Vandaag presenteerde CD&V-Kamerlid Hendrik Bogaert zijn derde Essay ‘In vrijheid samenleven’. De centrale vraag waarover Bogaert zich buigt is of het nodig is om de vrijheid van religie in te perken. Zelf geeft het Kamerlid daar – in tegenstelling tot partijgenoten Kris Peeters en Sammy Mahdi – een positief antwoord op. In concreto bepleit Bogaert een verbod op grote opzichtige religieuze symbolen. 

Volgens Bogaert is “in vrijheid samenleven één van de mooiste idealen om als mens voor te ijveren”. Zo stelt hij dat “vrijheid […] voor vele burgers [zuurstof is] en [dat] wanneer dit gecombineerd kan worden met een samenleving die sterk solidair en inclusief is, […] men het hoogste doel heeft bereikt”. Om deze vrijheid echter duurzaam te bestendigen is het volgens de christendemocraat nodig dat de overheid sommige vrijheden van het ene individu matigt zodoende dat anderen nog vrijheden overhouden.

(Lees verder onder de tweet.)

Bogaert: “Waarom interveniëren op economisch en niet op identitair vlak?”

De noodzaak om bepaalde religieuze vrijheden te beperken, stoelt de christendemocraat op hoofdzakelijk vijf argumenten. Zijn eerste argument betreft een analogieredenering vertrekkende vanuit het idee van de sociale welvaartsstaat. Zo start Bogaert bij de premisse dat we op economisch vlak het kapitalisme inperken. Het alternatief, zuiver en onbeperkt kapitalisme, zou immers de welvaartsstaat niet mogelijk maken. Dat succesvol “tussenkomen in economische en sociale zaken” vertaalt Bogaert ook naar het identiteitsdebat. “Is er een goede reden om de methode van gepast tussenkomen die we spontaan toepassen op sociale en economische thema’s niet op identiteitsthema’s toe te passen?”

Respect voor religie mag eindeloos zijn, maar het denken over religie mag niet eindeloos optimistisch zijn.

Het tweede argument van de christendemocraat hangt nauw samen met het feit dat hij een gemeenschapsdenker is. In plaats van de rijkdom te zoeken in de onderlinge verschillen, vertrekt Bogaert vanuit de gelijkenissen tussen mensen. De gemeenschappelijke identiteit die hieruit voortvloeit laat mensen – althans volgens hem – zich thuisvoelen. Verder maakt dit het maken van afspraken eenvoudiger. De verschillende sub-gemeenschappen – met elks hun eigen waarden – die zich vandaag manifesteren maken het moeilijk om nog over één gemeenschap te spreken. Dit beknot volgens Bogaert een belangrijke vrijheid namelijk, “de vrijheid om de samenleving te kunnen omarmen”.

(Lees verder onder het filmpje.)

Voorstelling essay‘In vrijheid samenleven’

Publiée par Hendrik Bogaert sur lundi 18 décembre 2017

Bogaert: “Vrijheid van religie is niet absoluut”

Dat de vrijheid van religie één van de mooiste basisrechten is, beaamt de christendemocraat volmondig. Doch, dit impliceert niet dat deze – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw – absoluut is. Integendeel, volgens Bogaert is de vrijheid van religie “niet-lineair” en zou deze moeten “afbuigen” wanneer deze botst met de vrijheid tot het omarmen van de ganse samenleving.

De christendemocraat vraagt zich dan ook af of het maatschappelijk wenselijk is dat grote groepen burgers zich in het dagelijks leven zichtbaar manifesteren volgens een religieuze breuklijn. Wanneer het immers om één persoon, of één gezin gaat, stelt de samenleving zich immers tolerant op. Wanneer het echter over een hele wijk gaat, is het een andere situatie volgens het Kamerlid. Zo kan er onbehagen ontstaan vanaf het moment dat deze ‘individuele’ vrijheid van schaal vergroot.

“Wanneer een minderheid groter wordt en een set van waarden heeft die fundamenteel anders is, heeft het gemeenschapsdenkende individu weinig keuze. Hij wordt als het ware gedwongen tot ofwel tolerantie ofwel tot het overschakelen naar een lichtere vorm van gemeenschapsdenken.” Van gemeenschapsdenken of een morele band is er dan geen sprake meer. Deze erosie van de gemeenschap kan volgens Bogaert op twee manieren ontstaan. Op een economische wijze – wanneer de verschillen tussen mensen te groot worden – en op een identitaire wijze. Vooral ten aanzien van dit laatste moeten er volgens de christendemocraat meer inspanningen worden geleverd. “Respect voor religie mag eindeloos zijn, maar het denken erover niet eindeloos optimistisch”.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Foto: SCEPTR. Hendrik Bogaert met zijn essay 'In vrijheid samenleven'.
Foto: SCEPTR. Hendrik Bogaert met zijn essay ‘In vrijheid samenleven’.

Bogaert: “Wat doen we op identiteitsvlak om vrijheid te beschermen?”

Terwijl we op economisch vlak monopolies trachten te vermijden, doen we dat op identiteitsvlak volgens Bogaert niet. Niettemin, kunnen er ook op dit vlak – zoals bijvoorbeeld bij de christenen in het Midden-Oosten – fiasco’s plaatsvinden. Bogaert zelf zoekt de oplossing hiervoor in een verbod op het dragen van grote en zichtbare religieuze tekens in Europa. Doch, dit verbod moet volgens de christendemocraat niet voor iedere religie gelden. Godsdiensten met een aandeel kleiner dan vijf procent, beschouwt men immers vaak als bijdragers tot diversiteit.

Omdat een verbod “steeds een vorm van capitulatie” is, wil de christendemocraat er voorzichtig mee omspringen. Zo zouden private plaatsen en de clerus van alle religies – zoals priesters en imams – er een uitzondering op vormen. Ook een klein kruisje of bijvoorbeeld een hamsa voor de moslims, moet kunnen. “In de intimiteit van een lichaam, dicht bij de ziel, moet niemand tussenkomen”, stelt Bogaert. Niettemin blijft een verbod nodig. “De analyse is dat het risico op een gesplitste samenleving zeer groot wordt zonder een dergelijk verbod”, betoogt het Kamerlid. Komt dit verbod er niet, dan zal dit volgens Bogaert betekenen “dat men niet meer kan ingrijpen”.

De ‘respectvolle samenleving’ als alternatief

Naar eigen zeggen presenteert Bogaert met zijn “respectvolle samenleving” een alternatief voor de seculiere samenleving en de huidige samenleving. Met proportionele maatregelen – zoals op economisch vlak – wil hij vermijden dat de samenleving zich opdeelt in sub-samenlevingen.

Tegelijkertijd wil hij “het gras niet tot op het laatste sprietje afbranden”. Religie kan een samenleving helpen vormen volgens Bogaert. Dit “omdat de spirituele waarden die gepromoot worden, vaak overeenkomen met de gemeenschapswaarden die nodig zijn om samenlevingsgericht te leven”, stelt het Kamerlid.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Foto: SCEPTR: Politicoloog Carl Devos verzorgde de inleiding van Bogaert zijn boekvoorstelling.
Foto: SCEPTR: Politicoloog Carl Devos verzorgde de inleiding van Bogaert zijn boekvoorstelling.

Devos: “Ik voorspel negatieve reacties”

De boekvoorstelling van Bogaert werd verzorgd door professor politicologie aan de UGent Carl Devos. Hoewel Devos kanttekeningen plaatste bij het essay van Bogaert, stelde hij dat de discussie over de christendemocraat zijn voorstel niet moest gaan over de loutere (on)wenselijkheid van een verbod op religieuze symbolen.

Integendeel, volgens Devos dient de discussie te gaan over de vraag of er werkelijk sprake is van een ‘bedreiging’ voor de gemeenschap. Geeft men hier een positief antwoord op, dan moet men volgens Devos nagaan wat hier de geschikte oplossingen voor zijn. Niettemin voorspelde de professor dat Bogaert zal worden afgebrand.

Beke: Geen partijstandpunt

De vraag is echter in hoeverre CD&V Bogaert in zijn gemeenschapsdenken wil volgen. Op Twitter laat partijvoorzitter Wouter Beke in ieder geval al weten dat de partij een ander standpunt heeft.

Ook CD&V-vicepremier Kris Peeters is naar eigen zeggen geen voorstander van een algemeen verbod op het dragen van zichtbare religieuze tekens. “In Antwerpen zie ik elke dag dat het feit dat mensen werken, deelnemen aan openbare leven, met elkaar omgaan, veel belangrijk is voor het samenleven dan de symbolen waarmee ze zich identificeren”, stelt Peeters op Twitter.

CD&V-jongerenvoorzitter Sammy Mahdi formuleert het nog sterker. “Net wakker na levensnoodzakelijke rustdag om te genezen van zware verkoudheid. Zie nu pas hoeveel schade Bogaert heeft aangericht met persoonlijk standpunt. Niet zozeer voor onze partij, vooral voor onze broze samenleving”.