Orange legt Telenet het vuur aan de schenen en snoept het bedrijf klanten af. Samen met het BIPT (Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie) wil Orange goedkoper de infrastructuur van Telenet gebruiken. Zelf heeft Telenet  daar geen zin in.

Doordat de kabeloperator de facto een monopolie heeft op de kabelinfrastructuur in Vlaanderen, verplicht de overheid het bedrijf om zijn netwerk open te stellen voor concurrenten zoals Orange. Op die manier krijgt Telenet voor televisie en vast internet concurrentie van het vroegere Mobistar. Om de kabelinfrastructuur van Telenet te mogen gebruiken, dient het bedrijf echter per klant te betalen. Orange is – samen met het BIPT – van mening dat de prijzen hiervoor te hoog zijn.

Porter: “Ik zou ook graag 15 cent voor benzine betalen”

Om de telecommarkt verder te liberaliseren – wat door onderlinge concurrentie op termijn tot lagere prijzen moet leiden – werkt de overheid aan strengere regels. Telenet-topman John Porter ziet hier de noodzaak niet van in. Volgens hem werk de markt “goed, er is een grote keuze voor de consument. Je kan moeilijk én de beste infrastructuur in Europa én de laagste prijs in Europa hebben.” Het BIPT is een andere mening toegedaan. Zo is volgens de instelling de kabelaanbieder nog steeds te machtig.

De vraag van Orange om minder te moeten betalen om het netwerk van Telenet te mogen gebruiken, valt op een koude steen. Zo stelt Porter dat hij “ook graag 15 cent voor benzine [betaalt]. Ze hebben al een erg goede prijs die het hen mogelijk maakt op prijs met ons te concurreren. Ik vind niet dat een verdere verlaging nodig is. Andere vormen van prijsregulering zijn extreem complex.”

Keizer van de kabelindustrie

Dat Telenet een dergelijke invloed heeft op de prijzen die wij betalen voor internet en tv, heeft te maken met het bedrijf zijn feitelijke monopolie op de kabelinfranstucftuur in Vlaanderen. Zo werd in 2000-2002 de kabelinfrastructuur van de gemeentes overgedragen aan de kabeloperator. In ruil hiervoor kregen de gemeentes aandelen. Sinds Telenet in 2005 naar de beurs ging, slonk het aandeel van de gemeentes. In 2008 stapten de meeste gemeentes uit het bedrijf. Eerder, in 2007, kocht het Amerikaanse bedrijf Liberty Global al een meerderheidsaandeel in Telenet dat sindsdien alleen maar toenam. De kabeloperator kwam dus volledig in private (buitenlandse) handen terecht en de kabelinfrastructuur in Vlaanderen kwam in de handen van Telenet.

In haar beslissingen van 12 november 2014 en 13 mei 2015 bevestigde het Hof van Beroep te Brussel het regelgevingsbesluit van 2011 om de netwerken van de kabeloperator open te stellen voor de concurrentie. De kabelinfrastructuur van Telenet werd dus ter beschikking gesteld van andere spelers. Wie wil kan sinds 2016 kabelinternet van Orange (Mobistar) kopen. Doch, de kabelinternetmarkt blijft stevig in handen van Telenet.

Waar Telenet de kabelinternetmarkt voor zijn rekening nam, deed Proximus hetzelfde maar dan voor de internetmarkt via de telefoonkabel. Doordat mobiel internet en kabelinternet verschillende producten zijn – zo is ‘telefooninternet’ minder consistent en snel – kunnen we spreken van een gespleten internetmarkt met sterk verschillende producten qua kwaliteit. Zodoende is er sprake van een internet-duopolie in Vlaanderen (of twee monopolies afhankelijk van hoe de internetmarkt wordt beschouwd: een kabelmarkt en een telefoonmarkt). Op de kabelmarkt blijft telenet dus de scepter zwaaien.