Emmanuel Macron wil de Franse aanwezigheid in Syrië versterken in de strijd tegen de Islamitische Staat. Ondertussen kwam het tot een kleine rel tussen Parijs en Ankara omdat het Élysée steun beloofde aan de ‘Syrian Democratic Forces’, waarmee Turkije op dit moment in een strijd verwikkeld is.

De Franse president Emmanuel Macron heeft zich de woede van Ankara op de hals gehaald door in Parijs een ontmoeting te hebben met Syrische rebellen, onder wie ook Koerdische strijders die op dit moment met Turkije in een strijd verwikkeld zijn in Noord-Syrië. Dat Macron ook aanbood om tussen de twee partijen te bemiddelen leek de zaken nog meer te verergeren. “Degenen die met terroristen naar bed gaan, of ze zelfs in hun paleizen huisvesten, zullen vroeg of laat de fout begrijpen die ze maken”, zei Erdogan in Ankara.

Élysée: “Turks offensief in Noord-Syrië moet ophouden”

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan weigerde de uitgestoken hand en beschuldigde Macron ervan “zijn grenzen te overschrijden”. Volgens een Franse presidentiële functionaris was de reactie van Ankara geen verrassing, gezien de “gevoeligheden” rond de Koerdische kwestie in Turkije. Desondanks drong de functionaris in kwestie erop aan dat het Turkse offensief in Noord-Syrië “moest ophouden”. Volgens hem bedreigt de Turkse invasie de door de VS geleide campagne tegen de Islamitische Staat.

Na de ontmoeting beweerden leden van de ‘Syrian Democratic Forces’ (SDF) dat Macron beloofd had Franse troepen naar Manbij te sturen, aan de Turks-Syrische grens. De vrees bestaat dat de stad het volgende doelwit van Turkije zou kunnen zijn. De Franse presidentiële functionaris ontkende echter dat er plannen zouden zijn om grondtroepen te sturen. Hij zei dat Macron alleen hernieuwde politieke steun bood aan de SDF en beloofd had “deze strijd samen voort te zetten”.

“Frankrijk voorziet geen nieuwe militaire verrichting op de grond in noordelijk Syrië buiten de internationale coalitie”, zei de functionaris. “Als de president van mening zou zijn dat, om onze doelen tegen de Islamitische Staat te bereiken, wij de militaire interventie moeten versterken, dan moeten we dat doen, maar dat zou binnen het bestaande kader gebeuren.”