Ik heb jarenlang aan de mensen verteld dat Oxfam een ​​criminele organisatie is. Meestal werd er dan met de ogen gerold en kwam men tot het besluit dat ik uiteindelijk toch gek geworden was. Maar wie rolt er nu nog met zijn ogen? Ik vraag het me af.

In feite zijn orgieën met minderjarige prostituees in Haïti nog het minst criminele van Oxfam. Die orgieën zijn tenminste nog een echte, marktgedreven, stimulans voor de Haïtiaanse economie. Ook al is het dan een uiterst smakeloze en immorele stimulans. Dat is meer dan van de meeste andere activiteiten van Oxfam kan worden gezegd. Daarvan is het eigenlijke doel om werkgelegenheid te bieden aan degenen die werken voor deze zogenaamde liefdadigheidsinstelling (waarvan de grootste schenkers natuurlijk de overheden zijn).

Gelegaliseerde fraude

Als er iets goeds van Oxfam gezegd kan worden, dan is het dat het niet de enige crimineel in het veld is en misschien zelfs niet de ergste. Inderdaad, het veld zelf is crimineel, minstens moreel, indien niet juridisch. Zoals veel andere goede doelen vraagt ​​Oxfam van donoren geld, dat in feite terechtkomt in de zakken van degenen die er voor werken. Onder andere in die van de 888 medewerkers in het hoofdkantoor in Londen. De hypocrisie van deze gelegaliseerde fraude is trouwens symbolisch voor zoveel moderne activiteiten. In het geval van liefdadigheidsinstellingen zoals Oxfam gaat het om extreme hypocrisie.

Ik ben al lang zeer sceptisch over buitenlandse hulp als activiteit. Het grootste deel van die hulp gaat immers het land niet uit. Ik kan eerlijk zeggen dat ik mijn eerste huis kocht met de opbrengst van buitenlandse hulp. Ik werkte toen in Tanzania voor de Britse regering (via een corrupte en incompetente Britse onderneming die de baan nooit op een open markt zou hebben gekregen). Ik heb meer te danken aan buitenlandse hulp dan welke Tanzaniaan ook, behalve misschien de leden van de Tanzaniaanse regering die smeergeld van het bedrijf hebben ontvangen.

Equatoriaal-Guinea

Ooit ging ik eens naar Malabo, de hoofdstad van Equatoriaal-Guinea. Olie was daar nog niet ontdekt. Telkens wanneer de president de stad verliet, sneden ze de elektriciteitsvoorziening af, omdat die niet langer nodig was. Dertig jaar later is de president nog altijd dezelfde. Voor diegenen die weinig voeling hebben met Equatoriaal-Guinese zaken, wil ik een korte samenvatting geven van de geschiedenis van dat land. De eerste president na de onafhankelijkheid van Spanje – genaamd Macías Nguema, en uiteraard democratisch gekozen, tenminste de eerste keer – doodde of verdreef ongeveer een derde van de bevolking en reduceerde de rest tot het niveau van slaven.

Hij wantrouwde het geschreven woord en vervolgde mensen met een bril als gevaarlijke intellectuelen. Onder zijn “verstandig economisch beleid” daalde de cacaoproductie, de belangrijkste export van het land, met 95 procent. Er werd van hem gezegd dat hij de nationale schatkist onder zijn bed zou hebben gehouden. Gelukkig werd hij afgezet en geëxecuteerd door zijn neef, de huidige president. Die is, hoewel enorm corrupt, niet zo gestoord als zijn paranoïde oom.

Ik bezocht Malabo toen het land nog niet welvarend was – of misschien moet ik zeggen toen de president van het land nog niet welvarend was. Ik bracht er een gelukkige middag door met het tellen van de witte voertuigen met vierwielaandrijving van de hulporganisaties. Die maakten op dat moment ongeveer negentig procent van het verkeer in de hoofdstad uit. Ik stopte met tellen toen ik bij zevenentwintig was. Ze werden allemaal ‘Save the this’ of ‘Save the that’ genoemd en ze riepen allemaal hun liefde voor de armen uit. Het is duidelijk dat de verarming van het land goed was voor sommigen. Lang leve de armen!

De persoon bij wie ik verbleef, een hulpverlener (wat uiteraard voor voordelen als airconditioning en andere zorgde), vertelde me dat als de regering had geweten dat ik een schrijver was, die me had laten doden, in stukken hakken en in zee gooien. Ik voelde me op een bepaalde manier gevleid: het was de eerste en enige keer in mijn leven dat iemand dacht dat ik het waard was om te doden. De hulpverlener bij wie ik verbleef, en die zich perfect bewust was van de waarde van zijn diensten, werd ingezet om de regering te helpen de instellingen te versterken en de voordelen van de rechtsstaat te doen begrijpen. Andere hulporganisaties importeerden landbouwwerktuigen zoals machetes. Ongetwijfeld om de regering te helpen bij haar journalistieke haktaken…

ADVERTENTIE