De anti-establishmentpartijen kunnen zich de overwinnaars van de Italiaanse verkiezingen noemen. De Movimento 5 Stelle is met ruime voorsprong de grootste partij van het land. Het rechtse blok wel de grootste coalitie voor het land, daarin doet de Lega van Matteo Salvini het beter dan Forza Italia van Berlusconi. De centrumlinkse regeringspartij Partito Democratico krijgt zware klappen. Niemand lijkt een absolute meerderheid te halen.

De anti-establishmentpartij Movimento 5 Stelle, onder leiding van Luigi di Maio, is afgetekend de grootste partij van het land. Ze zou ruim 30 procent van de stemmen gehaald hebben. In 2013 haalde deze partij, opgericht door komiek Beppe Grillo, nog een kwart van de stemmen. Ze richt zich met name op Italianen die zich in de steek gelaten voelen door de traditionele partijen. Vooral in het zuiden van het land, waar een hoge jeugdwerkloosheid, lijkt die partij in haar opzet geslaagd.

Goed resultaat voor Lega

Het rechtse blok – bestaande uit de centrumrechtse Forza Italia van ex-premier Silvio Berlusconi, de rechtsnationalistische Lega en Fratelli D’Italia van Matteo Salvini en Georgia Meloni – is wel groter dan M5S. Gezamenlijk haalt de rechtse coalitie zo’n 37 procent van de stemmen. Dat is evenwel te weinig voor de 40 procent die in Italië nodig is om een werkbare meerderheid te vormen.

Opvallend is dat de Lega binnen deze coalitie de grootste partij wordt, met 18,5 procent van de stemmen. De partij wist zich met succes om te vormen van een regionalistische partij naar een immigratie- en EU-kritische partij. De uitslag maakt duidelijk dat veel Italianen belang hechten aan een oplossing voor de migratiecrisis die Italië bijzonder hard treft.

Het legde de partij van Matteo Salvini geen windeieren, want hiermee is de Lega populairder dan Forza Italia van Silvio Berlusconi. Volgens het alliantieakkoord dat de Lega, Forza Italia en Fratelli D’Italia tekenden, zou de grootste partij binnen dat blok de premier mogen leveren, moest het blok aan de macht komen.

Establishment afgestraft

De centrumlinkse regeringspartij Partito Democratico van – na het referendum in december 2016 afgetreden – premier Matteo Renzi wordt afgestraft en haalt een historisch lage score van nog geen 20 procent van de stemmen.

De algemene teneur van de uitslag lijkt een afstraffing van de establishmentpartijen Forza Italia en Partito Democratico te zijn. De EU-kritische- en anti-establishmentpartijen M5S, Lega en Fratelli D’Italia lijken dan weer gezamenlijk een meerderheid te halen. De vraag blijft echter of er bij M5S de wil bestaat om met de rechtsnationalistische partijen een coalitie te vormen. Hoe dan ook lijkt een moeizame en complexe regeringsformatie in het verschiet te liggen.

Migratie en EU

De zware besparingen die vanuit Brussel werden opgelegd met de bedoeling om Italië van de financiële afgrond te redden hebben de bevolking zwaar getroffen. De werkloosheid en de armoede zijn de afgelopen jaren enorm gestegen, wat leidde tot een afkeer van de EU en de Euro.

Ook migratie was een zeer belangrijk thema tijdens deze verkiezingen. Het aantal migranten dat vanuit Afrika – met name Libië – naar Italië trekt is enorm. Hoewel vele van deze migranten hopen uiteindelijk door te reizen naar Noord-Europa, blijft een groot deel van hen in Italië. Volgens de door Italië zo gehate Dublin-regeling moeten migranten asiel aanvragen in het eerste Schengen-land van aankomst, Italië dus. Dit vergroot de afkeer van de Italianen tegenover Brussel nog meer, zij voelen zich in de steek gelaten door de rest van de EU.