verder onder de tweet)

Brazilië zal echter meer nodig hebben dan een nogal grofgebekte president om uit het economische moeras te treden. Zolang de corruptie op alle niveaus niet wordt aangepakt, en zolang er geen werk gemaakt wordt van het falende sociale beleid in het land dreigt de doos van Pandora open te blijven.

Vandaag sleept Brazilië zich van schandaal naar schandaal, van crisis naar crisis en van staking naar staking, zonder dat er een oplossing in zicht is. De politieke elite langs beide zijden van het politieke spectrum beschouwen hun macht nog steeds als een vrijgeleide om een politiek te voeren die enkel de bovenklasse ten goede komt. Politiek als speelveld voor een elite, in een land dat steeds verder afglijdt in chaos en armoede.