In zijn boek “Nouvelles conquêtes” bepleit PS-voorzitter Elio Di Rupo de invoering van een vierdagenwerkweekGroen-voorzitster Meyrem Almaci gelooft echter niet dat dit “dé oplossing” is. “Als een vierdagenwerkweek ook volgepropt wordt, dan staan we niet veel verder”, stelde Almaci in een interview op Radio 1.

Di Rupo bepleit in zijn nieuwe boek enkele voorstellen die eerder enkel bij de extreemlinkse PVDA waren terug te vinden. Het gevolg: zelfs zusterpartij sp.a nam bij monde van voorzitter John Crombez afstand van Di Rupo zijn voorstellen. “De maatschappij die ik in mijn eigen boek voor ogen heb, is een andere dan die van Di Rupo. De recepten die hij voorstelt, wijken sterk af van de onze”, stelde Crombez. Nu blijkt ook Groen niet al te enthousiast te zijn over Di Rupo zijn voorstellen.

Almaci: “Geen wondermiddel”

Een vierdagenwerkweek is volgens Almaci geen wondermiddel. Niettegenstaande dat werknemers minder moeten werken, bestaat er volgens haar geen garantie dat de werkdruk ook effectief daalt. “Als een vierdagenweek ook wordt volgepropt, staan we niet veel verder”, stelde Almaci.

Hoewel een vierdagenwerkweek geen prioriteit is, beklemtoonde de partijwoordvoerder tegenover VRT Nieuws dat Groen elk voorstel toejuicht dat de balans werk-privéleven kan verbeteren. “Wat ons betreft is werkbaar werk ook dé grote uitdaging. Mensen moeten zelf kunnen kiezen hoelang ze werken, maar we moeten ervoor zorgen dat die loopbaan geen marathon wordt aan het tempo van een sprint”, betoogde Almaci.

Onoverbrugbare afstand?

Hoewel het boek van Di Rupo veel controverse en debat uitlokt, is het aantal voorstanders beperkt. Zelfs ter linkerzijde neemt men in Vlaanderen over het algemeen afstand van de maatregelen die Di Rupo presenteert. Eerder stelde N-VA-Kamerfractieleider Peter De Roover nog dat als gevolg hiervan de kloof tussen Vlaanderen en Wallonië […] alleen maar [toeneemt].

Een greep uit de voorstellen die Di Rupo presenteerde maakt zijn afslag naar links dan ook duidelijk. Zo bepleit de PS-voorzitter een vierdaagse werkweek, gratis onderwijs en een globaal minimuminkomen van 1100 euro per maand. Topmanagers en bedrijfsleiders mogen verder nog maximaal het vijftienvoudige van het laagste loon in hun onderneming verdienen.

Om dit alles te bekostigen kijkt Di Rupo naar de inkomstenzijde van de begroting (lees: nieuwe belastingen). Zo wil de PS-voorzitter een miljonairstaks, een taks op financiële transacties en een taks die bedrijven moeten betalen op de winsten die ze halen uit de robotisering van hun productie. Daarbovenop moet iedere euro hetzelfde worden belast en komt er een bijkomende solidariteitsbijdrage.