[ANALYSE] “Rode lijn Syrië geldt niet voor iedereen”

0
1715

Medio april kwam dan eindelijk de langverwachte luchtaanval op Syrië. Om volgens het Westen ‘een rode lijn’ ten aanzien van chemische wapens te handhaven, werd het Syrische leger gestraft voor (vermeend) gebruik van chemische wapens tegen de burgerbevolking van Douma. Of die gasaanval in Douma aan het Syrische leger kan worden toegeschreven, is nog steeds onzeker.

Verschillende ‘open source’-bronnen werden aangehaald om te staven dat die aanval wel degelijk werd uitgevoerd door het Syrische leger. Een belangrijke bedenking echter, is dat dit soort bronnen niet altijd betrouwbaar zijn. Ze zijn vaak gekleurd en dus niet objectief en tegelijk valt de waarheidsgetrouwheid ervan nooit volledig te bevestigen. Voor het antwoord op de uiteindelijke schuldvraag moeten we wachten op de bevindingen van betrouwbare en erkende onderzoeksinstanties zoals de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW).

Twee hypotheses

Er zijn nog steeds twee hypotheses over deze chemische aanval die worden geopperd. De eerste is dat het Syrische leger chemische wapens gebruikte om de islamistische rebellen van Jaysh al-Islam (letterlijk: Leger van de Islam) te dwingen de aanslepende strijd te staken en de aftocht te blazen naar Jarablus. Noteer dat Rusland een akkoord sloot met Jaysh al-Islam rond de overgave van de stad waarbij de rebellen – weliswaar ontwapend – zouden kunnen blijven. De tweede hypothese luidt dat de islamitische extremisten van Jaysh al-Islam een chemische aanval fabriceerden om een Westerse interventie uit te lokken en zich zo op het Syrische leger te vergelden.

Beide partijen hebben de theoretische capaciteiten om die gasaanval te hebben gepleegd, maar toch schoof het Westen snel de schuld naar het Syrische leger van president Bashar al-Assad. Het Westen negeert daarbij (bewust) dat Jaysh al-Islam evenzeer de dader kan zijn. Nochtans, die islamitische extremisten hebben in 2016 chloorgas gebruikt in hun strijd tegen de YPG (Koerdische milities) in het Koerdische district Sheikh Maqsoud van Aleppo. Waarom werd dezelfde rode lijn dan niet gehandhaafd voor Jaysh al-Islam toen dat in 2016 chloorgas inzette? Het antwoord ligt voor de hand: de nachtelijke aanval op Syrië heeft weinig te maken met het gebruik van chemische wapens, maar past veeleer in de dynamiek van het conflict dat zich tussen de vele partijen op Syrische bodem afspeelt.

Het Syrische conflict toont mede aan dat we in een overgangsfase zitten in de wereldpolitiek. De unipolaire dominantie van het Westen, die na het einde van de Koude Oorlog ontstond, brokkelt langzaam af. Syrië is niet Kosovo of Irak, waar het Westen destijds zonder veel weerstand van andere landen zijn wil kon opleggen. In Syrië zien we dit duidelijk doordat (regionale) grootmachten ten nadele van het Westen hun invloed laten gelden. Met de beperkte luchtaanval en het grootschalige machtsvertoon maakt het Westen duidelijk dat het – ondanks het feit dat het geen regimewissel in Damascus heeft kunnen bewerkstelligen en dus aan invloed heeft moeten inboeten – niet van plan is zijn wereldwijde en regionale leiderschap en dominantie zomaar af te staan.

(Lees meer onder de tweet.)

De oorlog die niet eindigt

Met het verdrijven van Jaysh al-Islam uit Oost-Ghouta heeft het Syrische leger weer de volledige controle over de hoofdstad Damascus. Dat houdt in dat er geen directe militaire bedreiging meer is voor de hoofdstad. Ook de snelweg Damascus-Homs is weer vrij en binnenkort bruikbaar. Op deze manier heeft Assad weer een sterke greep op de rest van het land verkregen.

Ook houdt het einde van de gevechten in Oost-Ghouta in dat het Syrische leger en zijn bondgenoten op andere fronten manschappen kunnen inzetten. Bijvoorbeeld in het noorden van het land in de provincie Idlib (de beruchte vuilnisbelt voor jihadisten uit eerder verloren veldslagen), maar ook in het zuiden rond de stad Daraa. Die stad is reden tot nervositeit voor Israël. Mocht het Syrische leger de controle over dat gebied verwerven, dan houdt dat in dat Iraanse troepen aan de Israëlische grens staan. Volgens de Israëlisch premier Benjamin Netanyahu is dat een directe bedreiging voor de veiligheid van zijn land. Het gevaar op een Iraans-Israëlische escalatie in Syrië wordt dan steeds groter.

(Lees verder onder de video.)

Het Westen weet dat het, door de Syrische oorlog, het grondgebied ten westen van de Eufraat heeft verloren aan Russische en Iraanse invloed. Maar dat besef betekent niet dat men dit ook zomaar laat gebeuren. Zolang er (islamitische) strijders zijn om tegen het Syrische leger en zijn bondgenoten te vechten, is de overwinning van Assad nog steeds niet definitief.

De luchtaanval van eerder deze maand maakt in het verloop van de oorlog weinig of geen verschil. Het Syrische leger zal zijn offensief blijven voortzetten, maar het Westen en zijn bondgenoten zullen iedere gebiedsverovering ten westen van de Eufraat op menselijk, militair en economisch vlak zo kostelijk mogelijk willen maken voor het Syrische leger en zijn bondgenoten.

Tegelijkertijd zal het Westen verhinderen dat het Syrische leger of zijn bondgenoten de Eufraat oversteken naar het oostelijke deel van Syrië, dat door Koerdische troepen wordt gecontroleerd. Het oostelijke (en olierijke) deel van het land zal men binnen de Westerse invloedssfeer willen houden. Dat werd duidelijk aangetoond door de luchtaanval op Syrische troepen en hun bondgenoten toen die in februari de Eufraat probeerden over te steken. Terwijl dit machtsspel zich blijft afspelen, wordt de vredeswens van de Syrische bevolking genegeerd. Ondertussen zullen zij de prijs blijven betalen voor het internationale conflict dat zij nooit wilden, maar dat nog steeds woedt op het grondgebied van hun land.