Een tijd geleden gaf ik een lezing over de europolitiek aan de Universiteit Antwerpen nadat Herman Van Rompuy zijn ervaringen als voorzitter van de Europese Raad had meegegeven. Erg opvallend was zijn uitspraak dat de Europese leiders alleen handelen als drie voorwaarden vervuld zijn: ze moeten met de rug tegen de muur staan, in de afgrond kijken én het mes op de keel hebben.

De verleiding is altijd groot te denken dat het allemaal ligt aan het ontbreken van politici met echt leiderschap. Het is moeilijk hierover te oordelen, maar laten we niet vergeten dat Socrates al zei: “We hebben geen weet van een enkele goede staatsman in deze stad.” De standaard in de politiek is nu eenmaal wat ze is. Daarbij is het eerder bevreemdend dat velen “hoogwaardigheidsbekleders” capaciteiten blijven toedichten die niet realistisch zijn. Af en toe staat er natuurlijk iemand op met zogenoemd charisma. Die maakt dan een pleidooi dat er eigenlijk geen reden is voor al de imperfectie van het moment. Obama is een recent voorbeeld waarbij de kiezer de keuze voorgeschoteld kreeg van een stem in ruil voor het begin van de perfectie.

Economische ongeletterdheid

Economische ongeletterdheid in de politiek kan grote schade toebrengen. Er zijn wetmatigheden inzake de natiestaat en economie die politici negeren met ernstig gevaar voor de maatschappij. Een daarvan is de spanning tussen ongecontroleerde migratie en een uitgebreide welvaartsstaat. Al te vaak gaan we daar echter mee om door ons hoofd in het zand te stoppen. Dit dilemma van migratie voor een welvaartsstaat is een speciaal geval van een bredere interne contradictie tussen democratische politiek, de natiestaat en diepe economische integratie.

Het Europees project kan als een antwoord worden gezien op wat Harvardprofessor Dani Rodrik het trilemma van de wereldeconomie noemt. Zij die aan de natiestaat hechten, lezen zich maar beter in over de inherente spanning tussen de combinatie van democratische politiek, de natiestaat en economische integratie. Door de globalisering moet je vaker oplossingen zoeken op internationaal niveau, en dat doet afbreuk aan de soevereiniteit van de natiestaat. Het moet nog blijken in hoeverre die ambitie realistischer is dan bijvoorbeeld de goudstandaard. Die maakte het mogelijk om de natiestaat te verzoenen met economische integratie, maar liet daardoor wel minder ruimte voor politieke arbitrage. De hoop was dat in Europa de kloof tussen de inzichten en de waarden van de gemeenschappen gedicht kon worden, om met die contradicties om te gaan. De toekomst zal uitwijzen in welke mate dat realistischer is dan de utopie van een wereldregering, die in de geschiedenis zoveel onheil veroorzaakte. Ook daarover wordt al lang vooral struisvogelpolitiek beoefent. Zij die bijvoorbeeld wezen op de gespannen verhouding tussen nationale democratie en lidmaatschap van de muntunie werden zo al snel niet meer uitgenodigd in beleidskringen.

Rationele kritiek op de Europese politiek wordt door Europese verantwoordelijken vaak weggezet als een verwerping van Europa.

Stemmen

En wanneer gaat men eens ophouden met de pogingen om afwijkende meningen de mond te snoeren? Je zou met de lessen van de financiële crisis denken dat men een ‘bel’ van ontkenning over de mogelijke schadelijke neveneffecten van het beleid van de Europese Centrale Bank zou vermijden. Er zijn immers overduidelijke tekenen dat vele marktsegmenten ondertussen doldraaien door die geldcreatie. De realiteit mag dan een vervelend obstakel zijn voor wie zich als grote visionaire denker beschouwt, confrontatie met de werkelijkheid blijft een must. Net wegens de neiging van de mens om zijn kop in het zand te steken hebben we voor het financieel beleid speciale organisaties gecreëerd. Keynes zei destijds dat een instelling als het Internationaal Muntfonds aan ‘ruthless truthtelling’ moèt doen. Ook in de eurocrisis zijn we vaak door een ontkenningsfase moeten gaan. Een ondernemer die systematisch onrealistisch is, moet snel de boeken dichtdoen. In de politiek kan je problemen echter gemakkelijker uitstellen, zeker als je ook nog eens de geldcreatie al dan niet indirect kan controleren.

Demos

De ongeziene EU machtsgreep waarop Junckers kabinetschef op enkele minuten promoveerde van directeur tot adjunct waarbij de enige tegenkandidate terugtrad was al straf. Dat de heer Selmayr dan doorgeschoven kon worden tot de ultieme toppositie van secretaris-generaal door de verrassende pensionering van de zittende secretaris generaal was helemaal over de top. Van de aanwezige commissarissen had niemand de reflex om te reageren.

https://twitter.com/EUwatchers/status/971002652304830466

Het schandaal op zich is niet uniek en komt ook op andere politieke niveaus voor. Iets anders is de vraag of het publieke verontwaardiging oproept. En of die publieke stem van afschuw gehoord wordt. De vraag is of er een Europese demos bestaat die een stevig fundament kan vormen waarop een politieke unie zich kan bouwen. Wat je vaak merkt bij verantwoordelijken op het niveau van de Europese Unie is een zekere bunkermentaliteit.

Ik beschrijf in het boek Roekeloos mijn consternatie dat Luuk van Middelaar, de speechschrijver van Herman Van Rompuy, nog stelde dat de Europese Unie zelfs met de huidige kennis Griekenland tot de euro zou toelaten. Je vraagt je dan af hoeveel voortschrijdend inzicht er is in Europa. Wanneer kunnen we overigens eens toekomen aan de bredere vragen? Hoe wijs is het dat een land dat toetreedt tot de Europese Unie ook verplicht is om bij de eurozone te komen? Leert de geschiedenis niet dat voor een muntunie veel selectiever moet worden omgegaan bij het kiezen van de leden?

Piramidebouwers zien er niet per se graten in dat er een ‘polis’ gebouwd wordt zonder ‘demos’ op Europees niveau. Wanneer democratie een te theoretische fictie wordt, loopt de spanning op tot het knapt.

ADVERTENTIE