Een groep van vier jonge politieagenten, die gisteren aan het werk was tijdens de Marokkaanse rellen in Brussel, heeft aan VRT Nieuws anoniem haar frustraties geuit. Volgens de agenten waren er een heleboel factoren die het werk onnodig moeilijk maakten, zoals een gebrekkige infrastructuur, een gebrek aan manschappen en de versnippering van de Brusselse politiekorpsen. Ook zouden de agenten lange tijd niet hebben mogen ingrijpen.  

Gisteren werd de Belgische hoofdstad het toneel van zware geweldfeiten. Hierbij raakten zeker 22 agenten gewond. Bij vele van de getroffen slachtoffers is vooral het politieoptreden, of juist het gebrek daaraan, in het verkeerde keelgat geschoten. “De politie is niet tussengekomen en dat maakt mij boos. Er zijn andere agenten die hier nadien zijn gekomen voor de bewaking. Die zeggen mij: ‘U weet dat, dat is politiek, wij mogen niet tussenkomen’”, klinkt het.

“Uitleg politietop strookt niet met realiteit op terrein”

De politiezone Brussel Hoofdstad Elsene stelt dat de openbare orde eerst moest hersteld worden vooraleer de politie de winkels kon beschermen. Ook zouden de verschillende incidenten veel te verspreid hebben plaatsgevonden.  “We kregen veel oproepen tegelijkertijd en er moest een selectie gemaakt worden, onze prioriteit is het herstellen van de openbare orde”, zegt commissaris Olivier Slosse.

“Die uitleg strookt niet helemaal met de realiteit op het terrein”, klinkt het bij de vier agenten die anoniem wensen te getuigen. “Er was simpelweg niet genoeg volk voorzien om te kunnen ingrijpen. Wat ze boven onze hoofden ook mogen zeggen: er waren sowieso niet genoeg manschappen voorzien voor een eventuele kwalificatie van Marokko, laat dat duidelijk zijn.”

“Pas tijdens de match, toen ze vaststelden dat er enorm veel volk en incidenten waren op de Stalingradlaan hadden ze door dat het wel eens uit de hand zou kunnen lopen. Weet dat het voor ons op dàt moment al héél duidelijk was dat onze politiemensen werden bekogeld! Hier zijn ze gewoon op snelheid genomen”, aldus de agenten.

Ook over de infrastructuur en de betonblokken – die terroristische aanslagen moeten tegenhouden – doen de vier agenten hun beklag. “De betonblokken in de voetgangerszone het ons wel héél moeilijk om het waterkanon in te zetten in bepaalde zones. Een snelle, krachtdadige interventie is daar bijna onmogelijk. Maar dat weten we al langer”, klinkt het.

“Op de Lemonnierlaan stelden we vast dat er werd geplunderd. Dat handelszaken werden bestolen. Voor de ogen van een peloton. Er mocht niet ingegrepen worden, omdat de situatie dan wel eens zou kunnen escaleren. En dat is zeker niet de eerste keer! Da’s toch om zot van te worden! Ook de collega’s van de brandweer konden hun werk niet doen. Zij probeerden een brandende wagen te blussen, werden plots bekogeld door jongeren en moesten zich terugtrekken”, zeggen de vier.

“Eengemaakte Brusselse politiezone zou problemen kunnen oplossen”

“We hebben traangas, we hebben rubberkogels. Het enige dat we niet hebben, is de formele toestemming om ze ook echt in te zetten”, aldus de agenten. “We werden verrast. Dat kan gebeuren. Maar we stellen vast dat men achteraf maar laat gedijen, zolang het zeker buiten de Unesco-zone gebeurt.”

Pas heel laat, toen de situatie volledig dreigde te ontsporen, werd er versterking van andere korpsen ingeroepen. “En ook dat ging véél te traag. Bijstand vragen aan de federale politie of andere lokale korpsen verloopt enorm langzaam, via een te log systeem. Dat weet iedereen op het terrein. Een ééngemaakte Brusselse politiezone zou dat probleem – en nog vele andere – kunnen oplossen. Zolang er zes verschillende Brusselse politiezones blijven bestaan, zullen dit soort toestanden blijven gebeuren”, klinkt het.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/