Eergisteren werden er in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement twee wetgevende initiatieven met betrekking tot de strijd tegen discriminatie besproken en gestemd. Waar Vlaams Belang tegen ieder initiatief stemde, onthield N-VA-politica Cieltje Van Achter zich.

Het eerste wetgevende initiatief dat werd behandeld was een ordonnantie waardoor de levering van goederen en diensten binnen de nu bestaande wetgeving zou vallen. Daarnaast nam het parlement nog een resolutievoorstel aan dat zich toespitste op de discriminatie aan de ingang van discotheken.

Omkering bewijslast

“Als een vrouw met haar blindengeleidehond de toegang tot een restaurant geweigerd wordt, moet ze klacht kunnen indienen. Als een man van Afrikaanse origine de toegang tot een taxi geweigerd wordt omwille van zijn huidskleur, moet hij klacht kunnen indienen. De straffeloosheid rond discriminatie moet stoppen”, stelt Brussels staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Bianca Debaets (CD&V) tegenover Belga.

Het gewest wil de discriminatie op haar grondgebied stevig aanpakken. Zo voorziet de nieuwe ordonnantie in een omgekeerde bewijslast vanaf een persoon elementen kan aandragen die wijzen op discriminatie. “Discriminatie is onwettelijk en voedt bovendien het wantrouwen en onbegrip in de maatschappij. Door de bewijslast om te keren, gaan we in een hogere versnelling in de strijd tegen discriminatie”, betoogt Debaets.

Lootens: “Omkering bewijslast druist in tegen rechtsprincipe”

Volgens fractieleider in het Brussels parlement voor Vlaams Belang, Dominiek Lootens, druist de omkering van de bewijslast in “tegen ieder rechtsprincipe en tegen het gezond verstand. Ook het aanwijzen van het door de federale regering en door de Vlaamse regering gesubsidieerde politieke instituut UNIA als bevoorrecht partner is voor het Vlaams Belang meer dan één brug te ver”.

Van Achter, die zich bij de stemming onthield, betwist in een reactie aan SCEPTR de bewering van Lootens dat UNIA een bevoorrechte partner gaat worden. Volgens haar moet dit nog verder worden uitgewerkt in een samenwerkingsakkoord. Dat Lootens zich op dit punt vergist begrijpt de politica – wegens zijn afwezigheid tijdens het debat – echter wel. Verder noemde zij deze ordonnantie “niet gebruiksvriendelijk” en had zij liever een kaderordonnantie gehad die alle antidiscriminatiewetgeving bundelde.

Dubbel werk in het Brussels parlement?

Naast de ordonnantie werd er ook nog een resolutie aangenomen. Deze spitst zich toe op het aanpakken van discriminatie aan de ingang van discotheken. Ook de aanneming hiervan kon niet op de steun van Vlaams Belang rekenen.

“Je zal ons niet horen beweren dat er daarbij nooit sprake was of is van jammerlijke discriminatie. En voor die gevallen bestaan er reeds meer dan genoeg rechtsmiddelen. Dit dan nog los van het feit dat dit soort van resoluties enkel maar olie op het vuur is voor diegenen die om de haverklap met valse racismebeschuldigingen voor de dag komen”, betoogt Lootens.

Van Achter onthield zich daarentegen bij de stemming omdat dit een vorm van onnodig dubbel werk is. Zo werd de materie die de resolutie poogde te regelen, al geregeld door het aangenomen ontwerp van ordonnantie. Een stemming hiervan was volgens de N-VA-politica dan ook niet aan de orde.

6 REACTIES

  1. In geheel het land maar vooral in Brussel is er een intellectuele kwaliteitsdaling ingezet in het discriminatiedebat. Cultuurkritiek werd gelijkgesteld aan racisme, waardoor de essentie van het begrip discriminatie op de helling wordt gezet. Racisme is immers strafbaar maar cultuurkritiek is wel toegestaan. We moeten dringend ophouden met het relativeren van dergelijke essentiële begrippen. Zo niet, zijn we verantwoordelijk voor de escalatie van het probleem.

  2. “Omgekeerde bewijslast” hoort NIET thuis in ons op de Code Napoleon gebaseerd systeem en is een flagrante politiek-correcte ontaarding die in het muzelmans systeem geldt. Degelijke aberratie stoort mij als patient , met veel genoegen “lijdende”(sic) aan gelukkiglijk, fatale PoCo-fobie !