In een interview met De Morgen komt PS-voorzitter Elio Di Rupo terug op de woelige periode die hij doormaakte met ‘zijn’ PS. Fouten beging hij naar eigen zeggen niet en ook met zijn geloofwaardigheid zit het snor.

2017 was een rampjaar voor de PS. Half recupererend van het gebrek aan een regeringsdeelname op federaal niveau sukkelde de PS van Publifin naar Samusocial. Brusselse PS-kopstukken – zoals Yvan Mayeur – werden besmeurd en in aloude PS-bastions levert men een hevige strijd tegen de opkomende PTB. Ook aan interne ‘rebellie‘ is er geen gebrek. Zo achtte ‘kroonprins’ Paul Magnette het ‘opportuun’ om enkele dagen voor de lancering van Di Rupo zijn boek, in een interview te verkondigen dat hij in 2019 kandidaat-voorzitter zal zijn. Daarbovenop was de kritiek op Di Rupo zijn boek niet mals. Zelfs ‘zusterpartij’ sp.a nam afstand van de daarin geformuleerde voorstellen. De PS-voorzitter zelf, die blijft zich karig verweren.

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Di Rupo: “Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen”

Een veel gehoorde kritiek is dat Di Rupo te laat ingreep. Zelf wil hij daar niet van weten. “Wie dat zegt, gaat voorbij aan de geplogenheden van de PS. Bij de Parti Socialiste krijgt een beschuldigde altijd de kans om zich te verdedigen. We hebben instanties die daarvoor bevoegd zijn. En soms duurt het dan enkele weken voordat er een beslissing valt, ja. Maar de beslissing is wel gevallen”, betoogt de socialist in De Morgen.

“Wat die publieke opinie vindt, dat zien we wel met de verkiezingen”

Of hij – zoals in het verleden – publiek hardere taal zou moeten spreken ten aanzien van de bij de schandalen betrokkenen personen, wil hij niet gezegd hebben. “Wat die publieke opinie vindt, dat zien we wel met de verkiezingen”. Wel geeft hij toe dat hij niet in staat was het ‘Publifin-feuilleton’ te stoppen. Al steekt hij ook hier de hand niet té diep in eigen boezem. “Hoe moet een voorzitter van een partij dat doen, wanneer het parlement op een gegeven moment beslist om een onderzoekscommissie op te richten? Het feuilleton loopt en al wat jij kunt doen is volgen”, stelt hij in De Morgen.

Volgens de geplaagde PS-voorzitter is er een verschil tussen hoe de PS de affaires aanpakte en hoe de andere partijen dit deden. “Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen. Wij hebben mensen uit de partij gezet. Heeft een andere partij dat gedaan? Samusocial hetzelfde: in de stad Brussel zijn socialisten en liberalen aan de macht. […] Heeft men ook zo gehandeld in Kazachgate? Het is compleet onrechtvaardig om alles op de PS af te schuiven”, betoogt hij in De Morgen.

Relatie met de sp.a

Enkele maanden geleden stelde Joris Vandenbroucke, fractieleider voor sp.a in het Vlaams Parlement, dat de slechte peilingen van zijn partij te wijten waren aan de PS. Zo was er volgens hem “maar één verklaring. De peiling is niet toevallig afgenomen in de periode van het Samusocial-schandaal. We lopen mee schade op door de politieke schandalen van PS.” Later vroeg hij zelfs om de PS “alstublieft niet meer onze zusterpartij te noemen”.

Volgens Di Rupo is de realiteit dat “we […] elkaar [zien en met elkaar] discussiëren […]. Het is normaal dat de sp.a andere antwoorden formuleert op de Nederlandstalige realiteit dan de PS op de Franstalige. Politiek, sociologisch, spelen wij op een ander terrein. Dat neemt niet weg dat we dezelfde doelstellingen hebben. We delen een wereldbeeld.” Eerder stelde sp.a-voorzitter John Crombez in een reactie op het boek van Di Rupo dat “de maatschappij die ik in mijn eigen boek voor ogen heb, […] een andere [is] dan die van Di Rupo”.

Geloofwaardigheid

Ondanks de huidige situatie van de PS, oogt Di Rupo niet pessimistisch. In opstappen en de leiding van de partij aan Magnette toevertrouwen heeft hij geen zin. Dat Magnette en anderen ongeduldig worden neemt hij erbij. “De politiek zit vol ongeduldigen, het leven zit vol ongeduldigen. We hebben duidelijk gezegd dat een wissel bij ons nu niet op de agenda staat. Waarom zou ik eerder moeten opstappen? Is er een nieuw politiek feit? Ben ik misschien te oud voor u?”, stelt hij in De Morgen.

Ook van een geloofwaardigheidsprobleem heeft hij – naar eigen zeggen – geen last. “Waarom zou ik niet geloofwaardig zijn?”, vraagt hij in het interview met De Morgen.