Zondagavond is de het wetsontwerp rond de effectentaks – dat is de taks van 0,15 procent op beleggingsrekeningen uitgetekend in het Zomerakkoord – bijgewerkt. Recent doken immers twijfels op over de effectiviteit van die taks, die een kwart miljard euro in de schatkist moet brengen. De taks werd aangepast nadat de Raad van State waarschuwde voor discriminatie. Vicepremier Jan Jambon (N-VA) verzekerde aan BELGA dat de nieuwe belasting “geen holle taks” zal zijn.

De federale topministers hebben met premier Charles Michel (MR) hebben gisteren na lang vergaderen een oplossing gevonden voor de effectentaks. De Raad van State, die administratieve rechtshandelingen controleert, had gewaarschuwd voor een mogelijk discriminatoir karakter van de taks. De grote vermogens zouden immers de dans kunnen ontspringen. Het wetsontwerp rond de taks is nu verbreed en certificaten, trackers en niet-beursgenoteerde aandelen op effectenrekeningen zullen ook belast worden volgens het nieuwe ontwerp. Regeringspartij CD&V drong hier bij monde van vicepremier Kris Peeters (CD&V) sterk op aan. Toch blijven sommige financiële experts zoals Michel Maus kritisch over de slagkracht van de wijzigingen.

Raad van State

De Raad van State vond het tevens problematisch dat niet-beursgenoteerde aandelen op naam, die niet op een effectenrekening staan, buiten de taks zouden vallen. “Als het erom gaat de gegoede burger te belasten, lijkt een uitsluiting zonder meer van effecten op naam allesbehalve evident”, zo stond te lezen in het advies. N-VA wou hier echter niets van weten. Wel komt er een anti-misbruikmaatregel en zal men de motivatie van het ontwerp versterken.

“Het is goed dat de Raad van State serieus genomen wordt”, zo reageert Peeters aan De Standaard. Het nieuwe ontwerp wordt nu opnieuw opgestuurd naar de Raad van State. De christendemocratische vicepremier vertelt aan BELGA dat hij ervan uitgaat dat de Raad van State nu “op een andere manier” naar de taks zal kijken, maar wil wel wachten op het volgende advies. Jambon vindt echter nu dat “[de] politiek moet […] kunnen zeggen wat [we gaan] belasten en wat niet”. De Raad van State heeft nu 30 dagen om tot een nieuw advies te komen.