Immigratie bepaalt parlementsverkiezingen in Oostenrijk

0
13

Zondag trekken de Oostenrijkers naar de stembus voor de parlementsverkiezingen. Momenteel wordt Oostenrijk bestuurd door een coalitie van socialisten (SPÖ) en christendemocraten (ÖVP). Verwonderlijk is dat niet. Sinds WO II besturen beide partijen immers haast onafgebroken het land. De derde grote partij, de rechtsnationale FPÖ kon maar twee keer de coalitie breken, van 1983-1986 met de SPÖ, en van 1999-2003 met de ÖVP.

Immigratiethema bovenaan

Het centrale thema bij deze verkiezingen is de immigratiepolitiek. Oostenrijk kreeg bij de huidige vluchtelingencrisis honderdduizenden immigranten te verwerken, die ofwel bleven, ofwel op doorreis waren naar Duitsland. Het noopte de socialistische premier Christian Kern zelfs tot het instellen van een bovengrens van op te vangen vluchtelingen. 37.500 per jaar tot 2019 en 127.500 maximaal over de ganse periode. De socialisten willen zo vooral de illegale immigratie onder controle brengen. Alle partijen bepleiten een restrictiever immigratiebeleid, waarbij zowel de buiten- als binnengrenzen beter moeten gecontroleerd worden. Enkel de kleine Groene partij wil niet zozeer minder immigranten, maar vooral een menselijk asielbeleid.

FPÖ – die Soziale Heimatpartei

Toen de FPÖ van wijlen Jörg Haider in 2003 een coalitie sloot met de ÖVP reageerden veel progressieven in Europa afwijzend. De toenmalige FPÖ slaagde er niet in haar verkiezingsbeloftes om te zetten in beleid. Van 26% in 1999 zakte de partij naar amper 10% in 2003. Interne spanningen deden de partij daarna zelfs splitsen. Jörg Haider stichtte de BZÖ (Bundnis für die Zukunft Österreichs), maar kon in de volgende jaren enkel in zijn thuisbasis Kärnten scoren.

Bij de FPÖ nam de jonge Heinz-Christian Strache het roer over. Hij hervormde en moderniseerde de partij rond zijn eigen dynamische persoonlijkheid. Eerst haalde hij maar beperkt succes (2006: +1%). Maar in de volgende jaren scoorde FPÖ steeds beter. 17,5% in 2008, 20,5% in 2013. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in het rode Wenen kon Strache persoonlijk een monsterscore van 30,5% voorleggen. Het jaar erop won FPÖ ei zo na de presidentsverkiezingen. Ongezien.

Sebastian Kurz

Lang stonden die Freiheitlichen afgetekend op kop in de peilingen. Tot in mei van dit jaar kwamen ze vlot boven de 30% van de stemintenties uit. Sindsdien doet zich een vreemd fenomeen voor in de figuur van de 31-jarige Sebastian Kürz.

Hij was van 2011 tot 2013 staatssecretaris voor integratie en van 2013-2017 de jongste minister van Buitenlandse Zaken ooit in Europa. Hij trad af om partijvoorzitter te worden in mei en sindsdien schiet de ÖVP in de peilingen de hoogte in ten nadele van de FPÖ. Hij presenteert zich als kandidaat van de verandering. Aangezien zijn partij haast onafgebroken geregeerd heeft sinds WO II, is dit een opmerkelijk staaltje politieke marketing te noemen. De vergelijking met de opgang met de Franse president Macron is dan ook vlug gemaakt: een jonge politicus die, komende vanuit een beleidspartij, zich toch weet te presenteren als kandidaat van de vernieuwing.

Patriottische herfst?

Het wordt uitkijken naar de omvang van de score van de FPÖ. Maar zelfs als de Kurz-hype realiteit wordt, heeft de FPÖ een realistische kans op regeringsdeelname. De rechtsnationalisten van de FPÖ spelen in deze verkiezingen immers op eigen terrein met het centrale verkiezingsthema rond immigratie. Volgens de laatste peiling wordt de ÖVP met Kurz de grootste partij met 33%, gevolgd door FPÖ met Strache op 27%, terwijl de socialisten, zoals in zoveel Europese landen, afgestraft worden tot 23%.