In een analysestuk gepubliceerd door de Amerikaanse en gerenommeerde krant The Washington Post zijn opvallende zaken te lezen. Het stuk tracht immers de ingewikkelde wantoestanden en corruptie in België te verklaren aan de hand van bananenrepublieken in Afrika.

De schandalen rond de PS, Samusocial en Yvan Mayeur zijn zelfs de Amerikanen bij The Washington Post niet ontgaan. Op die manier komt België nog eens in het wereldnieuws. In een analysestuk van de hand van Kristof Titeca – die docent is aan de Universiteit van Antwerpen worden Afrikaanse dictaturen gebruikt om de wantoestanden in de Belgische politiek te verhelderen.

Complexe structuur

Titeca illustreert aan de hand van het wetenschappelijk werk ‘Africa Works: Disorder as Political Instrument’ van politicologen Jean-Pascal Daloz en Patrick Chabal dat we de complexe Belgische structuren die elkaar in belangrijke mate overlappen beter kunnen begrijpen als we onze blik werpen op Afrika.

In dat boek wordt duidelijk gemaakt hoe ‘grote mannen’ (denk aan stamhoofden, krijgsheren, dictators…) in Afrika chaos gebruiken om aan de macht te blijven. Door macht en middelen te accumuleren en uit te delen verbindt men mensen aan zich. Critici vonden het boek destijds kort door de bocht gaan en te weinig empirisch bewijs aanleveren. Echter, Titeca vond bewijs voor de these in… Brussel.

Zo kon Pascale Peraïta (ex-PS) 204.000 euro per jaar verdienen bij de vzw Samusocal. Dat is meer dan de premier verdient.

De auteur voor de Washington Post gebruikt het voorbeeld van de vele daklozen aan het Brusselse Noord-station. De bank die ze kiezen om op te slapen bepaalt welke van drie deelgemeenten of agentschappen verantwoordelijk zijn om hen te helpen. De Brussels openbare diensten worden door maar liefst zo’n 200 agentschappen en 1.400 werknemers voorzien.

Voor een buitenstaander is zoiets een onoverzichtelijke warboel, schrijft Titeca, maar voor partijen aan de macht is het een ideale opportuniteit om jobs uit te delen in ruil voor invloed of om zichzelf te bedienen. Zo kon Pascale Peraïta (toen PS, vandaag uit de partij gezet) 204.000 euro per jaar verdienen bij vzw Samusocal. Dat is meer dan de premier verdient.

Weinig efficiënt

Titeca illustreert dat daarom de Brusselse burgemeesters (er zijn er 19 actief in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) ‘baronnen’ worden genoemd omwille van de macht die ze hanteren in hun kleine rijkjes. Omdat zoveel mensen profiteren van het uitdeel-systeem en afhankelijk zijn voor hun job of openbare diensten van de baronnen, worden die laatsten steeds herkozen. Met andere woorden, de Brusselse ‘baronnen’ zijn de Belgische versie van de Afrikaanse ‘grote mannen’.

De auteur voor The Washington Post waarschuwt er echter voor dat zo’n systeem goed beleid niet bevordert. De fragmentatie van macht zorgt ervoor dat politici in zo’n complex systeem zich vooral bezig houden met hun eigen ‘gebied’. Dat is veelal te klein om grote problemen aan te pakken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Franstalige weerwil om de Brusselse politiezones een te maken na de aanslagen in Brussel.

Het volledige artikel is hier te lezen.