Afgelopen zondag waren het parlementsverkiezingen in Duitsland. De uittredende coalitie van christendemocratien (CDU/CSU) en de socialisten verloren samen 13.7 percent van de stemmen. In meerdere opzichten is dit een historisch resultaat.

In maart werden bij de parlementsverkiezingen de Nederlandse socialisten van PvdA tot amper 5,7 percent gereduceerd. Hetzelfde fenomeen zagen we enkele maanden later bij de presidents- (6,4 percent) en parlementsverkiezingen (7,5 percent) in Frankrijk. De Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) haalde bij deze verkiezingen amper 20,5 procent. Dit is niet enkel een verlies van 4,9 percent, maar ook het laagste resultaat voor deze partij sinds WOII.

Wint Merkel door te verliezen?

Uittredend bondskanselier Angela Merkel verloor met haar christendemocratische CDU/CSU nog meer. Hoewel ze de grootste partij bleef, verloor CDU/CSU maar liefst 8,7 percent en strandde op 32,8 procent. Enkel in 1949 haalde deze partij nog minder stemmen. Ook dit resultaat is historisch. Opmerkelijk is ook dat de CSU, de Beierse zusterpartij van CDU die zich een stuk rechtser en conservatiever profileert dan Merkels CDU, eveneens een historisch laag resultaat neerzet. Decennia haalde deze partij een absolute meerderheid. Nu strandt ze op 38,8 percent, een verlies van 10,5 procentpunten. Toch noemde Wouter Beke (CD&V) dit nog een overwinning.

Welke coalitie?

Ondanks het verlies zal Merkel aan zet blijven en allicht een 4de termijn als bondskanselier aanvatten. Maar dit zal geen gemakkelijke opdracht worden. De SPD heeft reeds een grote coalitie tussen christendemocraten en socialisten afgewezen.

Een minderheidskabinet behoort niet tot de wettelijke mogelijkheden. Merkel sluit de communisten van die Linke uit, net zoals de rechtsnationalisten van AfD. Blijft dus maar één optie over: een zogenaamde Jamaica-coalitie met de liberale FDP en die Grüne (ecologisten). De standpunten tussen deze laatste twee coalitiepartners overbruggen zal een grote uitdaging worden en bedreigt de stabiliteit van deze waarschijnlijke coalitie.

Wie heeft dan wel gewonnen?

Er zijn twee belangrijke winnaars bij deze verkiezingen. Enerzijds de liberale FDP (10,7 percent) , die opnieuw in het parlement komt. Anderzijds is er de rechtsnationaistische AfD (12,6 percent) die voor het eerst in het parlement zetelt. Dit is de grootste intrede in het parlement voor een nieuwe partij sinds WOII. Zonder meer is dit resultaat erg opmerkelijk te noemen, zeker gezien de historische complexen rond nationalisme die nog steeds de Duitse politiek overschaduwen.

Nochtans kan de grote opkomst op de been gebracht door de AfD als een ‘feest voor de democratie’ beschouwd worden. Waar vier jaar geleden maar 71,5 procent ging stemmen, brachten nu 77 procent van de Duitsers een stem uit. De democratische participatie is hiermee gestegen. Van de mensen die niet gingen stemmen in 2013, stemde nu maar liefst 20 percent, of anderhalf miljoen Duitsers, op de AfD. Dat betekent dat AfD als een mobiliserende kracht heeft gewerkt bij kiezers die voorheen thuisbleven.

Belangrijkste stemverschuivingen

Vergelijken we de stemmen in 2013 met deze in 2017 zijn er enkele opmerkelijke vaststellingen. Voor alle partijen ligt de partijtrouw, dit is het opnieuw op dezelfde partij stemmen, zowel bij deze verkiezingen als in die van 2013 tussen de 50 percent en de 55 percent. Twee partijen springen eruit. Voor CDU/CSU is dit 66 procent, voor AfD maar liefst 70 procent. Ondanks een ferme nederlaag, blijken dus nogal wat CDU/CSU-kiezers tevreden over Merkel. Zij verloor wel 2,6 miljoen stemmen aan de winnaars AfD (40 procent hiervan) en de liberale FDP (60 procent hiervan). Hoewel een duidelijke stemverschuiving te merken is, is het succes van AfD en FDP anders te verklaren. Het electoraat van AfD bestaat voor een kwart uit kiezers die er in 2013 reeds voor stemden.

Daarnaast mobiliseert men een kwart van haar kiezers uit de niet-kiezers van 2013. Een volgende kwart van haar kiezers komt uit de regeringspartijen CDU/CSU en SPD. Een laatste kwart komt van de andere oppositiepartijen. In hoofdzaak komt dit van de andere kleine partijen en vooral van de communistische Die Linke. En dat laatste is opmerkelijk.

Nog opmerkelijker is dat AfD ook het meest van alle partijen stemmen uit 2013 verliest aan de zogenaamde ‘niet-kiezers’ (14 procent). Met andere woorden, AfD beschikt over een erg volatiel kiespubliek dat van overal komt. AfD heeft al laten weten zelf voor de oppositie te kiezen.

Bij de liberale FDP is het een ander verhaal. Deze partij haalt ook 25 procent van haar kiezers nu uit haar bestaande electoraat van 2013. 44 procent komt van de regeringspartijen CDU/CSU (75 procent hiervan) en SPD (25 procent hiervan). Van de oppositiepartijen haalt ze maar 10 percent, van de niet-stemmers komt ook een belangrijk gedeelte, 17 percent. FDP speelt bij deze verkiezingen haar traditionele rol als institutionele protestpartij naast de twee grote klassieke partijen CDU/CSU en SPD. FDP komt dan ook naar alle waarschijnlijkheid in de coalitie terecht.

Andere opmerkelijke resultaten     

In de voormalige DDR scoort de AfD een pak beter (21,5 procent) dan in West-Duitsland. Ze scoort het sterkst bij mannen (17 percent) en arbeiders (19 percent) en 30-60-jarigen. Combineer al deze gegevens en het kernelectoraat van de AfD wordt duidelijk. Bij mannelijke lager opgeleiden uit de beroepsbevolking in de voormalige DDR is de AfD de grootste partij.

De liberale FDP daarentegen is daar haast het spiegelbeeld van. Zij scoort bij zelfstandigen en kaders, hoger opgeleiden en in het voormalige West-Duitsland. De CDU/CSU van zijn kant zet zijn neergang in de steden door en wordt steeds meer een verouderend plattelandsverhaal. Nieuwe kiezers van hun kant, kiezen met 33 procent om… niet te kiezen. Tenslotte, de AfD haalde het meeste stemmen in gebieden waar weinig buitenlanders wonen.