In Parijs ontsierden extreemlinkse organisaties zoals Antifa de vakbond 1 mei-optocht. Verschillende winkels en auto’s werden in brand gestoken. Kop van Jut? Symbolen van de consumptiemaatschappij en ordediensten.

Begin deze week kreeg de Franse politie diverse waarschuwingen binnen dat het op 1 mei weleens grondig uit hand zou kunnen lopen in Parijs. Zo werd door extreemlinkse individuen op sociale media opgeroepen om van de eerste mei een “revolutionaire dag” te maken.

Hoewel er van een “revolutie” geen sprake is, daagden er wel zo’n 1.200 zwartgeklede figuren op. Deze voegden zich bij de zijkanten van de geplande demonstraties. Door hun aanwezigheid raakte de traditionele optocht van de vakbonden ontregeld. Volgens verschillende getuigen zouden echter ook vakbondsmilitanten aan de daaropvolgende gewelddaden hebben deelgenomen.

De relschoppers vernielden de ruiten van verschillende winkels – waaronder een Renault garage en een McDonalds restaurant – en staken verschillende voertuigen in brand. Bij hun acties riepen de ‘betogers’ antifascistische leuzen, zwaaiden ze met Sovjetvlaggen en riepen ze slogans tegen de overheid.

Mélenchon: “Schuld van extreemrechts”

Hoewel de relschoppers extreemlinkse slogans riepen, acht Jean-Luc Mélenchon, de leider van het radicaal-linkse La France Insoumise, extreemrechts verantwoordelijk voor de schade. Gérard Collomb, de Franse minister van Binnenlandse Zaken, heeft het geweld al streng veroordeeld.