De databank van ‘Foreign Terrorist Fighters’, in de volksmond ook wel ‘Syriëstrijders’, is veel te breed en dus te vaag, zo brengt De Standaard. Wat blijkt? Ook personen die mogelijk terreurmotieven zouden koesteren en een extreemrechtse of -linkse achtergronden wil men opnemen in de databank. “Gaat te ver”, zo luidt het bij de Privacycommissie.

De terreurdatabank wordt gebruikt als kruispunt met waardevolle informatie tussen verschillende veiligheidsdiensten. Het informatie-systeem kwam er nadat de problematiek van ‘Syriëstrijders’ meer prangend werd. Het moest in de eerste plaats info bevatten over jihadisten. Maar de overheid wil nu ook mogelijke ‘homegrown’ terroristen in de databank opnemen. Maar dat gaat te ver, waarschuwt de Privacycommissie.

Nieuwe KB’s

De minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) en Justitieminister Koen Geens (CD&V) hebben een aantal Koninklijke Besluiten (KB’s) opgesteld die de inhoudelijke uitbreiding van de terreurdatabank mogelijk moet maken. De Privacycommissie heeft de infobank echter onderzocht en heeft bevonden dat de plannen te ver gaan. “De dreiging die uitgaat van jihadistisch terrorisme, is voor iedereen duidelijk”, zo stelt de voorzitter van de Privacycommissie Willem Debeuckelaere in De Standaard. “Maar met deze veranderingen dreigt men zo’n breed net uit te gooien dat mensen on­terecht worden meegesleurd.”

De KB’s hebben het nu niet langer alleen over het opvolgen van moslimextremisten, maar iedereen van wie “ernstige vermoedens bestaan dat zij een gewelddadige actie willen uitvoeren omwille van ideologische of politieke motieven, met het oog op het installeren van een klimaat van terreur”, zo citeert De Standaard de wetteksten. “De proportionaliteit van de gegevensopslag verandert daardoor sterk”, stelt Debeuckelaere. “[…] Het is onduidelijk welk gevaar uit andere hoeken [dan islamisme] komt. Worden we overspoeld door bijvoorbeeld ecoterrorisme of anarchisten? Misschien zijn dat reële dreigingen, maar dan moeten de nieuwe regels daarover ook duidelijk zijn.”

Thans houdt de Staatsveiligheid dreigingen bij die van extreemlinks of -rechts kunnen uitgaan, maar die data-uitwisseling is veel beperkter. De terreurdatabank kan dan weer zelfs door de douane of een burgemeester geraadpleegd worden. De commissie haalt aan dat het hierom is dat men de input van dit systeem beperkt moet houden. Ook de “vaagheid van begrippen” vindt de commissie een probleem.

Advies bekijken

Zowel Geens als Jambon laten weten dat men het advies van de Privacycommissie zal inkijken. Toch willen de ministers blijven inzetten op een cultuuromslag bij de veiligheidsdiensten. Informatie delen is van cruciaal belang voor de regering. “Het is logisch dat de commissie hierover haar licht laat schijnen”, zo geeft woordvoerder van Jambon, Olivier Vanraemdonck, mee. “Maar de bedoeling van de databank is wel dat we er iets mee zijn”.

Men dient echter de terreurdreiging die zich vanuit bepaalde hoeken opdient, niet onderschatten. Vorig jaar deed SCEPTR onderzoek naar een reeks branden bij Belgische industriebedrijven die leveren aan Defensie. Vermoedelijk waren hier anarchisten bij betrokken. Toch was het mogelijk terreurmisdrijf niet opgenomen in een gebundeld onderzoek bij het federaal parket.

ADVERTENTIE