Winstgevende bedrijven die mensen ontslaan en toch overheidssteun krijgen, dat kan niet volgens Groen-fractieleider in de Kamer, Kristof Calvo. Concreet wil het Kamerlid een wet die het de overheid mogelijk maakt om staatssteun terug te vorderen. “Bedrijven zullen in dat geval pas saneren als ze op de rand van het faillissement staan”, betoogde Calvo vandaag in “De ochtend” op Radio 1.

Hoewel het al een tijdje in de lucht hing, raakte gisteren bekend dat bij Carrefour België zo’n 1.233 banen op de helling komen te staan. In een persbericht maakte het bedrijf bekend dat het door de sluiting van de winkels ruimte vrij wil maken om te investeren in verse voeding, Carrefour huismerken en e-commerce. Doch, volgens de vakbonden dreigt er een “sociaal bloedbad” te ontstaan.

Calvo: “Voor wat hoort wat”

Volgens Calvo worden winstgevende bedrijven vaak ook geholpen door de overheid. “We moeten het principe voor wat hoort wat invoeren. Als je vaststelt dat een winstgevend bedrijf als Carrefour koud en kil mensen op straat zet, moet er een wet zijn die de staatssteun terugvordert.” Open Vld-Kamerlid Egbert Lachaert, ging daar niet mee akkoord. Volgens hem moet je “een bedrijf zelf de beslissing laten nemen wanneer het nodig is om zich aan te passen aan de marktomstandigheden”. “Anders gaat het soms te laat zijn”, stelde de liberaal.

Wat Calvo voorstelde is overigens nadelig voor het personeel, stelde Lachaert“Wanneer een bedrijf dat winst maakt mensen ontslaat, hebben de vakbonden meer middelen in handen om in het sociale plan geld binnen te halen voor de ontslagen werknemers. Als een bedrijf op de rand van het faillissement staat is er geen geld voor opleiding of begeleiding, en kan de vakbond dus veel minder doen.”

Tanden tonen

Zou het aan het Groen-Kamerlid liggen, dan zou de politiek haar tanden tonen en de directie van Carrefour op haar verantwoordelijkheid wijzen. “Er is de laatste jaren veel geld uitbetaald in dividenden, maar er is niet geïnvesteerd, met de ontslagen tot gevolg”, redeneerde Calvo in “De ochtend” op Radio 1.