Op basis van het nieuwste verslag van de vice-gouverneur van arrondissement Brussel-Hoofdstad blijkt dat maar 78 procent van de statutaire personeelsbeslissingen taalwettelijk in orde is. Inzake contractuele beslissingen gaat het zelfs maar om 10 procent. Onafhankelijke Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters (ex-N-VA) wilden dit graag aanpakken door de vice-gouverneur meer slagkracht te geven via een wetsvoorstel. Echter, nog voor de tweede bespreking van het voorstel rond de taalwet kon plaatsvinden in de bevoegde commissie stapten te veel Kamerleden op. Hierdoor werd de vergadering opgeschort. Opzettelijk, volgens Vuye. “Klopt niet”, verdedigt Kamerlid Brecht Vermeulen (N-VA).

“Slechts 77,63 procent van de beslissingen over statutaire personeelsleden is in overeenstemming met de taalwet. […] Bekijkt men de beslissingen over contractuele personeelsleden, dan is slechts 10,29 procent in overeenstemming met de taalwetgeving”, dat schrijven Hendrik Vuye en Veerle Wouters in een opiniestuk op Knack op basis van data in het jaarverslag van de Brusselse vice-gouverneur Jozef Ostyn.

Overtredingen taalwet talrijk

De overtredingen gaan verder dan dit. Lokale besturen moeten hun beslissingen overmaken aan de vice-gouverneur zodat ze kunnen getoetst worden aan de taalwet. Echter, veelal wordt deze regel niet nageleefd. Er zijn zelfs Brusselse lokale besturen die geen enkel dossier overmaken zoals gemeente Watermaal-Bosvoorde, OCMW Brussel en OCMW Sint-Lambrechts-Woluwe. Andere lokale besturen maken dan weer nauwelijks dossiers over: gemeente Ganshoren (1 dossier), OCMW Elsene (1 dossier) en OCMW Koekelberg (3 dossiers). Hierdoor kan men ervan uitgaan dat het aantal overtredingen nog hoger ligt, maar veel overtredingen simpelweg niet worden geregistreerd.

In slechts 43,92 procent van de geregistreerde gevallen leidt een onwettige beslissing tot een schorsing door de vice-gouverneur. Echter, na 40 dagen wordt zo’n schorsing automatisch opgeheven, tenzij ze wordt bevestigd door de Brusselse regering (inzake gemeentes) of het uitvoerend orgaan van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) wat betreft OCMW’s.

Maar daar wringt het schoentje. Zo’n bevestiging vergt een volledige consensus en de Franstalige uitvoerende politici zijn daar zelden tot nooit toe bereid. Uit informatie van Kamerlid Barbara Pas (Vlaams Belang) blijkt dat in 2015 slechts één schorsing werd bevestigd. Hierdoor blijft het gros van de overtredingen zonder gevolg.

Nieuw wetsvoorstel of taalwet uitvoeren?

Om dit te counteren hadden Barbara Pas en Vuye & Wouters twee (gelijkaardige) wetsvoorstellen ingediend. Het oorspronkelijke voorstel van Vuye zou het mogelijk maken dat een schorsing door de vice-gouverneur na 40 dagen automatisch permanent zou worden in plaats van opgeheven. Dit tenzij een andere beslissing door het bevoegde uitvoerende orgaan (dus het college van GGC of de Brusselse Gewestregering).

De conclussie van het desbetreffende VCT-advies.
Foto: VCT. De conclusie van het desbetreffende VCT-advies.

Na een advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) dienden Vuye en Wouters echter een amendement in. De VCT was van oordeel dat men de vice-gouverneur (of een ander orgaan) direct in staat kan stellen om beslissingen van gemeentes of OCMW’s te vernietigen zonder omweg van 40 dagen. Het amendement van V&W voorzag hier dan ook in.

Maar de Kamercommissie Binnenlandse Zaken besliste daar evenwel anders over, of beter: niet. “Wanneer het voorstel een tweede maal wordt besproken in de Kamercommissie verlaten de Kamerleden van MR, CD&V, Open Vld en N-VA de zaal”, hierna vroeg een PS’er de schorsing van de vergadering omwille van onvoldoende aanwezige Kamerleden, zo schrijven Vuye en Wouters. “Klopt niet”, zegt commissievoorzitter Brecht Vermeulen (N-VA). “Men is niet gezamenlijk opgestapt. Drie van de vier N-VA’ers waren nog steeds aanwezig tijdens de schorsing. De schorsing van de zitting gebeurde trouwens tijdens het voorstel van Pas. Het voorstel van Vuye zou hierna komen en was ook het laatst geplande voorstel. Op het einde van commissies is het niet ongewoon dat mensen vertrekken nadat hun eigen voorstellen reeds besproken zijn.” Pas bevestigt aan SCEPTR dat de schorsing van de zitting reeds werd voltrokken bij haar voorstel, voor dat van Vuye dus.

“Mij maak je niet wijs dat dat toevallig was”, vertelt Vuye. “De voorstellen van mijzelf en Pas bespreken ging hooguit een kwartier duren en bovendien was het totaal niet laat. Het was een korte zitting die hooguit reeds twee uur had geduurd.” Vuye schrijft nog in Knack: “Ze wassen hun handen in onschuld, zelfs wanneer de oplossing voor de hand ligt. Zo zal de taalwet in Brussel voor altijd dode letter blijven.”

De N-VA ziet de oplossing in “tijden van communautaire stilstand” in de eenvoudige naleving van de wet. “De Vlamingen in het Brusselse schepencollege doen niets“, stelt Vermeulen. “Nochtans worden die beslissingen wel gemeenschappelijk gemaakt. Dan kunnen we ofwel het toezicht op de taalwet federaliseren – wat een slecht idee is – ofwel doen de Vlaamse politici op deelstatelijk vlak hun werk. We opteren voor dat laatste. Desnoods kunnen we ze financieel belonen of bestraffen op basis hiervan”.

1 REACTIE