In de commissie Defensie noemt de bevoegde minister Steven vandeput (N-VA) het een “zware inschattingsfout” dat de rapporten over de F-16’s niet zijn doorgestroomd naar hemzelf of de Chef Defensie Marc Compernol. Volgens Vandeput heeft de vlootbeheerder dat rapport nooit doorgegeven. Het bewuste rapport stelt dat de F-16’s tot wel zes jaar langer in dienst kunnen blijven dan eerst werd aangenomen. 

Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) gaf vandaag in de commissie Defensie uitleg over de rapporten van vliegtuigbouwer Lockheed Martin over de F-16’s. Volgens die rapporten zouden de toestellen tot wel zes jaar langer in dienst kunnen blijven dan eerst werd aangenomen. “Ik wil de laatste steen omkeren. Er zal een extern onderzoek komen om na te gaan wat hier is misgelopen en hoe dit kon gebeuren”, aldus de minister.

“Zware inschattingsfout”

Tijdens de commissie noemde de minister het een “zware inschattingsfout” dat de rapporten niet zijn doorgestroomd naar hem of de Chef Defensie Marc Compernol. “Onze vlootbeheerder had contact met Lockheed Martin. Die kreeg een rapport waaruit bleek dat onze toestellen mogelijk 6 jaar langer zouden kunnen vliegen. Sommige zelfs 10 jaar langer. Dat rapport is nooit doorgegeven aan de chef Defensie of mezelf”, aldus Vandeput. Het vlootbeheerder staat los van de dienst die nieuwe toestellen aankoopt. Ook een tweede rapport met correcties zou volgens Vandeput nooit bij hem zijn geraakt.

Volgens Kamerlid Dirk Van der Maelen (sp.a) waren generaal Frederik Vansina, baas van de Luchtcomponent, en Claude Van de Voorde, hoofd van de militaire inlichtingendienst, wel op de hoogte van de rapporten. Volgens hem zijn er gegevens verdoezeld om het dossier over de vervanging van de F-16 te beïnvloeden. Men zou op die manier de aankoop van de nieuwe F-35-toestellen willen bespoedigen. “U kunt op niemand meer vertrouwen. U kunt dit departement niet blijven leiden als diegenen die u misleid hebben, op hun stoel blijven zitten”, aldus Van der Maelen.

Sp.a wist ook de hand te leggen op een mail waarin iemand binnen Defensie vraagt of de informatie niet moet worden doorgespeeld naar Compernol en Vandeput. “Ik denk dat dit moet worden doorgegeven naar de Chef Defensie/Minister van Defensie aangezien zij de juiste informatie nodig hebben”, staat in de mail, die dateert van mei 2017, te lezen. Ook zou generaal Vansina aan Lockheed Martin gevraagd hebben te stoppen met berekeningen te maken over de inzetbaarheid van de F-16’s.

F-16’s kunnen nog zes jaar langer mee

Het document van producent Lockheed Martin laat in tegenstelling tot eerdere overheidscommunicatie weinig twijfel bestaan over de duurzaamheid van onze huidige vloot F-16’s. Het is blijkbaar perfect mogelijk dat we de Belgische straaljagers nog 6 jaar langer kunnen laten opereren. En dit zonder veel extra kosten. Volgens de studie moeten onze oudste F-16’s pas in 2029 permanent op de grond blijven. Eerder werd gezegd dat dit al vanaf 2023 moest gebeuren.

Op radio 1 zei minister Vandeput dat hij “met de hand op het hart kan zeggen” dat hij nooit weet heeft gehad van het rapport. De N-VA’er kon echter niet stellen hoe het komt dat het rapport nooit tot bij de politieke leiding is geraakt. “Ik kan normaal gezien ervan op aan dat mijn diensten mij inlichten. Als het klopt dat de F-16′s langer kunnen vliegen, lijkt het mij wel duidelijk dat ik dat zou moeten weten. Ik vraag nu de tijd om te onderzoeken wat er is fout gelopen. Ik wil nu eerst weten wat dat rapport zegt, wat de implicaties zijn en waarom het in de structuren van Defensie is blijven hangen.”

3,6 miljard euro aan Belgisch belastinggeld wordt vrijgemaakt om de vervanger van de F-16 aan te schaffen. Vorige maand verliep de deadline voor leveranciers om hun ‘BAFO’ of ‘best and final offer’ (beste en laatste bod) in te dienen. De mogelijke leveranciers, dat zijn er nog drie, struikelden vorige maand nog over elkaar in hun lobby-inspanningen om de gekozene te worden. Niets werd hierbij geschuwd: ambassades werden ingeschakeld, investeringen werden beloofd en geblindeerde busjes met lobbyisten reden van redactie tot redactie.