1 op de 20 mensen in dit land zitten in de sociale bijstand. Ook het aantal leefloners neemt toe, dat bericht de Standaard. Experten maken zich daarover ernstige zorgen. Het systeem lijkt onhoudbaar. 70% van de leefloners blijkt overigens van vreemde origine te zijn.

Ruim 576.000 mensen mensen met de Belgische nationaliteit vallen onder de Sociale bijstand. 5 procent van de Belgen ontvangt ondertussen een leefloon. Sinds het ontstaan van de bijstand midden jaren zeventig is deze bijna verdrievoudigd in omvang. Wat oorspronkelijk als residueel vangnet moest dienen is een steeds belangrijker de sociale bescherming geworden.

Tikkende tijdbom

“Midden jaren zeventig waren we terecht trots dat zo weinig mensen er een beroep moesten op doen in vergelijking met bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk. Vandaag schuiven we op naar Angelsaksische toestanden”, aldus professor Bea Cantillon (UAntwerpen).

Volgens Cantillon moet de rol en de werking van de sociale bijstand herdacht worden. “Zeker in de grote steden, groeit het aan tal leefloners de OCMW’s boven het hoofd. De individuele begeleiding was nooit voorzien op zo’n grote groep.Het is misschien vloeken in de kerk, maar we moeten durven nadenken over een bijstand light, tussen het OCMW en de sociale zekerheid in.

Zij waarschuwt er verder voor dat wanneer de werkloosheidsuitkering beperkt wordt in de tijd, zo’n 175.000 langdurig werkzoekenden in de bijstand terecht zullen komen. En dan barst het systeem volgens Cantillon.

70 procent leefloners van niet-Belgische origine

Daarnaast blijken uit de cijfers van professor Cantillon dat ook zo’n 30 procent van de leefloners niet de Belgische nationaliteit heeft. Uit cijfers die Kamerlid Barbara Pas (Vlaams Belang) opvroeg, blijkt dat bijna 40% van het uitbetaalde leefloon in 2016 naar personen ging die een niet-Belgische nationaliteit bezitten. Daarvan ging verder het overgrote deel van het geld naar mensen met een nationaliteit van buiten de Europese Unie.

“Tel je bij het aandeel niet-Belgen ook nog de mensen wiens ouders geen Belg zijn, dan draait de verhouding helemaal om. Zeventig procent van de leefloners zijn dan mensen met een recente migratieachtergrond, dertig procent zijn Belgen die ook ouders met de Belgische nationaliteit hadden”, verduidelijkt Cantillon aan Knack.

Ook regionaal zijn er verschillen, zo onbloot het onderzoek van Cantillon. In Wallonië zijn er in verhouding drie keer zoveel leefloners in vergelijking met Vlaanderen. In Brussel zijn er dat in verhouding maar liefst zes keer zoveel. Daarnaast is het vooralsnog vooral een stedelijke problematiek.

In juli bemachtigde Pas ook cijfers bij het departement Maatschappelijke Integratie waaruit blijkt dat het aantal asielzoekers dat een beroep op een leefloon moet doen, meer dan verdubbeld is. Volgens het Kamerlid zou de kostprijs hiervan, veel hoger zijn dan dit onder de regering Di Rupo het geval was. Zij pleitte er toen dan ook voor om de “openstaande asielpoorten” te sluiten.

ADVERTENTIE