Salah Abdeslam en Sofien Ayari werden vandaag veroordeeld tot celstraffen van twintig jaar voor een poging tot moord op agenten in een terroristische context. De twee mannen moeten ook nog een boete van 12.000 euro betalen. Dat besliste de Brusselse correctionele rechtbank zonet. De ‘procedurefout’ die Sven Mary, de advocaat van Salah Abdeslam, eerder opwierp werd door de rechtbank verworpen.

Op 15 maart 2016 openden Salah Abdeslam, Sofien Ayari en Mohamed Belkaïd in Vorst het vuur op zes agenten. Mohamed Belkaïd overleed, Abdeslam en Ayari konden ontsnappen. Abdeslam was op dat moment al de meest gezochte terrorist ter wereld nadat hij op 13 november 2015, na de aanslagen in Parijs, als enige van de tien betrokken terroristen ontsnapte. Vandaag sprak de rechtbank zich over de schietpartij op de agenten uit. Het proces over de aanslag zelf, volgt later nog.

https://twitter.com/BreakingF24/status/988333533855825921

Schieten om te doden

De rechtbank acht het bewezen dat de drie terroristen de intentie hadden om de politieagenten te doden. “Hun bedoeling blijkt uit de aard van de wapens die ze gebruikten, het aantal kogels dat ze afvuurden en de aard van de verwondingen bij de agenten. Alleen de professionele reactie van de agenten heeft erger vermeden”, citeert De Standaard de correctionele rechtbank. Voor rechter Marie France Keutgen staat het vast dat de veroordeelden behoren tot een groep terroristen die de bevolking op deze manier wilden intimideren.

Het gevolg? De rechtbank volgde het openbaar ministerie dat twintig jaar cel eiste voor deze feiten. Dit is echter niet alles. Naast een strafrechtelijke geldboete van 12.000 euro moeten de twee overlevenden, Abdeslam en Ayari, een schadevergoeding van zo’n 315.000 euro aan de agent die zwaargewond raakte betalen. Daarnaast moeten de twee mannen een schadevergoeding van 142.000 euro betalen aan de Belgische staat en 15.000 euro aan twee andere agenten. Verder moeten Abdeslam en Ayari aan drie andere agenten 10.000 euro betalen. Het totaalbedrag kan echter nog oplopen. Zo werd er volgens De Standaard voor twee agenten een expertise bevolen.

(Lees verder onder het uitgelicht artikel.)

Sven Mary: Strafvordering is onontvankelijk

Mary in het ongelijk gesteld

In een eerdere fase van het proces stelde de advocaat van Abdeslam, Sven Mary, dat er een fout werd gemaakt bij de start van het onderzoek. Zo gebruikte een Nederlandstalige onderzoeksrechter van de Nederlandstalige rechtbank het Frans. De taalwetgeving verzet zich hier echter tegen. Zo dient een rechter de taal te gebruiken van de rechtbank waartoe hij behoort. Het gevolg volgens Mary? De strafvordering moest onontvankelijk worden verklaard. De rechtbank volgde de advocaat evenwel niet.