Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) holt de Duitse bondskanselier Angela Merkel achterna. In De Tijd belooft de vice-premier iedere Belg tegen 2025 een job. Ondertussen krijgt Peeters vooral kritiek op zijn uitspraken. Zo noemt Ive Marx, hoogleraar in sociaaleconomische wetenschappen (UAntwerpen) de belofte van Peeters “gebakken lucht”.

Peeters acht een werkloosheidsgraad van minder dan drie procent tegen 2025 “realistisch”. In het eerste kwartaal van dit jaar bedroeg deze nog 7,6 procent. Het Planbureau voorspelde eerder dat deze tegen 2018 zou dalen tot 6,6 procent. Peeters echter, blaakt van de ambitie en belooft tegen 2025 een werkloosheidsgraad van maximum drie procent. Geen werkloosheid is immers niet mogelijk. In dat geval zouden nieuwkomers op de arbeidsmarkt en ontslagen werknemers meteen een arbeidsplaats moeten vinden.

Half miljoen banen

Om de belofte van Peeters te kunnen waarmaken zouden er zo’n 456.000 jobs moeten bijkomen. Volgens ramingen zouden er deze regeerperiode zo’n 216.000 bijkomen. Bijgevolg zijn er dus nog zo’n 240.000 bijkomende arbeidsplaatsen vereist.

Eerder deed Angela Merkel een soortgelijke belofte. Duitsland echter, staat er veel beter voor dan België. Zo kent het land een werkloosheidsgraad van slechts 4,1 procent. België daarentegen moet het stellen met 7,6 procent. Het grootste probleem is echter dat er in Duitsland in verhouding veel meer mensen aan de slag zijn. Zo kent het land veel minder langdurig zieken en gaan de werknemers er later op pensioen.

Ook op het vlak van de tewerkstellingsgraad scoort België veel slechter dan Duitsland. Zo heeft 79 procent van de Duitse bevolking tussen de 20 en 64 jaar een baan. In België daarentegen heeft slechts 68 procent een arbeidsplaats. Willen we het op dit vlak even goed doen als de Duitsers, dan moeten er nog zo’n 732.000 banen bijkomen. Dit zou – zeker in verhouding met het aantal inwoners – een enorme opgave zijn. Zo telde België in 2016 zo’n 11.303.528 inwoners.

Marx (UAntwerpen): “Overschat Peeters onze tolerantie voor cynisme dan wel onze verstandelijke beperkingen?”

Hoogleraar in de sociaaleconomische wetenschappen Ive Marx (UAntwerpen) haalt hard uit naar de belofte van Peeters. Zo vraagt hij zich af of Peeters “onze tolerantie voor cynisme dan wel onze verstandelijke beperkingen” overschat. In tegenstelling tot wat de minister stelt, noemt Marx de belofte van Peeters helemaal geen “haalbare kaart”. In vergelijking met Duitsland heeft België namelijk een heel ander sociaal overlegmodel.

“De Duitsers hebben in hun beleid een strakke lijn getrokken en konden een loonmatiging en deregulering doordrukken omdat de sociale partners sterk verzwakt waren. Het aantal werknemers in Duitsland dat gedekt wordt door een collectieve arbeidsorganisatie is dan ook lager dan in ons land. Van een verzwakt sociaal overlegmodel, waarbij de machtsverhoudingen zijn verschoven richting de overheid is in België in sprake. Als er nog maar één kleine, milde wijziging aan die verhouding op til is, dan schreeuwen de vakbonden hier al moord en brand. Peeters heeft zo’n milde vorm al eens naar de prullenmand moeten verwijzen daardoor.”, aldus Marx.

Marx stelt dat “als Peeters hier A zegt, […] hij ook B [moet] zeggen. Wil hij een sterkere overheid als overlegpartner in ons model, die de deregulering van de arbeidsmarkt kan doordrukken? Zoiets zou hij nooit durven voorstellen. Het gaat hier louter om een loze en onverantwoorde belofte”.

Werkbaar Werk

Peeters daarentegen gelooft in de haalbaarheid van zijn belofte. Zo zitten we volgens hem “in bepaalde regio’s […] al dicht bij de drie procent. In andere regio’s van het land moet het beter”. Maatregelen die nu al reeds genomen werden zoals onder andere Werkbaar Werk en de taxshift, zullen er volgens hem voor zorgen dat de werkloosheid verder daalt. Peeters sprak ook over bijkomende maatregelen, al verduidelijkte hij niet wat hij hieronder verstond.

Ondanks dat Duitsland er dusdanig beter voorstaat is de minister van mening dat dat “onze ambitie niet [mag] temperen”. Hiervoor rekent hij ook op de samenwerking met de sociale partners en de regio’s. Volgens hem is “het […] een ambitie die we moeten delen.”