“Het Nederlandse inburgeringsbeleid moet op de schop.” Dat zegt de Nederlandse minister van Sociale Zaken, Wouter Koolmees (D66). Volgens hem loopt de integratie van nieuwkomers allesbehalve goed en daarmee beseft de minister ten goede dat hij heel wat werk voor de boeg heeft. 

Wouter Koolmees werd eind oktober minister van Sociale Zaken in de regering-Rutte III. Als begrotingsspecialist van zijn partij D66 ging een nieuwe wereld voor hem open. Plots moest hij werken rond integratie. In een interview met de Telegraaf vertelt de D66-minister over zijn inburgeringsperiode als minister op het kabinet Sociale Zaken.

“Groot probleem”

De minister ziet vooral een probleem bij de inburgering, of beter gezegd het gebrek aan inburgering, bij Somaliërs en Eritreeërs. De minister weet, uit een rapport dat hij onlangs doornam, dat onder deze bevolkingsgroepen een groot aantal geen opleiding genoten heeft en sinds lange tijd leeft van de bijstand.

“Of er voor hen wel degelijk een toekomst ligt in Nederland? Er is alleszins sprake van een groot probleem, dat is duidelijk”, zegt de minister. Koolmees weigert daarbij een kwaad woord te spreken over zijn voorganger, Lodewijk Asscher (PvdA). Wel kan Koolmees naar eigen zeggen de problemen die er zijn niet negeren. “Het valt niet te accepteren dat mensen hier jaren verblijven en nadien pas aan hun inburgering beginnen”, stelt Koolmees.

Belofte: “taalles vanaf dag één verplichten”

Minister Koolmees wil “geen gouden bergen beloven”. Wat hij wel wil beloven is dat hij als minister van Sociale Zaken werk wil maken van verplichte taallessen vanaf dag één. De mensen die het recht krijgen om in Nederland te blijven moeten volgens de minister zo snel mogelijk aan werk geholpen worden. Het beheersen van de Nederlandse taal speelt daarbij een belangrijke rol. Daarnaast wil de minister werk maken van het scannen van nieuwkomers. Een goede scan van de personen moet leren welk vervolgtraject het meest passend is.

De Nederlandse gemeenten zullen een grotere rol spelen bij de inburgering van nieuwkomers. Zo moet de verantwoordelijkheid over het organiseren van taallessen bij de gemeenten komen te liggen. Ook zal de gemeente in de toekomst in staat zijn toelagen uit te keren.

Vorige week trok Vluchtelingenwerk Nederland nog aan de alarmbel. Ook zij zagen dat nieuwkomers vaak te traag of niet ingeburgerd geraakten. Zij zochten de oorzaak in de manier van werken. Ze stelden dat de verantwoordelijkheid om in te burgeren te veel bij de nieuwkomer zelf ligt. Volgens hen moeten de overheden hun taak hierin meer en beter opnemen. Of de aanpak die de minister voor ogen heeft zal werken moet blijken in de toekomst. Het is echter duidelijk dat integratie ook in Nederland een heikel punt is, zijn beleid zal dus met een vergrootglas gevolgd worden.