De Europese Commissie heeft bemerkingen bij het ontwerp van federale begroting 2018. Zo vindt men dat de overheid te weinig bespaart, er niet genoeg structurele besparingen zijn, men teveel teert op de dalende rente, een te hoge groei voorspelt enz. Maar we zijn niet de enigen met problemen, want ook Italië, Frankrijk, Oostenrijk, Portugal en Spanje krijgen opmerkingen.

Bizar genoeg heeft de Europese Commissie niet veel opmerkingen bij het meest failliete land van de Unie: Griekenland. Maar niemand komt op het strafbankje, want: Italië moet naar verkiezingen en wie weet komt Silvio terug, Spanje kent een minderheidsregering alsook een institutionele Catalaanse tijdbom, Portugal heeft niets meer, Macron moet overeind gehouden worden en van de nieuwe Oostenrijkse kanselier weet men niet goed wat te denken. Bovendien is de leidende arm uit Berlijn stuurloos en dit omwille van de aanslepende regeringsformatie in de Bondsrepubliek.

De cijfers

België heeft te weinig structureel bespaard, zegt de Europese Commissie. Dat is juist en dat vormt al jaren een probleem in dit land. Maar de zuidelijke Latijnse begrotingskijk komt via de Waalse partijen op de federale tafel. In Nederland zijn er keuzes gemaakt onder Rutte II en daardoor is er 27 miljard tekort weggesnoeid. Het resultaat is dat Rutte III start met een overschot van 0,4 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP)!

Bij ons gebruikt men de kaasschijfmethode, wat inhoudt dat elke dienst elk jaar 5 procent minder krijgt. Het resultaat is dat alles blijft bestaan en op den duur niets meer deftig werkt. Wij staan nu op een tekort van zowat 2,5 procent BBP en dat is onder de Europese norm van 3 procent (Frankrijk: -3,4%, Spanje: -4,5%) Ook het Europees verschil tussen het nominale tekort (2,5%) en het structurele tekort (1,1%) is naast de kwestie. In feite worden er uitgaven niet meegeteld (vb. veiligheid en migratie) die toch betaald moeten worden.

De enige overheidsbegroting met een evenwicht is die van Vlaanderen. Dat zegt ook alles over de visies in dit land inzake de openbare financiën. Maar met wat meer groei (nu: 1,7% en Nederland: 3,5%) zou deze regering wel eens onder de 2 procent tekort kunnen uitkomen. Zoiets zou een electoraal cadeau zijn in de aanloop van de verkiezingen.

Een groot probleem blijft de schuld, met 105 procent van het BBP. Dit hoge schuldenniveau is draagbaar geweest door de lage rente, maar die neemt toe en wordt een zeer serieuze last voor de volgende federale regering. Men mag ook niet vergeten dat zowat 90 procent van die schuld tot de federale overheid behoort. De verkoop van staatseigendommen kan die schuld nog voor de verkiezingen onder de psychologische drempel krijgen van 100 procent van het BBP.

Het overheidsbeslag ligt in België erg hoog met 53 procent. Onder deze regering is dit percentage wel gedaald met een kleine twee procent. Maar Nederland staat al op 44 procent. Dat bewijst ook de publieke sanering bij onze noorderburen en daardoor is de economie er veel sneller op dreef gekomen na de financiële crisis van 2008.

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Europa

De Europese begrotingsregels werken niet en dat is ook niet moeilijk, want als men de teksten van het ‘Big six’, het ‘Fiscal treaty’ en het ‘Two pack’ doorneemt is er geen duidelijke lijn in te trekken. Eerst werden deze regels nogal strikt toegepast en heden vrij soepel. Het kan ook moeilijk anders, want Zuid-Europa kan de Duitse euro-regels niet aan. De Franse bevoegde commissaris – Pierre Moscovici – maakt uitgebreid opmerkingen over België, maar laat de puinhopen van Frankrijk en Italië ongemoeid. Nu heeft deze persoon ook al geen hoge ogen gegooid als minister van Financiën onder president Hollande. Van enige convergentie in de eurozone is al lang geen sprake meer.

De laatste jaren zijn er diverse onderzoeken geweest naar fiscale paradijzen. In de meeste gevallen gaat het om legale ontwijkingsconstructies. Bovendien geldt er ook het principe van het vrije verkeer van kapitaal binnen de Europese Economische Ruimte. Die fiscale vluchtwegen zijn een probleem voor de begroting, maar zijn het gevolg van een te hoge fiscale druk en de mogelijkheden tot fiscale spitstechnologie die mogelijk zijn omwille van de hyperingewikkelde fiscale regels.

De EU treft hier echter ook een verpletterende verantwoordelijkheid. Inderdaad, vroeger lagen de fiscale paradijzen aan onze grenzen (Monaco, Liechtenstein, Andorra) en toen was er toezicht. Maar men heeft het geld zowaar weggepest naar het andere deel van de Atlantische oceaan. Het gevolg is dat de EU geen kijk meer heeft op wat er daar gebeurt met het Europese kapitaal. Met de aankomende fiscale confiscatie zal die kapitaalvlucht zeker niet gedempt worden.

Tewerkstelling

De tewerkstelling stijgt wel structureel onder deze regering – lees: in de private sector -, maar loopt nog ver achter op onze buurlanden. Bovendien zijn de werkloosheidscijfers enorm verschillende per gewest, namelijk: Vlaanderen (4,8%), Wallonië (11%) en Brussel (16%). Bovendien valt het ook op dat grootse buitenlandse investeringen dit land mijden en dit om een mengeling van redenen, zoals: het gebrek aan politieke visie, een niet stabiele en te hoge fiscaliteit, mobiliteitsproblemen die al jaren niet worden aangepakt en een onoverzichtelijk kluwen van regels over stedenbouw.

Men kan sneller, goedkoper en met een zekerder karakter bouwen in de buurlanden en zelfs in Wallonië. Maar het nogal continue karakter van de rellen te Brussel, dat uitgebreid wordt uitgesmeerd in de internationale pers, bevordert het negatieve investeringsimago. Dit laatste is al een probleem sinds de aanslagen van 22 maart 2016.

Na 2019

Na de verkiezingen van 2019 liggen er een aantal zeer delicate budgettaire dossiers op tafel. Zoals de uitdaging om het tekort onder de 3 procent te houden en dat in combinatie met hogere investeringen vanwege de overheid, een herziening van de fiscaliteit op arbeid, de Brexit, het aanpakken van de schuld met de stijgende rente, de problemen in de Bijzondere Financieringswet enz.

De laatste OESO cijfers over de fiscale druk geven België een bronzen medaille en dit na Denemarken en Frankrijk. Met 44,2 procent staan we ver boven Nederland (38,8%) en Duitsland (37,6%). In ieder geval is dit land, onder Michel I, iets dichter bij de Duits-Nederlands-Scandinavische trein gekomen. Maar de aankoppeling vergt nog ernstige budgettaire ingrepen. Bovendien is er nog altijd de dreiging dat we, bij een laks beleid, met de Zuid-Europese trein verder moeten. Het verschil tussen beide treinen heet: welvaart.

ADVERTENTIE