Kort nadat de Amerikaanse president Donald Trump aankondigde uit het nucleaire akkoord met Iran te stappen, werd de omgeving van Damascus getroffen door verschillende raketten. Syrië wijst met een beschuldigende vinger naar Israël.

Voorafgaand, tijdens en na de aankondiging van Trump bevond het Israëlische leger zich in de hoogste staat van paraatheid. Het leger zei dat het “onregelmatige activiteit” in Syrië detecteerde en instrueerde de burgerautoriteiten in de Golanhoogten om de schuilkelders klaar te maken. Ook werden nieuwe verdedigingswerken ontplooid en reservisten opgeroepen.

Hoogste staat van paraatheid

Concreet zou het gaan om Iraans wapenkonvooi dat raketten vervoerde, met de bedoeling deze op Israël te richten. Gadi Eizenkott, de hoogste generaal van Israël, annuleerde een gepland optreden op een veiligheidsconferentie en zat in de plaats daarvan met defensieminister Avigdor Lieberman samen.

Binnen twee uur na de aankondiging van het Witte Huis meldde de Syrische staatspersagentschap SANA explosies in Kisweh, ten zuiden van Damascus. Volgens SANA werden daarbij twee Israëlische raketten door de luchtafweer neergehaald.

Vaker Israëlische aanvallen op Iraanse doelen in Syrië

In het recente verleden heeft Israël vaker door Iran opgezette basissen in Syrië gebombardeerd. Daarbij werden vooral wapenkonvooien van de sjiitische militie Hezbollah uit Libanon in het vizier genomen. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu zei vorige maand nog dat zijn land actie zal blijven ondernemen tegen Iran in Syrië.

Hezbollah en andere door Iran gesteunde milities hebben een sterke militaire aanwezigheid in Syrië. Volgens Israël breidt Iran zijn invloed uit in een gebied dat zich uitstrekt van de Iraakse tot aan de Libanese grens. Volgens de Israëlische regering voorziet Iran op die manier onder meer Hezbollah van wapens.