Het gaat van kwaad naar erger in Venezuela. Afgelopen vrijdag heeft de Venezolaanse president Nicolas Maduro de grens tussen zijn land en de Nederlandse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao voor 72 uur gesloten. Vanuit Venezuela gaan tot zeker maandag geen schepen en vliegtuigen met goederen naar de drie eilanden. Toeristen kunnen wel terugkeren naar het land van Maduro.

De linkse president van Venezuela, Nicolás Maduro, beweert dat smokkelaars goud, ertsen, diamanten en voedsel uit Venezuela wegsluizen naar de eilanden. Curaçao zou verzoeken van Maduro om hieraan iets te doen, hebben genegeerd. De waarheid is echter dat steeds meer Venezolanen hun land met bootjes ontvluchten richting de ‘ABC-eilanden’. Curaçao ligt immers op amper 30 kilomater van de Venezolaanse kustlijn. De politieke spanning tussen de deelstaatregering van Curaçao en Venezuela is ondertussen fameus opgelopen. Zaterdagmorgen riep de Curaçaose premier nog de Venezolaanse consul-generaal op Curaçao op het matje.

Economie socialistisch Venezuela volledig ingestort

De Venezolaanse economie, gebaseerd op het socialisme, is volledig ingestort onder het beleid van oud-president Hugo Chavez en daarna diens opvolger Maduro. Er is een tekort aan voedsel, medicatie en zelfs toiletpapier. Al maandenlang wordt er in de steden van Venezuela geprotesteerd tegen het linkse economische beleid en het bewind van Maduro, dat door tegenstanders een dictatuur wordt genoemd. Daarbij kwamen in 2017 zeker meer dan 100 betogers om het leven.

Ook de inheemse bevolking, de Warao-indianen, trekt massaal weg, veelal naar Colombia. “Mensen gaan weg uit verdriet”, zegt Marcelino, een inheemse Warao-leider aan het Nederlandse NOS. “Het verdriet van honger. In Venezuela eet je nu één maaltijd per dag. Vroeger was dat niet zo, toen aten we elke dag drie goede maaltijden. De kinderen huilden niet. En het is niet alleen het gebrek aan eten, ook de zorg is een probleem. Er zijn geen medicijnen in Venezuela”.

In december werd de grens met Colombia ook al enkele dagen gesloten

Hoewel er sinds december 2015 geen officiële inflatiecijfers zijn gepubliceerd over de Venezolaanse munt – de bolivar -, schat het IMF dat de prijzen in Venezuela komend jaar met 2.000 procent zullen stijgen. Zaterdag 6 januari verordende de regering nog dat bankbiljetten van 100 Venezolaanse bolivar vervangen zullen worden door muntgeld. Inwoners krijgen nog tien dagen de tijd om hun bankbiljetten in te wisselen bij de centrale bank. Op de zwarte markt is het biljet van 100 bolivar nog maar twee dollarcent waard.

In 2016 bedroeg de inflatie in het land nog 800 procent terwijl de economie met maar liefst 19 procent kromp.