Guy Verhofstadt, voorzitter van de liberale ALDE-fractie in het Europees Parlement, wil dat de Europese Raad optreedt tegen landen zoals Polen en Hongarije. 

Verhofstadt richtte zich vorige week woensdag in het Europees Parlement tot Donald Tusk, zelf een Pool en voorzitter van de Europese Raad. Verhofstadt verwees daarbij naar een rapport van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking en Europa (OVSE) over de Hongaarse parlementsverkiezingen, overtuigend gewonnen door premier Viktor Orbán (Fidesz).

“Geen plek voor niet-liberale staten”

“Het is ongelofelijk. In Hongarije is de persvrijheid tijdens de verkiezingen ingeperkt. Er was sprake van xenofobe retoriek en intimidatie. De media deden aan eenzijdige berichtgeving, en de financiële steun voor de campagne was oneerlijk verdeeld. Het is tijd om dit met de Europese Raad te bespreken”, aldus Verhofstadt. “Kunnen we wel verder met een lidstaat als er zo’n rapport verschijnt?”

Verhofstadt trekt al langer hard van leer tegen de Hongaarse premier Viktor Orbán (Fidesz). Zo vergelijk hij de verkiezingen in Hongarije met die in Rusland. Ook zei hij dat er binnen de EU geen plek is voor “niet-liberale staten”, een term die door Orbán zelf werd bedacht. Verhofstadt drukte ook zijn bezorgdheid uit ten aanzien van Polen.

De liberaal had ook kritiek op de Europese Volkspartij, de Duitse minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU) en de Britse minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson (Conservatives), die allen Orbán hadden gefeliciteerd met diens overwinning.

OVSE-rapport

Volgens het OVSE-rapport waarnaar Verhofstadt verwijst werden de Hongaarse verkiezingen – overtuigend gewonnen door Viktor Orbán (Fidesz) – gekenmerkt door “een wijdverbreide overlap tussen de middelen van de staat en die van de regeringspartij”.

Het rapport stelt dat daardoor “het vermogen van de deelnemers om op voet van gelijkheid te concurreren ondermijnd”. “Kiezers hadden een breed scala aan politieke opties, maar intimiderende en xenofobe retoriek, vooringenomenheid van de media en ondoorzichtige financiering van campagnes beperkten de ruimte voor een echt politiek debat”, aldus de OVSE “Waardoor kiezers niet in staat waren een volledig geïnformeerde keuze te maken.”