Gisteren werd er in Catalonië een referendum gehouden. Net iets meer dan 90 procent van de stemgerechtigden stemde in dat referendum voor onafhankelijkheid, bij een opkomst van 42 procent van de kiesgerechtigden. De Catalaanse regering heeft bij monde van de eerste minister Carles Puigdemont al aangekondigd aanstaande woensdag eenzijdig de onafhankelijkheid te zullen uitroepen, maar zal Catalonië er ook in slagen die onafhankelijkheid af te dwingen en internationaal te laten erkennen?

Het resultaat van het referendum geeft een overweldigende meerderheid voor het Sí-kamp, maar minpunt voor de Catalaanse regering is zonder twijfel dat de opkomst onder de vijftig procent bleef. Het laat de tegenstanders van Catalaanse onafhankelijkheid meteen toe de Hollandse rekenkunde toe te passen op het resultaat: enerzijds waren er onregelmatigheden waardoor er meerdere malen gestemd kon worden, anderzijds worden alle thuisblijvers bij de tegenstanders gerekend. Hoewel de regering in Madrid officieel de lijn aanhoudt dat het referendum ongrondwettelijk was, kan verwacht worden dat ze bij informele contacten niet zal nalaten erop te wijzen dat uiteindelijk slechts 38 procent van de Catalanen daadwerkelijk een Sí-stem is gaan uitbrengen.

Madrid: moreel krediet verspeeld?

Wat echter duidelijk in het nadeel van de regering van Spaans premier Mariano Rajoy speelt, is dat de Spaanse regering afgelopen zondag zowat alle morele krediet verspeelde door het geweld van de Spaanse politie. Het noopte de Belgische eerste minister Charles Michel (MR) – die à priori niet verdacht kan worden van enige sympathie voor Catalaanse separatisten – ertoe dat geweld op Twitter te veroordelen, net als de Sloveens eerste minister Miro Cerar. Maar dat betekent nog lang niet dat de twee partij zouden gekozen hebben voor de Catalaanse regering.

Eerste horde: onafhankelijkheid afdwingen tegenover Madrid

Het is niet omdat het Catalaanse parlement op woensdag eenzijdig de onafhankelijkheid uitroept, dat Catalonië meteen op eigen benen zal staan als een nieuwe staat. De eerste opgave voor de regering–Puigdemont zal ongetwijfeld zijn die onafhankelijkheid ook de facto af te dwingen tegenover Madrid. Concreet betekent dit in het Catalaanse geval twee dingen: belastingen kunnen innen en pensioenen en uitkeringen kunnen uitbetalen. In tegenstelling tot Baskenland heeft Catalonië geen fiscale autonomie, en zolang Barcelona financieel afhankelijk blijft van Madrid, heeft Catalonië een levensgroot probleem.

Een andere vraag, doch van tweede orde, is wat er gebeurt in de legerkazernes op Catalaans grondgebied. Zal Barcelona haar voogdij kunnen afdwingen over die kazernes, of blijven zij orders ontvangen vanuit Madrid? Anderzijds zou het voor Madrid politieke zelfmoord zijn om na het politiegeweld van zondag nu ook het Spaanse leger in te zetten.

Tweede horde: internationale erkenning

Zoals hierboven reeds opgemerkt: uiteindelijk hebben slechts 38 procent van de Catalanen gisteren een Sí-stem uitgebracht, in wat volgens het Spaanse Grondwettelijk Hof een ongrondwettelijk referendum was. Wat dat laatste betreft liet de Nederlandse eerste minister Mark Rutte al weten dat “de Spaanse regering in haar recht is”. Dat belooft niet veel goeds voor de Catalaanse regering.

Bovendien verschaffen deze twee elementen de Europese Commissie het perfecte alibi om zich verder te blijven hullen in stilzwijgen of in vage communicatie. In eigen land kan verwacht worden dat ook de Belgische regering verder uitdrukkelijk geen standpunt zal willen innemen, tenzij dan principieel tegen geweld. De aanwezigheid van de N-VA in de federale regering zal daar voorlopig weinig aan kunnen doen veranderen.

Maar het slechtst mogelijke scenario – althans voor de politieke geloofwaardigheid – voor de Catalaanse regering zou een onmiddellijke erkenning van de onafhankelijkheid zijn vanuit de EU-tegenstanders Donetsk, Moskou en Ankara. Donetsk wil zelf afscheuren van Oekraïne, maar wordt internationaal niet erkend. Voor Moskou zou het een mooie gelegenheid zijn om de legitimiteit van hun aanhechting van de Krim bij Rusland te onderstrepen. En van Ankara kan verwacht worden dat het elke gelegenheid aangrijpt om de EU te jennen.

Barcelona wikt, Berlijn beschikt

Wat voor Barcelona telt, is wat er in Berlijn gebeurt. Het is mogelijk dat een Baltisch land toch over de schreef gaat om de Catalaanse onafhankelijkheid vroegtijdig te erkennen, of één van de Visegrádlanden zoals Hongarije uit balorigheid tegenover de Europese Unie. Maar uiteindelijk zal de Catalaanse onafhankelijkheid in Berlijn beslecht worden, met misschien enig overleg met Parijs. Catalaans lidmaatschap van de EU kan vervolgens in de loop van enkele dagen geregeld worden, ook al zwaaien tegenstanders van Catalaanse onafhankelijkheid met een Spaans veto.

Voor Madrid heeft het echter geen zin om op Europees niveau nog een veldslag te willen winnen, wanneer het toch al de oorlog verloren heeft. De Catalaanse financiële bijdragen aan de EU zullen in Madrid trouwens zonder veel morren gretig in ontvangst genomen worden. Maar zo ver zijn we nog niet.

ADVERTENTIE