Afgelopen zomer kwam de regering van premier Charles Michel (MR) met het Zomerakkoord naar buiten. In dit akkoord werd een ‘effectentaks’ opgenomen. Dit is een soort van ‘rijkentaks’ waarbij ‘effectenrekeningen’ – rekeningen met beleggingen in plaats van klassiek spaargeld – boven de 500.000 euro belast worden aan 0,15 procent. Echter, wie zijn beleggingen spreidt over verschillende banken, kan de dans eenvoudig ontspringen, zo blijkt uit nieuwe informatie. “Dit is de kat bij de melk zetten”.

Om tegemoet te komen aan de wensen van de centrumregeringspartij CD&V voegden de regeringspartners onder impuls van premier Charles Michel (MR) een effectentaks toe aan het Zomerakkoord dat eind juli werd beklonken. Effectenrekeningen – rekeningen met beleggingen – krijgen een vrijstelling onder de 500.000 euro. Maar ook wie meer heeft, kan de taks ontwijken door zijn beleggingen te spreiden. “In principe is het systeem waterdicht”, verklaarde Financiënminister Johan Van Overtveldt (N-VA) afgelopen zondag in De Zevende Dag nochtans.

https://twitter.com/IntiGhysels/status/915463508896174081

Controle door?

Volgens Van Overtveldt zou de controle via een centraal orgaan verlopen: “Er wordt aan een centraal orgaan doorgegeven wie een effectenrekening heeft”. Zo zou men alles kunnen overschouwen en optellen hoeveel effecten elke burger heeft in totaal. Echter, volgens bronnen in de regering die details uitlekten aan De Standaard, klopt dat niet. De controle opgenomen in het wetsontwerp zou louter verlopen via de personenbelasting.

Elke belastingplichtige burger zal dus op zijn/haar aanslagformulier moeten aangeven of hij/zij meerdere effectenrekeningen in het bezit heeft. Een burger kan natuurlijk wel altijd ‘vergeten’ om een bepaalde rekening aan te geven. De fiscus kan dan wel om extra informatie vragen, maar kan zich niet beroepen op een centraal orgaan die alles overziet.

Zo’n centraal aanspreekpunt (CAP) lag blijkbaar politiek te gevoelig. De economisch liberale partijen Open Vld en N-VA willen kost wat kost een evolutie vermijden dat leidt naar een vermogenskadaster. Volgens Van Overtveldts woordvoerder Ferry Comhair heeft de minister zich echter “niet vergist”, maar wel “misschien verkeerd uitgedrukt”.

“Slag in water”

Sommige experts hebben evenwel ernstige vragen bij hoe de zaken er nu voorstaan. “Als men het zo organiseert, wordt het een slag in het water”, vertelt fiscaal advocaat Dirk Van Belle aan De Standaard“Men rekent dus op de individuele slagkracht van de belastinginspecteur. Maar als men opbrengst wil, moet men aan de bron afhouden.”

Ook professor fiscaal recht Michel Maus (VUB) is kritisch: “Het lijkt erop dat sommige regeringspartijen speculeren dat de taks niet zal of mag opbrengen. De fiscus is nu aangewezen op de medewerking van de belastingplichtige. Dat is de kat bij de melk zetten. Ik vrees dat er accidenten zullen gebeuren.”