De Syrische regering heeft afgelopen weekend terrein gewonnen op de rebellen in de enclave Oost-Ghouta, nabij Damascus. De gevechten rondom de enclave zijn bijzonder zwaar. De Syrische president kondigde zondag aan het offensief te zullen voortzetten.

Syrische regeringstroepen hebben afgelopen weekend zes dorpen veroverd in de rebellenenclave Oost-Ghouta, een voorstad van Damascus. De regeringstroepen zouden op dit moment ongeveer een vierde van het gebied in handen hebben. De Syrische president Bashar al-Assad beloofde zondag het offensief voort te zetten.

“Strijd tegen terrorisme”

“We zullen het terrorisme blijven bestrijden […] en de Ghouta-operatie is een voortzetting van de strijd tegen het terrorisme”, aldus Assad.  Volgens eens Syrische bevelhebber moeten de regeringstroepen nog maar enkele kilometers terrein winnen om de enclave in twee te delen.

Terwijl de Syrische oorlog zijn achtste jaar ingaat, zou het veroveren van Ghouta een grote overwinning betekenen voor Assad. Met Iraanse en Russische steun wist hij gestaag de controle over rebellengebieden te herstellen.

Rusland en Damascus beschuldigen rebellen er overigens van dat ze burgers tijdens het dagelijkse staakt-het-vuren beletten om Oost-Ghouta te verlaten. De rebellen hebben dit steeds ontkend. Volgens hen durven mensen niet te vertrekken omdat ze bang zijn voor de regering.

Escalatie

Op verschillende fronten in Syrië is de strijd dit jaar geëscaleerd. De ineenstorting van de Islamitische Staat heeft aanleiding gegeven tot talrijke andere conflicten waarbij Syrische en buitenlandse partijen betrokken zijn. Vorige week zijn regeringsgezinde milities Afrin binnen getrokken om de Koerische YPG te helpen een Turkse aanval af te slaan. Kort nadat het konvooi de regio binnen reed werd het onder vuur genomen door Turkse artillerie. Het gevaar voor escalatie wordt hierdoor zeer groot.

Vorige maand begon het Turkse leger met ‘Operatie Olijftak’ . Turkije zette het offensief in met hevige artilleriebombardementen en luchtaanvallen op de Syrisch-Koerdische YPG-milities. Volgens Turkije is het Vrije Syrische Leger op het terrein ook betrokken bij de gevechten, aan de kant van Turkije. De aanvallen volgden na wekenlange waarschuwingen van president Erdogan en zijn ministers tegen de YPG in Syrië. Turkije beschouwt de YPG als verbonden aan de omstreden Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Ankara vreest voor de oprichting van een autonome Koerdische staat aan de Turkse zuidgrens met Syrië.