In Syrië zijn regeringsgezinde milities gisteren Afrin binnen getrokken om de Koerische YPG te helpen een Turkse aanval af te slaan. Kort nadat het konvooi de regio binnen reed werd het onder vuur genomen door Turkse artillerie. Het gevaar voor escalatie wordt hierdoor zeer groot.

Kort nadat het konvooi Afrin binnentrok werd het door Turks artillerievuur bestookt. Hiermee kwam het tot een rechtstreeks treffen tussen regeringsgezinde Syrische milities enerzijds en het Turkse leger anderzijds.

Regeringsgezinde milities

Volgens de Turkse president Erdogan was het konvooi samengesteld uit “terroristen” en “sjiitische milities”. Volgens hem werden zij gedwongen terug te keren na het bombardement. Volgens het in Londen gebaseerde Syrisch Observatorium voor Mensenrechten (SOHR) zou een deel van het konvooi daadwerkelijk teruggekeerd zijn, een ander deel zou verder gereden zijn.

Op de Syrische televisie was eerder te zien hoe een groep strijders een controlepost van de YPG passeerden terwijl “één Syrië, één Syrië” gescandeerd werd. De YPG verwelkomde de komst van de regeringsgezinde troepen – bestaande uit milities, maar niet uit het Syrische leger zelf – en zei dat ze aan de frontlinie bij de Turkse grens ingezet werden.

‘Operatie OIijftak’

Vorige maand begon het Turkse leger met ‘Operatie Olijftak’ . Turkije zette het offensief in met hevige artilleriebombardementen en luchtaanvallen op de Syrisch-Koerdische YPG-milities. Volgens Turkije is het Vrije Syrische Leger op het terrein ook betrokken bij de gevechten, aan de kant van Turkije. De aanvallen volgden na wekenlange waarschuwingen van president Erdogan en zijn ministers tegen de YPG in Syrië. Turkije beschouwt de YPG als verbonden aan de omstreden Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Ankara vreest voor de oprichting van een autonome Koerdische staat aan de Turkse zuidgrens met Syrië.

De laatste dagen boekte Turkije winst in bijna het gehele grensgebied van Afrin. De YPG heeft wel nog het grootste deel van de regio, met inbegrip van de hoofdstad, in handen. Desondanks kondigde Erdogan aan dat “de belegering van het stadscentrum van Afrin de komende dagen zal beginnen”.

Er werd geen melding gemaakt van het vermeende akkoord tussen de YPG en president Bashar al-Assad, waar afgelopen weekend naar gealludeerd werd. Erdogan zei van zijn kant dat hij een akkoord had bereikt met de Russische president Vladimir Poetin en president Hassan Rouhani van Iran om de steun van de Syrische regering voor de YPG te blokkeren.

Tegengestelde belangen en ingewikkelde allianties

Turkije en Rusland hebben in de Syrische oorlog steeds tegengestelde partijen gesteund. Moskou was een sterke bondgenoot van de regering-Assad, terwijl Ankara steeds de rebellen steunde die hem omver wilden werpen. De afgelopen maanden heeft Turkije echter vaak Russische pogingen om een einde te maken aan het conflict gesteund, zeker nu de meeste dichtbevolkte gebieden in Syrië in handen van de Syrische regering zijn.

Ankara zou Moskou gecontacteerd hebben alvorens offensief te beginnen. De Russische militaire politie die in het gebied aanwezig was trok zich dan ook terug voor het offensief. Er bestaat bovendien ook onenigheid tussen Iran en Rusland over het offensief. Moskou ziet de aanwezigheid van de regeringsgezinde milities in Afrin als destabiliserend, hierdoor wordt de kans op een rechtstreekse confrontatie tussen Syrië en Turkije immers groter. Het Kremlin probeert er alles aan te doen om een verdere escalatie van de Syrische oorlog te vermijden.

Tussen de Koerdische YPG en de regering-Assad bestaat een ongemakkelijke relatie. Hoewel zij voor het grootste deel van de oorlog de rechtstreekse confrontatie hebben vermeden, gaat hun streven naar meer autonomie in tegen de belangen van Assad. Ook de Verenigde Staten bevinden zich in een ongemakkelijke positie. Zij verlenen steun aan de YPG als onderdeel van de ‘Syrian Democratic Forces’ (SDF) in hun strijd tegen IS. Anderzijds zijn de VS wel een bondgenoot van Turkije in de NAVO.

ADVERTENTIE