In een interview met VTM Nieuws reageerde minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA), op de uitlatingen van minister van Economie Kris Peeters (CD&V). Eerder had Peeters namelijk gesteld dat hij op Van Overtveldt rekenende om het zomerakkoord goed uit te voeren. “Ik denk dat elke minister moet doen wat er uit zo’n akkoord voortvloeit”, antwoordde de minister daarop. 

Iedere keer wanneer het begrotingstekort groter uitvalt dan verwacht, wijst men met een beschuldigende vinger richting Johan Van Overtveldt. Zo hadden in het verleden onder anderen fractieleider voor Groen, Kristof Calvo en CD&V-Kamerlid Peter Van Rompuy felle kritiek op de minister. Het lijkt erop dat de minister past voor een herhaling hiervan.

Van Overtveldt: “Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen”

Van Overtveldt liet zich niet in een hoekje plaatsten door Peeters nadat deze eerder de bal in zijn kamp had geplaatst. Zo voelt hij zich niet alleen verantwoordelijk voor de uitvoering van het zomerakkoord“Ik voel me verantwoordelijk voor wat ik moet doen en daar zal ik die verantwoordelijkheid ook opnemen”, stelde Van Overtveldt. Doch de minister gaat “ervan uit dat iedereen in de regering dat voor zijn eigen terrein ook zal doen.”

Vermoedelijk hoopt Van Overtveldt op die wijze een beschuldigende vinger vanuit CD&V-kringen en de oppositie te vermijden. In 2016 zat de kritiek – dat hij niet zou kunnen tellen – hem hoog. Zo schreef hij een blogpost met als titel “J’en ai marre” (ik ben het zat). Volgens hem was de kritiek dat de minister niet kon tellen “het mantra van de afgelopen dagen over de begroting. De minister van Financiën als verpersoonlijking van de budgettaire ontsporing. J’en ai marre. Ik heb daar genoeg van”, stelde hij toen.

Begrip voor De Wever

De minister kwam ook terug op de kritiek van de hoofdredacteur van De Standaard aan het adres van N-VA-voorzitter Bart De Wever. Van Overtveldt, ex-hoofdredacteur van het weekblad Trends, is niet van mening dat De Wever te ver is gegaan. Integendeel, de minister heeft “alle begrip” voor zijn reactie.

Van Overtveldt deelt namelijk een serie ergernissen met De Wever. Zo stoort hij zich aan “de voortdurende intentieprocessen die over mijn voorzitter gemaakt worden. Vanuit de journalistiek moet je kritische verslaggeving doen maar als je merkt dat er systematisch een intentieproces gemaakt dan denk ik dat je over de schreef gaat. In die zin vond ik zijn reactie gepast en had ik hem ook voelen aankomen.”