Havenarbeiders verplichten om lid te worden van een vakbond kan niet langer. Dat bevestigt minister van Werk Kris Peeters (CD&V) na een vraag door Kamerlid Wim Van der Donckt (N-VA). Peeters verkondigde dit al eerder, maar Van der Donckt trok hierna zelf op onderzoek. Na een ‘mystery call’ bleek dat het “nuttig” is om zich te registreren bij een vakbond, “indien [de kandidaat] als havenarbeider van het algemeen contingent erkend wenst te worden“, zo tekent BELGA de communicatie vanwege CEPA aan een sollicitant op.

Dat indirect verplichten van een vakbondslidmaatschap is volgens N-VA in strijd met de zogenaamde ‘negatieve verenigingsvrijheid’, zoals vastgelegd in artikel 27 van de Grondwet. Net zoals het iedereen vrij moet zijn om lid te worden van de (politieke/economische/sociale) organisatie die hij/zij wenst, moet ook het omgekeerde kunnen: de vrijheid om niet lid te zijn van, in dit geval, een vakbond om een bepaalde job uit te oefenen, zo redeneert N-VA.

Peeters: “CEPA heeft communicatie met kandidaten bijgestuurd”

Eerder in september zei minister Peeters al dat lidmaatschap van een vakbond geen noodzakelijke voorwaarde kan/mag zijn om havenarbeider te worden. Dit ook na een schriftelijke vraag van Van der Donckt. Maar havenorganisatie CEPA (Centrale der Werkgevers aan de Haven van Antwerpen) bleek dit nadien toch nog te doen. CEPA verwees tijdens een ‘mystery call’ (die Van der Donckt zelf in elkaar stak) naar vakbondslidmaatschap als voorwaarde om als havenarbeider te worden erkend.

Hierna vroeg Van der Donckt opnieuw duidelijkheid aan minister Peeters over de communicatie van CEPA: “Het kan toch niet zijn dat het uitoefenen van een bepaalde job afhankelijk is van een volslagen achterhaalde voorwaarde van lidmaatschap van een vakbond”, aldus Van der Donckt aan Peeters. In een persmededeling van N-VA staat Peeters’ antwoord te lezen: “Naar aanleiding van uw vraag – dat is ook het voordeel als u vragen stelt – heeft mijn beleidscel contact opgenomen met havenorganisatie CEPA met de vraag om de communicatie met kandidaten bij te sturen”.

Volgens Peeters zou CEPA dit reeds gedaan hebben: “CEPA bleek zelf inmiddels al actie in die zin te hebben ondernomen, misschien door uw goede activiteiten, wie weet”, zo beantwoordt Peeters Van der Donckt verder. “Kandidaat-havenarbeiders wordt nu niet meer aangeraden om contact op te nemen met de vakbondsorganisaties. Zij krijgen wel nog ter info de gegevens van de vakbonden en van CEPA zelf, zodat zij in alle vrijheid kunnen beslissen of zij al dan niet gebruik willen maken van de aangeboden diensten.”

N-VA en de bonden

De N-VA en de vakbonden liggen geregeld in conflict. Wat betreft het havenbedrijf roept N-VA al jaren op tot een versoepeling van de wet-Major. De Wet-Major regelt in België sinds 1974 de havenarbeid. Schepen lossen en laden moet hierdoor gebeuren door erkende havenarbeiders. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat buitenlandse schepen niet zomaar hun eigen bemanning kunnen gebruiken om hun schip te lossen in de haven van Antwerpen. De N-VA kreeg echter in mei haar zin nadat de Europese Commissie instemde met een versoepeling. De vakbonden en werkgevers bereikten hier vorig jaar reeds een akkoord over. E-commerce in het havenwezen moet hierdoor vooral eenvoudiger gaan worden.

Kamerlid Johan Klaps (N-VA), specialist rond de wet-Major voor de partij, roept in dezelfde persmededeling verder op tot het uitvoeren van de goedgekeurde en geplande versoepelingen in het havenwezen. “Het moeizaam bereikte compromis over de door Europa opgelegde hervorming van de wet Major, moet uiteraard volledig uitgevoerd worden. Zo niet zal Europa de ingebrekestellingsprocedure heropenen en dan zijn we terug bij af”, zo waarschuwt Klaps. “Bovendien heeft minister Peeters al meermaals toegezegd al verdere stappen te willen zetten in de hervorming van de havenarbeid in de logistiek en in de e-commerce. Ook dit proces moet onverwijld worden verdergezet.”

Eerder in oktober riep de N-VA ook op om te dotatie voor de spoorvakbonden te verlagen. Volgens die partij is het huidige systeem, waarbij de spoorbonden dotaties krijgen op basis van het totale aantal spoorwerknemers in plaats van het aantal gesyndiceerden, “pervers”, “corporatistisch” en “niet meer van deze tijd”.