Hangt het van de regering-Michel af, dan sluiten de kerncentrales in 2025 definitief hun deuren. Daarover bereikte de regering vanmiddag een akkoord. Verder zijn de respectievelijke vakministers van N-VA, CD&V, Open Vld en MR het eens geraakt over een regeling van de zware beroepen. Hoewel Pensioenminister Daniel Bacquelaine (MR) voor een concrete regeling gaat zorgen, brengt het Paasakkoord voor de militairen en het rijdend personeel van de NMBS alvast wat lekkers.

Dat er nu toch een akkoord is gevonden over het Energiepact zou enkele maanden geleden verbazing hebben opgewekt. Grootste regeringspartij N-VA had immers heel wat twijfels omtrent de haalbaarheid van het definitief sluiten van de kerncentrales tegen 2025. Zo zou onder meer de bevoorradingszekerheid in het gedrang komen en de energieprijs fors stijgen. N-VA-voorzitter Bart De Wever liet zich zelfs ontvallen dat de kernuitstap het onderwerp van de volgende verkiezingen zou kunnen uitmaken. Wel liet de N-VA de deur  open voor een regeling die aan hun bezorgdheden tegemoet kon komen.

Tegemoetkoming

Dit zou het geval zijn met de huidige regeling. Zo introduceert de regering een ‘energienorm’ als tegemoetkoming voor de Belgische industrie. Het doel hiervan? Zorgen dat de Belgische energieprijs niet duurder is dan deze van onze buurlanden. Ook zou er volgens De Standaard een ‘Federaal Energie Comité’ komen om het overleg tussen de werkgevers, de industrie en de overheid te stroomlijnen.

Verder wil de regering enkele zaken expliciet monitoren. Dit zal vooral het geval zijn voor de bevoorradingszekerheid en de energieprijs. Ook de impact op het klimaat en de veiligheid van de kerncentrales zullen verder worden opgevolgd.

Kaartjesknippers behouden hun privileges

Personen die een zwaar beroep uitoefenen zullen twee, vier of zelfs zes jaar vroeger op pensioen kunnen gaan. De vraag en politieke discussie was echter wie en op basis van welke criteria men van deze regeling zou kunnen genieten. Over dat eerste, welke beroepsgroepen vroeger op pensioen kunnen gaan, werd (nog) geen akkoord bereikt. Wel kon de regering zich vinden in de criteria die Bacquelaine eerder had afgesproken met de sociale partners namelijk: zware fysieke belasting, onregelmatige werkuren, werk dat een veiligheidsrisico oplevert en stress.

Op basis van deze criteria dient Bacquelaine met de vakbonden te onderhandelen wie er concreet in aanmerking komt om vroeger met pensioen te gaan. Twee beroepsgroepen weten echter al zeker dat ze bij de ‘gelukkigen’ zitten, namelijk de militairen en het rijdend personeel van de NMBS. Zo blijft de regering – voor het verhogen van hun pensioenleeftijd – vasthouden aan een overgangsperiode van twintig jaar. Momenteel kunnen de militairen en de ‘kaartjesknippers’ vanaf respectievelijk hun vijfenvijftigste en zesenvijftigste op pensioen.