Turkse troepen hebben samen met Syrische rebellen de Syrische stad Afrin overgenomen na een langdurig offensief tegen Koerdische strijders. De Turkse president Recep Erdogan zei dat de stad onder volledige controle staat van de overwinnaars. Dat bericht de Volkskrant.

Turkse tanks reden triomfantelijk door de straten van Afrin met Turkse vlaggen. De stad op enkele tientallen kilometers ten zuiden van de Turkse grens is weer in Turks-Syrische handen. Erdogan laat weten dat “de meeste terroristen met de staart tussen de benen zijn gevlucht”.

De strijd tegen de Koerdische militie YPG, die in Afrin aan de macht was, is dus na twee maand voorbij. Turkije ziet de YPG als een tak van de verboden Koerdische partij PKK die wordt beschouwd als een terroristische groepering. Nu rest alleen nog de stad onschadelijk maken van mijnen en de laatste kleine groepjes strijders te verjagen.

Strijd nog niet voorbij

Erdogan mag dan wel anders beweren, toch zou volgens het Observatorium voor de Mensenrechten de YPG nog hevig weerwerk bieden. Het Observatorium is een in Londen gevestigde organisatie die zich baseert op plaatselijke bronnen rond Afrin. De YPG-rebellen lieten zelf ook weten dat ze niet zouden opgeven: “Onze strijd is een nieuwe fase ingegaan”. Zo kondigen ze een guerrillaoorlog in de stad aan. Volgens een woordvoerder van de YPG heeft Erdogan te vroeg gejuicht.

Het Observatorium meldt dat de afgelopen dagen meer dan 150.000 inwoners van de stad op de vlucht sloegen voor het geweld. Ongeveer 300 burgers zouden in het conflict zijn gedood, maar deze berichten worden door Turkije ten stelligste ontkend. Turkije ontkent ook dat het begin dit weekend een ziekenhuis in de stad bombardeerde. Buiten de stad werden enkele opvangcentra voor vluchtelingen ingericht door de VN-Organisatie ‘Het Wereldvoedselprogramma’.

Koerdische staat

Erdogan wil absoluut voorkomen dat er aan de grens tussen Syrië en Turkije een Koerdisch gebied ontstaat dat de Koerden in Turkije kan aanzetten om haar eigen staat te vormen. In het offensief zijn volgens Ankara meer dan 3.500 ‘terroristen’ gedood.

Politieke en militaire analisten vermoeden dat Turkije nu zal oprukken naar Manbij, een oostelijker gelegen Koerdisch bolwerk in Syrië. De YPG-rebellen in Manbij worden gesteund door Amerikaanse militairen in de strijd tegen Islamitische Staat (IS). Washington ziet de YPG-strijders als belangrijke bondgenoten. De onderlinge relaties tussen Turkije en de VS zijn sinds de Turkse inval in Syrië danig verstoord.

Tegelijk met het offensief in Afrin woedt er in Oost-Ghouta een Syrisch-Russisch offensief tegen andere rebellen. De voorstad van de hoofdstad Damascus is al een tijd lang het toneel voor een conflict. Ook daar zijn al zeer veel inwoners gevlucht. Humanitaire hulp bereikt hen nauwelijks. Het Syrische leger zou ondertussen zo’n 80 procent van de voorstad heroverd hebben. Syrisch president Bashar al-Assad verscheen dit weekend op de Syrische media terwijl hij sprak met inwoners van het heroverde gebied.