Het is de tweede overwinning voor staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) in enkele dagen tijd. Na de beslissing van het Grondwettelijk Hof om de retributies van 350 euro voor asielaanvragen in stand te houden, was het nu de Raad van State dat Francken gelijk gaf omtrent de lijst van veilige landen van herkomst.

Asielzoekers die komen van een herkomstland dat op deze lijst van veilige landen staat, komen in een bijzondere spoedbehandelingsproject van 15 dagen terecht. Algemeen geldt dat zij geen internationale bescherming nodig hebben, en dus moeten zij duidelijk kunnen aantonen dat zij toch in gevaar zijn. “Dit werkt sterk ontradend omdat er dus nog amper bed-bad-brood voorzien wordt”, aldus Francken op zijn blog.

“Volledig in orde”

Die lijst van veilige landen bestaat vooral uit Balkanlanden zoals Macedonië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Kosovo en Albanië. De lijst van veilige landen was een initiatief dat ontstond tijdens de Balkancrisis, toen vooral asielzoekers uit de Balkan hier uit waren op bed-bad-brood (als goedkope (winter)opvang tijdens de asielprocedure), aldus Francken. De Raad van State ging jaarlijks akkoord met de voorgestelde lijst, met uitzondering van Albanië.

Jaar na jaar oordeelde de Raad van State dat er nog te veel Albanezen wél echt vrees vervolging kennen, en weigerde Albanië op de lijst te zetten. Tot dit jaar. “Het goede nieuws is dat de Raad van State haar beleid wijzigt en nu voor de eerste keer wél meegaat met Albanië als veilig land van herkomst. Meer nog, ook Georgië is dat volgens hen”, klinkt het. “Albanië en Georgië zijn dus veilige landen van herkomst en onze lijst is dus voor de eerste keer volledig in orde!”

Het is de tweede overwinning voor staatssecretaris Francken in enkele dagen tijd. Eerder deze week besliste het Grondwettelijk Hof dat de retributie van 350 euro die moet worden betaald bij de aanvraag van een verblijfsvergunning, overeind blijft. Met de invoering van zo’n retributie wilde Francken een ontradend effect creëren. De vzw ‘Association pour le droit des Etrangers’ vocht de retributie aan, maar het Grondwettelijk Hof gaf hen ongelijk.