Vandaag vindt er in Luxemburg een Raad van de EU plaats. Het zijn de Europese ministers van Werk die zullen vergaderen. Men probeert daar maatregelen te vinden om economische misbruiken, zoals sociale dumping, met gedetacheerden in te perken.

Elk jaar worden er twee miljoen werknemers ‘gedetacheerd’ in Europa. Het gaat vooral om Oost-Europeanen. In België werken, na Luxemburg, in verhouding tot zijn bevolkingsaantal de meeste gedetacheerden van Europa. Zo’n 214.000 mensen, dat is drie procent van de totale Belgische tewerkstelling. Over geheel Europa ligt het aantal gedetacheerden op minder dan een procent van de totale tewerkstelling.

Belgische werknemer weggeconcurreerd

Het systeem zorgt voor grote wrevel omdat de Belgische werknemer weggeconcurreerd wordt op de eigen arbeidsmarkt, aldus critici. De hoge loonlast lijkt voor een groot deel een van de oorzaken. Normaal dient het systeem van detachering om arbeidstekorten in een lidstaat in te vullen. In de realiteit wordt het veelal gebruikt als een systeem om aan goedkope arbeid te geraken.

Voorstanders willen het systeem absoluut behouden. Een kwart tewerkstelling in de bouw werd besteed aan buitenlanders, voornamelijk om kosten te besparen. Volgens het Britse weekblad The Economist zou een zelfs derde van de bouwvakkers op Belgische werven gedetacheerd zijn.

Er zijn natuurlijk ook gevallen waarbij het systeem gebruikt wordt zoals het oorspronkelijk bedoeld is. Zo zijn zo’n 40 procent van de gedetacheerden in ons land Nederlander, Duitser of Fransman. Het gaat in deze gevallen vooral om hogeropgeleiden. België stuurt zelf ook gedetacheerden uit, zo’n 80.000, vaak gaat het ook hier ook om hoogopgeleiden.

Sociale fraude

Het systeem werkt vaak sociale fraude in de hand. Denk aan sociale dumping, daarbij wordt aan gedetacheerden niet het Belgische minimumloon uitbetaald maar dat van het land van herkomst. In zo’n geval krijgt een Bulgaar bijvoorbeeld slechts 212 euro in plaats van 1500 euro per maand betaald. Bovendien worden in veel gevallen overuren niet uitbetaald, krijgen de werknemers geen premie en worden er nergens sociale zekerheidsbijdragen betaald.

Een van de meest schrijnende gevallen gebeurde in 2012. Toen kwamen twee Poolse mecaniciens, Pawel Lawecki en Marcin Adamek, om het leven toen de loods in Wingene waarin ze sliepen uitbrandde. De zaak is momenteel nog altijd hangende.

Voor de inspectiediensten is het moeilijk om op de bal te spelen. Om de nodige documenten te bemachtigen moet men vaak gaan navragen bij het land van herkomst. De gedetacheerde werknemers zijn vaak al weg op het moment dat men de informatie ontvangt.

Twintig huiszoekingen bij transportbedrijf JOST rond sociale dumping

Vaak zijn er ook spookbedrijven wiens enige taak eruit bestaat werknemers richting West-Europa te detacheren. In principe mogen enkel bedrijven die ook daadwerkelijk actief zijn in het land van herkomst werknemers detacheren. Daar is echter nauwelijks controle op.

EU-top

België heeft al enkele maatregelen proberen te treffen. Zo zijn er bijvoorbeeld al akkoorden gesloten met Polen en Roemenië om informatie beter uit te wisselen. Toch lijkt het probleem enkel echt op te lossen op Europees niveau. Europees commissaris voor Werk Marianne Thyssen (CD&V) probeert daarom maatregelen te vinden om dit soort misbruiken tegen te gaan. Zij wil dat gedetacheerde werknemers hetzelfde loonpakket als andere werknemers krijgen, dus niet langer het minimumloon.

Ook wil zij dat gedetacheerden maximaal 24 maanden uitgezonden worden. In het voorjaar was daarover Europees akkoord bereikt, maar dat stuitte toen op Frans protest. Voor president Emmanuel Macron (LREM) ging dat voorstel niet ver genoeg. Hij wilde de termijn inperken tot een jaar in plaats van twee. Intussen heeft hij daarvoor de steun van België, Nederland, Luxemburg en Duitsland.

Vandaag wordt er op de top gezocht naar een compromis over nieuwe regels inzake detachering. Er ligt een Pools voorstel op tafel voor een langere overgangsperiode om de nieuwe regels te implementeren. Die nieuwe regels moeten normaal binnen twee jaar in nationale wetgeving omgezet worden. Polen wil echter meer tijd en vraagt samen met andere Oost-Europese staten uitzondering voor de transportsector.

Belgische werkgevers hebben er weinig vertrouwen in dat er een maatregel uit de bus komt die de problemen ook daadwerkelijk uit de wereld zal helpen. Zij vinden het vooral belangrijk om de loonverschillen weg te werken, waardoor een Oost-Europese gedetacheerde even duur wordt als een Belgische werknemer. Ook pleit ons land voor een Europese databank met alle relevante informatie over gedetacheerde werknemers.