In het jaar 2017 kostte een gemiddelde Waal de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) zo’n 103,19 euro meer dan een Vlaming. Tegelijkertijd droeg de gemiddelde Waal in 2016 zo’n 2.185 euro minder bij dan de gemiddelde Vlaming. Dat blijkt uit cijfers van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds.

De gezondheidszorg en de financiering ervan, blijven een heet communautair hangijzer. Enerzijds ijveren verschillende Vlaams-nationale partijen voor een splitsing van de sociale zekerheid, anderzijds blijven de Franstalige partijen vasthouden aan de ‘solidariteit’ tussen de twee gemeenschappen. Deze ‘solidariteit’ blijft op zijn minst omvangrijk. Zo betaalde een Vlaamse titularis binnen de Neutrale landsbond in 2016 jaarlijks zo’n 8.963 euro aan sociale zekerheidsbijdragen. Een Franstalige titularis betaalde slechts 6.778 euro.

Wallonië betaalt minder maar geeft meer uit aan gezondheidszorg

Terwijl een Vlaming dus gemiddeld meer bijdroeg, consumeerde de Waal gemiddeld meer. Zo kostte de Vlaming, die was aangesloten bij de Neutrale landsbond, gemiddeld zo’n 2.213,74 euro in 2017. Een gemiddelde Waal daarentegen kostte 2.316,93: een verschil van zo’n 103,19 euro per persoon. Bekijken we dit per modaal gezin van vier personen, dan loopt dit bedrag aardig op tot zo’n 412 euro. Voor de hele Vlaamse gemeenschap gaat het om een gigantisch bedrag.

Deze (Waalse) meerkost valt te verklaren aan de hand van verschillende factoren zoals onder meer een gebrek aan efficiëntie. De populariteit – of net het gebrek daaraan – van een Globaal Medische Dossier (GMD) kan dit illustreren. Terwijl bijna 70 procent van de Vlamingen een GMD heeft, beschikt slechts de helft van de Walen hier over. In Brussel is de situatie nog schrijnender, daar heeft zo’n 43 procent van de inwoners een GMD.

(Lees verder onder het uitgelicht artikel)

[DIEPGAAND]: Vlaanderen blijft Waalse ziektekosten ophoesten

Hoewel dit op het eerste zicht misschien een toonbeeld van ‘bureaucratie’ lijkt, bevat het GMD verschillende gegevens – zoals de medische voorgeschiedenis, het geneesmiddelengebruik en de gevolgde behandelingen van de patiënt – die het mogelijk maken om bijvoorbeeld dubbelonderzoeken te vermijden. Dit resulteert op zijn beurt dan weer in een lagere kostprijs.

Meer dagen van arbeidsongeschiktheid langs Waalse kant

Frappant blijft het verschil in het aantal uitkeringsdagen. Waar dat tussen Vlaanderen en Wallonië een decennium geleden nog 1,8 dagen bedroeg, is dit intussen opgelopen tot zes dagen. Vlamingen zijn zo gemiddeld 20,83 dagen arbeidsongeschikt op één jaar. Walen daarentegen maar liefst 26,83 dagen.

(Lees verder onder het uitgelicht artikel.)

Kamer akkoord over artsenquota: “Gedaan met Waalse overconsumptie”

Nog een opmerkelijk verschil manifesteert zich in het aantal dagen dat een titularis doorbrengt in het ziekenhuis. Met gemiddeld zo’n 2,85 dagen is ook op dit punt de Vlaming de kleinste last voor de sociale zekerheid. Walen (3,02 dagen) en Brusselaars (3,20) scoren hoger.

Communautarisering ziekte- en invaliditeitsverzekering

Jürgen Constandt, algemeen directeur van het VNZ, ziet in de cijfers twee verschillende gezondheidsculturen. “Financiële transfers van noord naar zuid zorgen blijkbaar niet voor een kentering”, laat hij aan weekblad ‘t Pallieterke weten. Integendeel, net zoals bij het aantal dagen arbeidsongeschiktheid, neemt neemt de kloof tussen Vlaanderen en Wallonië toe.

“Onze cijfers tonen aan dat er voldoende reden is om te pleiten voor meer responsabilisering en voor de volledige communautarisering van de ziekte- en invaliditeitsverzekering”, stelt Constandt tegen ‘t Pallieterke.