Om de pensioenen betaalbaar te houden komt de regering met nieuwe maatregelen. Deze treffen vooral zij die na hun 50ste werkloos worden. Zo zal wie langer dan één jaar werkloos is vanaf 2019 terugvallen op het minimumrecht bij de pensioenopbouw. Bij de vorige regeling was dat pas na vier jaar. De vakbonden vinden het typerend voor de regering-Michel “om opnieuw ouderen te viseren”.

Strenger zijn voor werklozen met betrekking tot de pensioenen is een dossier waaraan de Vlaamse liberalen veel belang hechten. Eerder bond Kamerlid voor Open Vld, Vincent Van Quickenborne, de kat aan de bel door te verwijzen naar de casus van de twee Waalse vriendinnen. Caroline, die een lange tijd werkloos was, kreeg op de keper meer pensioen dan Virginie die heel haar leven als zelfstandige had gewerkt. Via deze manier hoopt de regering daar nu ook iets aan te doen.

20 miljoen euro besparen

Daniel Bacquelaine (MR), minister van Pensioenen, stelde in juli een pakket maatregelen voor waarbij het aantal gewerkte jaren aan belang won. Personen die langer dan een jaar werkloos zijn, zouden vanaf 2019 terugvallen op het minimumrecht bij de pensioenopbouw. Momenteel is dit pas vanaf vier jaar.

Voor 50-plussers bestond er lange tijd een uitzonderingsregel. Indien personen van boven de 50 werkloos werden, vielen deze niet terug op het minimumrecht. De regering maakt met dit uitzonderingsregime nu komaf. Ook zij – ondanks dat het voor 50-plussers moeilijker is om aangenomen te worden – zullen na één jaar terugvallen op het minimumrecht. Deze maatregel moet vanaf 2019 zo’n 20 miljoen euro opbrengen.

Vakbonden: “Typisch voor deze regering”

Het uitzonderingsregime werd door de regering Di Rupo ingevoerd omdat het op die leeftijd zeer moeilijk is om aan werk te geraken. De vakbonden zijn niet te spreken over de voorstellen van Bacquelaine. Zo is het volgens de bonden “typisch voor deze regering en Bacquelaine om opnieuw de oudere werknemer te viseren”, aldus Gina Heyrman van het het ABVV.

Eerder introduceerde Bacquelaine al een nieuwe berekening waardoor, volgens een studie van de pensioenadministratie, één op vijf burgers minder pensioen zou krijgen. In het oude systeem werden de jaren van ziekte en/of werkloosheid geteld als de laatste lonen, de hoogste dus. Maar in de toekomst wil de liberale minister een berekening maken op basis van de eerste vijfenveertig werkjaren waardoor ook de beginlonen meetellen (die in de jaren ’70 uiteraard een stuk lager waren dan nu). De keerzijde is dan weer dat iedereen die langer dan 45 jaar werkt meer pensioen zou gaan krijgen.

In België bedroeg het gemiddelde pensioen in 2013 zo’n 1.200 euro. In Frankrijk trok een gepensioneerde in datzelfde jaar 1.343 euro, in Nederland zelfs 1.600 euro. Duitsland daarentegen gaf elke maand gemiddeld slechts 987 euro uit aan elke pensioengerechtigde in 2013.